AH let op de kleintjes, en ik nu ook

Vanwege mijn financiële situatie heb ik flink gesnoeid in mijn bestedingen. Alleen uitgaven aan levensmiddelen blijven buiten schot. Ik koop gewoon wat ik lekker vind. Goed eten is belangrijk en sommige principes zijn dat ook. Dus kiloknallers komen er niet in. Wel ik let beter op aanbiedingen. Appie moedigt dat aan met voordeeltjes op vertoon van een bonuskaart. Je moet echter wel uitkijken wanneer je artikelen in de aanbieding koopt.

Een poosje geleden deed ik boodschappen op zondag. Ik zag dat waspoeder, een relatief duur product, in de aanbieding was. Er stond een bordje bij met ‘Bonusaanbieding’. Dus nam ik gelijk een groot pak mee. Bij de kassa gaf ik mijn bonuskaart af. Maar het totaalbedrag viel tegen. Bleek dat toch de volle prijs was berekend. AH doet namelijk ook aan kleine lettertjes. De aanbieding was pas geldig vanaf de volgende dag. Ze doen bij ons niet moeilijk. Daarom kreeg ik bij de servicebalie het verschil direct terug.

Maar onlangs was het weer raak. Op een aparte display lagen verschillende soorten koekjes en biscuits van Verkade. In de aanbieding als je er twee nam. Combineren mocht ook. Dus pakte ik er van twee soorten elk een. Wel controleerde ik nog even de bon voordat ik de winkel verliet. Dat deed ik vroeger nooit.

En ja hoor, weer was de volle prijs berekend. Naast de koekjes in de aanbieding lagen er kennelijk ook iets grotere pakjes van Verkade. En die deden in de aanbieding niet mee. Nou ja zeg, leg ze dan niet pal naast elkaar op dezelfde tafel! Weer kreeg ik bij de servicebalie het verschil gelijk uitbetaald. Maar toch, hè, maar toch.

Ik zou je niet kunnen zeggen wat een halfje volkoren kost. En de prijs van een pak melk weet ik evenmin. Maar hou hem in de gaten hoor, die Albert Heijn.

Pleidooi voor diversiteit in kleding

Bij een concert of voetbalwedstrijd herken je je mede-fans direct aan hun kleding. Dit schept een band. Reageerde een wandelgenoot daarom zo afgunstig op een processie van de Orde van Malta? Want ‘daar loopt veel geld voorbij’, meende zij. Ik geniet altijd van eeuwenoud ceremonieel vertoon. Ook hou ik wel van diversiteit. Wij hebben wereldwijd al zo veel moois verruïneerd met onze overheersende westerse kledingstijl.

We houden toch van variatie. Als de temperatuur flink schommelt, kan je fijn van kleding wisselen. Wordt het warm, dan voelt een luchtig jurkje of korte broek koel aan. Daalt het kwik, dan zitten laarzen en een wollen trui weer comfortabel. En moet je op pad voor een lastige opdracht, dan kan een strak jasje geborgenheid simuleren. Want in een stevig omhulsel voel je je veilig. Dat wisten ze al in de middeleeuwen. Wellicht gaat dit gevoel terug tot de baarmoeder.

Die ervaring van geborgenheid zoeken we ook binnen groepen. Met kleding en symbolen onderstrepen we onze eenheid. Ik ben opgegroeid met de Taptoe en de optocht tijdens 3 oktober. Dan paraderen tal van groepen in uniform met vaandels voorbij. In Leiden is dit een relatief onschuldig fenomeen met een lange traditie. Dus hoort groepskleding erbij. De zwarte mantels van de Orde van Malta lijken weer op die van hoogleraren van de universiteit. Hun statige processie met zwarte capes en groot kruis als symbool wekken zodoende vertrouwen. Al gaat de wereld ten onder door Trump; deze orde houdt stand. (Hoewel?)

Slechts vijftig jaar geleden liepen overal nog mensen in traditionele klederdracht. Denk aan Turkije en Oost-Europa op het platteland. Of denk aan grote delen van Azië en het Midden-Oosten. Voor traditionele gewaden moet je nu snel in India en omstreken rondkijken. Zal ook daar die kledingstijl op termijn voor de westerse wijken?

Bijna wekelijks ga ik met de bus naar Wageningen. Dan stapt er vaak een Aziatische vrouw in die Nederlandse les volgt. Ze is vrij stevig. Haar lichaam puilt weinig flatteus door haar goedkope westerse kleding heen. Maar onlangs, op een snikhete dag, droeg ze iets traditioneels. Een prachtige bloedrode sari met dito shirtje vol gouden glitters. Ineens zag ze er super elegant uit. Ach, wat zou ons straatbeeld toch boeiend worden als we qua kleding allemaal naar onze roots teruggaan.

Dromen over het schrijverschap

Eigenlijk had ik graag een beroemd en professioneel schrijfster willen worden. Zo iemand die van haar boeken leeft. Idealiter verblijf je dan maandenlang in een afgelegen oord. Bij voorkeur in een knus oud huis met zicht op weids landschap. En ver verwijderd van het gekrioel van alledag.

Je hebt dagboeken, notities en mappen met knipsels bij de hand. Ook doe je voorbereidend onderzoek. En je plukt relevante anekdotes uit de krant. Daarnaast organiseer je inspirerende avondjes voor vrienden en bekenden. Die vertellen dan zelf weer boeiende verhalen tijdens hun bezoek. Je kent je klassiekers. Kortom: stof genoeg.

Elke ochtend kuier je naar het tuinhuisje, waar je dagelijks duizend woordjes typt. Meer hoeft niet, zolang het kwalitatief goed is. Voor fictie laat je je verbeelding spreken. En voor non-fictie put je uit je rijkelijk gedocumenteerde archief. De overeenkomst is dat jij degene bent die overal verbanden tussen legt. Met name verbanden die een ander nog niet ziet.

Ik mis de benodigde fantasie voor fictie, maar hier kan ik toch best over mijmeren.

TT–motorbloed in de familie

Vreemd eigenlijk, dat ik nooit naar de TT-races in Assen ben geweest. Ik heb toch zelf motor gereden. En binnen mijn familie sta ik daarin niet alleen. Mijn oom van moederskant reed op een motor en onze twee neven doen dat nog steeds. Mijn zwager kan motorrijden en mijn zus kwam achterop mee. Zij gingen vroeger naar het TT-circuit om naar de races te kijken. En naar het spektakel eromheen. Verder poseert mijn opa op een motor.

Trouwens, vrienden van mij hebben een hele partij motoren versleten. Die crossen eveneens op een motor met zijspan. Ook mijn ex-vriend had onder andere een crossmotor. Voor de gezinsleden van mijn zus is de Zwarte Cross nog altijd een jaarlijks fenomeen.

Dus wat doe ik op de eerste dag van de TT? E-mailtjes schrijven. Gaap.

Maar zo heb ik vandaag wel een professionele motorcoureur ontdekt in mijn bloedeigen familie. Jawel. Iemand die in Assen maar liefst twaalf keer Nederlands kampioen werd! Een levende legende. Vroeger kwam hij weleens langs bij mijn opa en oma, op de motor. Hij overleed onlangs, net als mijn vader vijf maanden geleden. Ze moeten elkaar hebben gekend.

Drie buurmannen en een nieuwe buurvrouw

Beter een goede buur dan een verre vriend, zeggen ze. Ik kan hier best door een deur met mijn buren. Ook al moeten we soms gezamenlijk onderhoud regelen. Vooral de linkerburen en ik leven dicht bijeen. Onze keukendeuren openen naar elkaar toe. Met slechts vier meter afstand en een tuinmuurtje ertussen, hoor je al gauw veel. Dus houden we onze woongeluiden binnen de perken. Alleen hun kat trekt zich nergens wat van aan.

‘T. is het helemaal zat.’, staat vandaag op de voorpagina van onze dorpskrant. “Waarom moet ik last hebben van de keuzes die anderen maken? Ik wil ’s zomers gewoon mijn tuindeuren open kunnen zetten zonder dat de kat van de buren binnenkomt.” Waarschijnlijk ken ik deze persoon. Leuke vrouw. Steeds wanneer ik haar zie, is ze ergens in verwikkeld. Haar relaas is altijd boeiend.

Ach, kijk hem nou toch. Denkt dat ‘ie onzichtbaar is.

Ook ‘mijn’ kat van de buren wandelt bij voorkeur dagelijks langs de openstaande keukendeur naar binnen. Wat niet de bedoeling is. Hij overschrijdt alle grenzen. In mijn tuin kan hij namelijk lekker op kikkerjacht. En wat er rondvliegt, vindt hij even interessant. Al zeg ik nog zo vaak dat hij geen kikkers en bijtjes mag molesteren, hij doet het toch. Maar ja, hij is ook mijn grote vriend.

Met zijn baasjes heb ik een prima verstandhouding. Daarom baal ik zo dat hun huis binnen een maand is verkocht. De buurman zei eerder nog met zijn Mokumse accent: ‘We zullen wel zorgen dat je een leuk buurvrouwtje krijgt.’ Hij regelt namelijk alles. Alleen heb ik veel liever een leuke buurman. Maar bijgelovig als ik ben, durfde ik niet door eigen ‘sturing’ de gang van het lot te beïnvloeden. Dus hield ik mijn mond.

En nu komt er toch een vrouw. Tijdens de bezichtigingen kon ik haar horen. Ze praat hard en ze heeft een scherpe stem. Bah. In gedachten noem ik haar nu al ‘dat mens’. Daar moet ik mentaal dus nog even aan werken voordat ze komt.

Dan mijn buurman aan de andere kant. Is een oude weduwnaar en staat niet bekend als ‘makkelijk’. Had een ernstig getroebleerde relatie met drie opeenvolgende eigenaren van mijn pand. Praat niet met zijn buren rechts en aan de overkant. Ziet zijn kinderen zelden. Kennelijk zitten ook die verhoudingen vol trammelant.

Vandaag ging ik met een beetje lood in mijn schoenen bij hem op bezoek. Want er moet al twee jaar iets worden gerepareerd. Een eerdere poging strandde op het korte antwoord: ‘geen geld’. Toch valt er best met hem te praten. Zelfs over zo’n lastig onderwerp als gezamenlijk onderhoud. Misschien maakt hij via mij goed, wat er bij al die anderen is misgegaan.

Breeduit zitten in volle trein

Je mag als man in Madrileense bussen tegenwoordig niet meer met je benen gespreid zitten. Dat komt door die vermaledijde feministen. Die zien daar natuurlijk machogedrag in. Hele studies gaan over het verschil tussen mannen en vrouwen in lichaamshouding. Mannen maken zich breed; vrouwen maken zich klein. Dat is het idee. Ik vraag het me af. Volgens mij hebben breeduit zittende mannen het gewoon warm.

Als voormalig forens tussen Leiden en Den Haag ben ik een ware ervaringsexpert. Niet alleen weet ik precies hoe je zo dicht mogelijk bij de deur kunt komen. (Zonder gedrang en nog voor de trein stil staat.) Ik schat ook binnen een milliseconde in naast wie ik wel of juist niet moet gaan zitten. Vooral wanneer het erg druk is en warm. Dan zorgt mijn expertise voor het verschil tussen een verpeste reis of een ontspannen tocht.

Mannen, bijvoorbeeld, voelen gewoonlijk erg warm aan. Hoe steviger en breder, hoe meer je klem zit op zo’n krap bankje. Dus hoe benauwder het wordt. Daar wil je vandaan blijven wanneer de coupé-temperatuur de 30 graden bereikt. Vooral in de zomer, dan ontbreken jassen als isolatiemateriaal. In de winter kan je zeker je voordeel doen met hun warmte, maar nu even niet. Bij voorkeur zit ik dezer dagen naast een slanke vrouw of niet al te grote man. Als hij zijn benen tenminste niet in de spreidstand houdt. Want ook die benen zijn warm.

Vrouwen kunnen trouwens ook erg warm aanvoelen. Het punt met stevige vrouwen is dat ze minstens evenveel ruimte innemen als brede mannen. Als vrouw zit je overigens wel liever naast een stevige allochtone man dan naast een stevige allochtone vrouw. Want die vrouw heeft zeker geen moeite met lichaamscontact met jou. Veel Nederlanders vinden dat vreemd. In Arabische en Mediterrane landen is dat normaal. En zij verdragen de extra warmte beter dan wij, meestal. Moslimmannen maken doorgaans netjes een beetje ruimte voor vrouwen. Dat moet van Allah.

In drukke coupés mijd je iedereen die afwijkend of verwaarloosd lijkt. Vaak is dat een man, maar soms is het een vrouw. Zo iemand kan jouw kant op zakken als hij in slaap valt, wild om zich heen gebaren of keihard gaan praten. Ook met jou. Een alcohollucht? Wegwezen. Worden ze niet lastig, dan is er toch misschien iets met hygiëne. Je zit tenslotte hutje mutje op elkaar. Van drugs worden mensen vaak rustig. Daar valt goed mee te leven in een warme trein. Kinderen en honden in een volle coupé zijn weer een ander verhaal.

Toch zit ook ik weleens klem naast een man die aan manspreading doet. (Zo heet dat als hij met zijn benen wijd zit.) Dan vraag ik of hij een beetje ruimte kan maken. Doet hij gewoonlijk wel. Al is het soms met een klagelijke zucht en denkt hij misschien: ‘stomme trut’. Daar zit ik niet mee, in een volle coupé.

Vrouwen daarentegen, die hardnekkig aan womenspreading blijven doen met hun pinnige ellenbogen en grote schoudertassen, die vormen pas echt een probleem. Als je daar vriendelijk aan vraagt of ze een beetje ruimte willen maken, weet je bijna zeker dat je de rest van de rit in oorlogssfeer zal doorbrengen. Heerlijk vind ik dat. Dan mag ik graag wat extra stangen.

Foto: Sir Edmund, de Volkskrant, 17 juni 2017.

Brandgevaar! We blijven spelen met vuur

Het is nogal raak deze maand. Eerst die brand in een Londense flat en nu staat Portugal in vuur en vlam. Weinig is zo fascinerend en zo griezelig als groot vuur. En weinig toont zo pijnlijk confronterend aan hoe hardleers we daarmee omgaan.

Pasgeleden las ik in een Leidse krant uit 1912 over een grote brand. In die stad was het gebruikelijk dat weeskinderen met de brandspuit van het weeshuis hielpen blussen. De brand was bij hen om de hoek, maar ze konden niet uitrukken. Want de commandant ontbrak en zonder orders moesten ze wachten. Intussen brandde het pand helemaal af. Afgelopen week stond de brandweer in Goor machteloos omdat de bevelvoerder even weg was. Lees verder “Brandgevaar! We blijven spelen met vuur”