Ervaringen met taxi’s en hun chauffeurs – deel 2

In het vorige logje deelde ik een paar verhaaltjes over mijn ervaringen met taxi’s in diverse landen. Nu volgen enkele afwegingen en veiligheidszaken.

Voorin of achterin 1

Wellicht denk je: ‘laat ik voorin gaan zitten, daar heb ik goed uitzicht’. Weet dan dat dit wordt uitgelegd als: ‘meneer/mevrouw wil graag een babbeltje maken. Dus steken chauffeurs van wal. Dat kan een boeiend gesprek opleveren. Maar eenmaal onderweg kan je moeilijk voortijdig uitstappen. Je moet luisteren naar hun hele levensverhaal en al wat hen verder bezighoudt. Zoals het mismanagement van het plaatselijke wegennet. (Waardoor ze natuurlijk even moeten omrijden).

Voorin of achterin 2

In sommige landen neem ik voor de zekerheid plaats op de achterbank. Anders ben je als alleen reizende vrouw binnen handbereik. Letterlijk. Achterin trouwens ook. Maar daar gezeten wek je sneller de indruk van fatsoenlijkheid. Tegelijk naar achteren graaien en vooruit rijden is bovendien lastig voor de bestuurder. In Turkse bussen geeft men vrouwen wel graag een plek direct achter de chauffeur. Ik vat dit op als hoffelijkheid.

Alles kan op de snelweg

Zodra je in een taxi stapt, leg je je leven in andermans handen. En in het buitenland gelden andere gewoonten. Keihard tegen de stroom in achteruit rijden, bijvoorbeeld, omdat de chauffeur een afslag heeft gemist. Afwisselend links en rechts inhalen kan ook. Net als midden op de snelweg stoppen, als de chauffeur daar behoefte aan heeft. En dan de staat van het voertuig zelf. Ik nam eens een taxi waarin je via gaten het asfalt onder de vloer door zag glijden.

Bepaalde landen stellen snelheidsbegrenzers verplicht. Maar die gaan steeds irritant piepen als de chauffeur een beetje gas geeft. Ze zijn opvallend vaak kapot in taxi’s. Daar weet je zelden hoe hard je rijdt.

Chauffeur met 24-uurs diensten

Vermoeidheid en alcohol bij de chauffeur vormen een risico. Evenals ouderdom en lichaamsgebreken. Bij voorkeur kan hij goed bij de rem en het stuur, en draagt hij een bril op sterkte. Vrachtwagenchauffeurs rijden in Australië op speed soms 24 uur aan een stuk door. Dat mag niet en zulke medeweggebruikers wil je liever mijden.

Evenals taxibedrijven die van hun werknemers 24-uurs diensten eisen. Wat in Kenia gebruikelijk is. Het moet gezegd: tref je zo iemand tegen het eind van zijn dienst, dan krijg je eindelijk de kans om zelf het woord te nemen. Zo’n chauffeur is echt blij als je continu tegen hem praat en af en toe iets vraagt. Voor je eigen veiligheid is dat ook zeker aan te raden.

Advertenties

Ervaringen met taxi’s en hun chauffeurs – deel 1

In de Volkskrant schrijft journalist Jeroen van Bergeijk over zijn ervaringen als Uber-taxichauffeur in Amsterdam. Hij worstelt met zijn rating, waarmee de klant waardering aangeeft. Die mag niet lager zakken dan 4,6 op de schaal van 1 tot 5. Want Uber is onverbiddelijk. Een gestreste Californische zakenvrouw op weg naar Schiphol geeft hem de beste tip: ‘Please, shut up and drive.’ Laat ik als autoloze persoon ook eens wat taxi-ervaringen delen. Te beginnen met twee verhaaltjes over gedeelde taxi’s in het Midden-Oosten.

Taxi delen 0.0

Uber is er rijkelijk laat mee. In niet-westerse landen rijden al decennialang gedeelde taxi’s. Mijn vroegste ervaringen stammen uit de jaren tachtig. In het Midden-Oosten. Nabij busstations of op andere strategische locaties wachten deeltaxi’s daar op klanten. De chauffeurs roepen waar ze heen gaan of benaderen je persoonlijk. Zodra er genoeg passagiers zijn voor hun bestemming, vertrekt het gezelschap.

In een aftandse Mercedes passen minimaal zes personen. Drie voorin (inclusief de chauffeur), en drie op de achterbank. Soms vier. Dat ligt eraan hoe dik ze zijn en of er veel bagage is. Bij vertrek zet de chauffeur een muziekje op (heel luid). Voedsel en sigaretten worden rondgedeeld en de sfeer is vaak gezellig. Naar kinderen en familie informeren doet het altijd goed. Je moet wat bij een urenlange tocht door een woestijn.

Het tarief is rekbaar en bepaal je vooraf, anders kan je beter niet instappen. Soms vergt de onderhandeling meer tijd dan de rit zelf. Mijn record is drie uur bij een grensplaats in Egypte. We vertrokken pas toen de reguliere lijnbus al bijna kwam.

Taxi delen met het gezin

Mensen in het Midden-Oosten zijn vaak hartelijk en gastvrij. Dat mochten een bevriend stel en ik ervaren toen we in Oman waren. We wilden met een taxi van A naar B en gingen op pad. Maar het was bijna lunchtijd. De chauffeur woonde in de buurt en vroeg of we bij hem en zijn gezin wilden eten. Dan zeg je geen ‘nee’.

We worden zeer vriendelijk ontvangen door zijn familie op de ommuurde binnenplaats. Waaronder zijn vrouw en kinderen, een schoondochter, wat loslopende nichtjes en neefjes, en andere bloedverwanten. Daarna gaan de schoenen uit en worden onze handen gewassen in de ontvangstruimte. (Met water uit een kannetje, dat de echtgenote over onze handen giet en opvangt in een schaal.) Vervolgens zijgen we neer op de kussens langs de muur.

De kamer heeft geen meubels, maar is rijkelijk gedecoreerd met kleden, gordijnen en goudkleurige versieringen. Vanachter een bloemetjesgordijn brengt de gesluierde vrouw des huizes dampende schalen binnen. Die zet ze voor ons op de grond neer, samen met flessen Cola en Fanta. Zelf eet ze met de andere vrouwen in haar eigen ruimte.

Na een paar uur wordt het toch eens tijd om verder te rijden. Er ontstaat een hoop gedrentel. Want de echtgenote en het enige zoontje willen meekomen. En zoontjes, waar ook in het Midden-Oosten, zijn kleine koningen. Dus gaat zoontje (circa vier jaar oud) voorin mee. Hij zit zonder autogordel bij mama op schoot en wij zitten gedrieën achterin. Maar het zoontje wil per sé bij papa zitten. Al rijdend hevelen ze hem over. En van onze chauffeur mag hij best autorijden. ‘Kijk eens hoe goed hij het kan!’, lachen zijn ouders trots. Daarom is zoonlief kilometers lang onze bestuurder.

Na een tijd hevelt de chauffeur zijn zoontje wijselijk over naar mama. Niet omdat de situatie onveilig is. Welnee, we naderen een politiepost en hij wil zijn vergunning niet kwijt. Even later begint de peuter weer ongedurig te jengelen. Bij mama zitten is saai, autorijden is veel leuker. Dus wordt hij opnieuw onze chauffeur. Tot het geslinger wat al te gortig wordt. Met een zucht legt vader weer zijn handen op het stuur.

Plan B vanwege de sneeuw

Als ex-Randstedeling uit het Hollandse kustgebied heb ik weinig ervaring met sneeuw. Waar ik vandaan komt, waait en regent het vooral. Heel af en toe dropt een donkere wolk er een witte lading, maar die verdwijnt meestal weer gauw. Leiden heeft nu eenmaal een zeeklimaat. Hier in het Gelderse verre oosten maak ik sinds jaren weer echt barre winters mee. Daarbij hoort een dik pak sneeuw. Alleen zegt iets mij dat de locals er beter mee omgaan dan ik.

Gisteravond werd ik verrast door een opvallend lichte duisternis. Zou het waar zijn? Ja hoor, er lag sneeuw! Wel zeker drie centimeter. Ik schakelde meteen over op plan B. Oorspronkelijk stond er voor vandaag een groepswandeling gepland. Maar die zou vanwege de zware omstandigheden vast worden geannuleerd. Een vriendin uit Leiderdorp had zich al afgemeld. Wel zo verstandig. Zie bij zo’n laag sneeuw maar eens naar het oosten te komen met het OV.

Vanmorgen vroeg was de sneeuw al aangegroeid tot zeker acht centimeter. Prachtig hoor, maar ik had geen tijd te verliezen. Plan B moest direct in werking treden. Dus: als de wiedeweerga provisie inslaan. Noodrantsoenen aanvullen, voor het geval dat. Tenslotte is de dichtstbijzijnde supermarkt wel vijf minuten lopen hiervandaan. Ik wist het zeker. Het hele dorp zou er gelijktijdig met mij naartoe gaan. Het zou stormlopen. Niemand wil honger lijden als je ingesneeuwd raakt.

Dus ik op pad. Gewapend met sneeuwijzers onder mijn stoerste wandelschoenen. Vreemd genoeg was het nogal stil op straat. Hadden ze dan niet in de gaten wat er aan de hand was? Zonder valpartijen en botbreuken bereikte ik de supermarkt. Er lag ruim voldoende eten in de schappen. Ik kon met gemak mijn slag slaan. Eenmaal met volle tassen buiten, haalde ik wat rustiger adem. Tot zover missie geslaagd. Onderweg naar huis maakte ik zelfs foto’s van het pittoreske wintertafereel.

De wandeling werd inderdaad afgelast, wat bij nader inzien toch jammer was. Want de sneeuw zag er zeer aanlokkelijk uit. Zonde om thuis te blijven. Wat later op de dag een klein ommetje maken kon best. Maar kennelijk heb ik toch iets niet begrepen. Want overal stroomde smeltwater, dropen dikke druppels van overhangende takken, liep ik in de smurrie en zat ik binnen no time onder de bagger.

Nu ziet mijn huis er uit alsof ik alsnog van een slagveld kom. Natte paraplu, druipende jas, doorweekte schoenen (hoezo waterdichte Goretex?), kledderige kousen, natte haren, zompige broekspijpen, vieze handschoenen en druppende sneeuwijzers in een vochtige plastic zak. Overal staan en liggen spullen op dweilen en rekjes uit te druipen.

Bovendien schoof de sneeuw met een hoop gestommel en harde plof van het dak af. Bovenop de heggetjes en planten in de voortuin. Ik heb ze moeten uitgraven. Geen wonder dat ze zo klein blijven onder de dakrand. Ik vroeg mij al af hoe dat kwam.

Kennis uit literair werk

We wandelen op de Veluwe en kennen elkaar al ruim tien jaar. Zij is een pas gepensioneerde senior beleidsmedewerkster in het sociale domein. Type brede interesse, bereisd, belezen, moderne kunst, klassieke muziek, bewust gezond, maatschappelijk vrijwilligerswerk en doorgaans verkerend in elitair gezelschap. We praten over de toestand in de wereld, voor ons een vast onderwerp, wanneer ze mij ineens vraagt: ‘Lees je eigenlijk wel boeken?’

Vreemd. Want ze kent mijn vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkelings-geschiedenis. Bovendien weet ze dat ik tegenwoordig nog zelden literatuur lees. Literatuur en kwaliteitskranten zijn de enige publicaties die zij een blik waardig acht. Wat ik eigenlijk nogal beperkend vind. Als je bijvoorbeeld nooit een boekje uit de Bouquet reeks leest, mis je toch inzicht in de voorkeur en verlangens van een deel van de Nederlandse medemens.

Ik voel me plotseling geframed. Onheus weggezet als iemand die ik niet ben.

We vormen ons continu een beeld van de ander, uit overlevingsdrang. Want we moeten bij een eerste ontmoeting direct inschatten: goed of kwaad volk. Is er geen gevaar, dan kunnen we nader kennismaken. Hoe langer we met iemand omgaan en hoe vaker we samen uiteenlopende situaties meemaken, hoe meer aspecten we van iemands persoonlijkheid zien. Een eerste oordeel vellen kan geen kwaad. Als we maar beseffen dat het onvolledig is en het steeds bijstellen. Trouwens, wanneer kennen we iemand nu echt?

Iets vergelijkbaars speelt bij het vergaren van kennis. Wanneer weet je werkelijk alles en begrijp je het geleerde nog ook? Moet je vooral zelf iets ervaren, of is erover lezen genoeg? Moet je ervaring altijd met literatuur onderbouwen, om het waardevol te maken? Moet er altijd wetenschappelijk onderzoek plaatsvinden? Of bereik je linksom of rechtsom op een bepaald moment zelf voldoende wijsheid om de juiste conclusie te trekken? Voor zolang als die van toepassing is.

Op vakantie naar Somaliland

Somaliland in de Hoorn van Afrika is een probleemgeval. Kijk naar de buren: Somalië, Eritrea, Djibouti, Ethiopië; plus Saoedi-Arabië en Jemen aan de overkant. Geen mens peinst erover om daar vakantie te vieren. Maar Somaliland heeft voor fijnproevers wel wat te bieden. ‘Het historische centrum van Berbera [aan de Golf van Aden] is een toonbeeld van de rijke, pre-twintigste eeuwse Ottomaanse architectuur met wijken waar ooit een bloeiend verkeer bestond tussen Arabische, Indiase en Joodse handelsgemeenschappen.’

Deze zin alleen al geeft het land een magische aantrekkingskracht. Helemaal voor liefhebbers van het historische Midden-Oosten. En ik ben zo iemand. In de wijde omtrek van de Arabische wereld tref je op eeuwenoude handelsroutes dergelijke culturele kruispunten aan. Tot ver in donker Afrika en in China. Deze plaatsen fascineren mij mateloos.

De tastbare sporen liggen er voor het oprapen. Overblijfselen van culturen en samenlevingsvormen waarvan wij in het Westen nog altijd nauwelijks sjoege hebben. Ondanks alle kennis en het internet van de 21ste eeuw. Vergane glorie uit lang vervlogen tijden. Stammend uit de hoogtijperiode van onder meer Arabische geleerden. In eeuwen opgebouwd. Lang voordat islamitische en libertarische fundamentalisten alle wetenschap van de aardbol probeerden te vagen.

Lees het artikel Somaliland zoekt toeristen op Afrika Nieuws, uw alternatieve en wel betrouwbare informatiebron.

Als je kinderen je lief zijn

Sinterklaasavond. Er staat een onopvallend bericht in de Volkskrant over giflekjes bij de Dordtse teflonfabriek van Chemours. Met daarin zinnen als: ‘Deze giftige stof, kortweg PFIB genoemd, is een bijproduct van de teflon-productie en al bij zeer lage concentraties schadelijk voor de gezondheid.’ Tjee zeg. Wat denk je, zou Sinterklaas vanavond ook bij ons langskomen?

Gelukkig gedraagt dit bedrijf zich voorbeeldig. Het ‘heeft de lekkages zelf gemeld aan de overheid.’ Onze overheid heeft het beste met ons burgers voor, dat weten we allemaal. Daar kunnen we op blindvaren. Iemand nog een paar bitterballen?

We komen ook deze tegen: ‘Chemours heeft intern onderzoek uitgevoerd en daarover een rapport gestuurd aan de regionale milieudienst DCMR.’ Voortreffelijk, jongens. Wij Nederlanders zijn dol op rapporten. Alleen zijn we wel druk, druk, druk. Want het schijnt dat er ‘sinds Rutte’ nogal bezuinigd is op milieudiensten. Wat hoor ik daar? Klop, klop klop. Zou dat Sint zijn met de Pietermannen?

‘PFIB is tien keer zo giftig als mosterdgas’ zegt toxicoloog Jacob de Boer van de VU Amsterdam. Deze ervaringsdeskundige weet welke bewoordingen in bepaalde kringen wenselijk zijn: ‘Het is verbazingwekkend dat deze stof zo vaak vrijkomt bij Chemours.’ Verbazingwekkend, dit even voor de niet-verstaanders, is een eufemisme in koeienletters. Maar dit terzijde. Jongens, wat een berg cadeaus! Nee Jordy, één tegelijk uitpakken.

‘Chemours onderstreept dat het bedrijf beschikt over een geavanceerd detectiesysteem met meer dan honderd meetpunten.’ Gaap. Zijn er nog pepernoten? De brave inwoners van Dordrecht kunnen vanavond met alle plezier Sinterklaas vieren. En daarna met een gerust hart naar hun bedjes gaan. Oogjes toe, hoor. Want: ‘Ook de autoriteiten zeggen dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.’ Dus slaap lekker vannacht. (Onthoud wel even die autoriteiten.)

Wacht, wat staat daar nu? ‘Toxicoloog De Boer vindt het onverantwoord dat PFIB in de buurt van woonwijken mag worden uitgestoten en roept op om de vergunning aan te passen.’ Terecht, terecht. Van de vergunning moeten we het hebben. Op onze degelijke Nederlandse ordelijkheid en regelgeving kunnen we vertrouwen.

Voor wie meer wil weten, zou ik zeggen: luister naar Mark Rutte en de andere sprekers in 2Doc Beerput Nederland. Een kleine waarschuwing. Hierna zal ons gemoedelijke kikkerlandje nooit meer hetzelfde zijn.

Maar elk nadeel heb ze voordeel. Mestoverschotten? Je zal er voortaan om lachen. Autogordels? Ach, laat toch zitten. Dumping van drugsafval in natuurgebieden? Is gewoon Brabantse folklore; het waren daar altijd al smokkelaars. Giftige vuurwerkdampen? Doe niet zo moeilijk, joh. Moet voor een dagje per jaar kunnen. Echt, dit zijn peanuts. Stelt allemaal niets voor, vergeleken bij wat de documentaire over ons land laat zien.

Zo, hè, hè, de kinderen zijn naar bed. Wat hadden ze een pret. Iemand een biertje?

Déjà vu ontmoeting met oude buren

Het is een beetje een aparte gewaarwording. Nog niet zo lang geleden vlogen hij en ik elkaar zowat in de haren. Bij wijze van spreken dan. Hij woont hier om de hoek. Toevallig zien we elkaar weer een paar weken later. Er moet een oplossing komen. Niemand van de betrokkenen wil dat de situatie voortduurt. Deze keer probeer ik het op een andere manier. Al weet ik niet goed hoe en waar te beginnen. Hij ziet het en vreemd genoeg zorgt dat voor een doorbraak.

Prompt vertelt hij uit zichzelf een heel verhaal. Tot dan toe was hij een onbekende, van wie ik slechts vaag een indruk had. Terwijl het veel kan schelen als je raakvlakken hebt. Hij praat honderduit over wat er langer geleden is voorgevallen. Ook laat hij heel wat los over zijn leven en zijn werk. Hij noemt zelfs zijn oude adres met huisnummer en al, in Leiden. Wat!?

Het zal toch niet wáár zijn? Dat uitgerekend hij hier in het oosten de levende connectie vormt met mijn geboortestad. Het wordt nog bizarder, want hij vertelt doodgemoedereerd verder. Over zijn stiefvader, een nationale beroemdheid. Een paar nummers van diens band staan nu in de Top 2000. Deze man woonde tijdens mijn jeugd bij ons op de hoek van de straat, in het dorp waarin ik ben op gegroeid. Nou já zeg! De stiefvader is inmiddels ook hiernaartoe verhuisd.

Vandaag kwam ik ze tegen: de stiefzoon, de beroemdheid, en de vrouw die hen samenbracht. Gewoon even verderop in ons dorp, in Gelderland. Ik hoor de stiefzoon bij het naderen vertellen waar ik ooit woonde, en daarna groet hij. Gedrieën vormen ze een halve kring om mij heen. Recht tegenover me staat de beroemdheid.

Daar staan we dan als voormalige dorpsgenoten, elkaar glimlachend te monsteren. Allebei met onze handen in onze zakken. Ik herken hem direct, maar hij zal niet weten wie ik ben. We delen een stukje dorpsgeschiedenis, maar schelen twintig jaar. Toch verwacht ik het elk moment. Dat hij het gaat vragen. Zodra ik mijn achternaam heb genoemd. Of ik er eentje van Dorus ben.