Grote rode bulten allergie

Ze zijn nogal zichtbaar: de grote rode bulten op mijn huid. En ze dijen nog uit, ondanks medicijngebruik. Zalf kalmeert mijn huid in elk geval. Dat scheelt een hoop jeuk. Het ziet er alleen vlekkerig, verhit en beroerd uit. Toch moet ik ermee over straat. Vandaag voor de boodschappen en maandag voor de eerste dag op mijn nieuwe werk.

Een aantal bulten in mijn hals en nek gaat schuil onder haar. Bij meewind waait er een lok voor mijn getroffen gezicht. Dit helpt. Gelukkig komt de kat van de buren mij als eerste tegemoet. Die is tenminste onbevooroordeeld. In een drukke straat blaast de wind echter alle haren uit mijn gezicht. Daarom wandel ik voorlopig aan de kant waar het rustiger is. Zo kan ik geleidelijk wennen aan de confrontaties. Voor mijn gevoel ziet iedereen van grote afstand dat er iets mis is.

Onderweg bedenk ik alvast snedige opmerkingen voor aanstaande maandag. Om te gebruiken als ijsbreker bij het voorstelrondje. Want al voel ik me beslist ongemakkelijk door die gevlamde huid, ik ga mezelf niet klein maken. Het is logisch dat mensen het geen aangenaam tafereel zullen vinden. Maar het is hun probleem als zij daar niet voorbij kunnen kijken.

Er passeren voetgangers, fietsers en automobilisten. Niemand lijkt iets op te merken. In een winkel moet ik naar een artikel vragen. De medewerker antwoordt zonder blikken of blozen en de caissière geeft evenmin een kik. Iedereen gaat op in zijn eigen wereldje. Geen mens die mijn allergie ziet.

Toch ben ik blij dat deze situatie tijdelijk is. Ooit stond ik vlak achter iemand voor een toonbank. Toen hij zich omdraaide, schrok ik zo van zijn door brand verminkte gezicht, dat ik onwillekeurig terugdeinsde. Hij heeft levenslang.

Slecht humeur

Het moet gezegd: al weken zitten mij veel dingen dwars. Die werken door op mijn gemoed en gestel. Zo is er een lastige onderhoudszaak die ik nog met de buren moet bespreken. Daar zullen zij echt van opvrolijken. En dan mijn blijdschap over de nieuwe opdracht. Die wordt nogal overschaduwd door de zware voorwaarden waarvoor ik heb moeten tekenen. Hierdoor ben ik onder meer een flink bedrag kwijt aan een overbodige beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

Dit had een vakantieweek vol leuke activiteiten kunnen zijn. In plaats daarvan zit ik met zorgen en vallen uitstapjes door regen in het water. Bovendien ben ik alles behalve fit en kamp ik met plotseling opspelende overgangsperikelen. En dan te bedenken dat ik volgens de voorwaarden niet ziek mag worden. Van de weeromstuit is mijn lichaam gaan dwarsliggen.

Want nu zit ik weer helemaal onder de rode bulten. Komt het door de stress? Ligt het aan de onlangs verorberde vette haring? Of verdraag ik de bramen uit mijn eigen tuin slecht? Er zitten grote rode plekken in mijn gezicht, hals en nek. Precies daar waar je ze het beste ziet. Terwijl ik maandag begin en dan aan allerlei belangrijke mensen wordt voorgesteld.

Wat ik in deze omstandigheden al helemáál niet verdraag, zijn mensen met verzachtende woordjes of goede raad. Zo van: ‘Joh, maak er toch geen punt van. Dan doe je toch gewoon even dit of dat.’ Er is dan ook niemand die mij zo goed begrijpt als een kat.

(Bron cartoon: Libelle, Studio Jan Kruis, 2017.)

Geworteld in Nederland

Een Armeense moeder is uitgezet en haar twee kinderen van elf en twaalf verblijven hier nu illegaal. Hulpverleners willen voorkomen dat ook zij moeten vertrekken. De kinderen wonen hier al sinds 2008 en zijn dus ‘geworteld’ in Nederland.

Ik vraag mij af waarom er geen advocaat is die opkomt voor kinderen van expat-ouders. Die worden namelijk van hot naar her over de aardbol gesleept. Of ze het nu leuk vinden of niet. Ook bij gezinsherenigingen in Nederland geldt het argument van geworteld zijn in het land van herkomst blijkbaar niet. Vreemd.

Gewetensvraag in de plantenzaak

De vorige eigenaresse heeft aan de straatkant een Engels tuintje aangelegd met buxushaagjes en hortensia’s. Toen ik het huis kocht, stond alles er picobello bij. Achteraf gezien moet ze daar veel zorg aan hebben besteed. Ik woon op arme zandgrond en die is meestal kurkdroog. Het vergt dan ook de nodige bemesting en bewatering om alles groen en fleurig te houden. En nu wordt mijn pronktuintje bedreigd. Want wat blijkt? De buxusmot is bezig aan een desastreuze opmars.

Eerst werd een van mijn mooie bolvormige struiken een beetje rafelig. Er kwamen bruine plekken in en daarna werd hij kaal. Van dichtbij ziet het er onsmakelijk aangevreten uit. De kaalslag breidde zich snel uit naar de ernaast staande struikjes.

Dus op naar de plantenzaak. In het schap staat een batterij bestrijdings- middelen in soorten en maten. Van zwaar giftig tot milieuvriendelijk. Een aardige medewerker vol tatoeages vraagt of hij kan helpen. Ik ben hier duidelijk niet de enige die met buxusmot zit opgescheept. Het gezochte middel is helemaal uitverkocht. ‘We konden nog net een doosje krijgen van een ander middel.’, vertelt hij.

Hij stelt een keuze voor tussen het grove geschut en het zachtaardige ecologische product. En hij vraagt wat ik wil. Het milieuvriendelijke middel werkt op basis van kruiden. Een ander is nog slimmer gebaseerd op kennis van de natuur. Dat werkt met feromonen, maar daarvoor is het in dit stadium te laat. Tja, daar sta ik dan, met mijn achtertuin vol bijen- en vlindervriendelijke struiken. Ik wil helemaal geen gif. Maar die rotrupsen vreten mijn haagjes kaal waar ik bij sta. Rücksichtslos kies ik voor het kwade.

Eenmaal terug wrik ik met moeite de bijna dode bolle buxus uit de grond. Ernaast blijven wat zielige struikjes over. Misschien zijn die ook al reddeloos verloren, maar de rest staat er nog tamelijk gezond bij. Gewetenloos sla ik aan het sprayen. Ik zie het ongedierte voor mijn ogen ineenkrimpen. Of is dat mijn verbeelding? Daarna gaat het regenen.

Tevreden over deze doeltreffende actie stap ik weer naar binnen. De volgende ochtend zie ik een rups bewegingloos op een struikje zitten. Die is goed te grazen genomen. Maar even later is hij verdwenen. Nee! Inmiddels heb ik met de hand zo veel mogelijk rupsen tussen de blaadjes vandaan geplukt. Zeker dertig stuks en het is een slijmerige toestand.

Ik betwijfel of het gif afdoende was. Een straat verderop zag ik vergelijkbare kaalslag. Daarom wacht ik met angst en beven het naderende onheil af. Natuurlijk, dit is klein bier vergeleken met de dreigementen van Noord-Korea en de Amerikanen. Daarom zou ik willen dat roekeloze leiders milieuvriendelijk gingen tuinieren. Dan kunnen ze hun overtollige energie kwijt en beseffen ze eindelijk hoeveel moeite het kost om iets duurzaam op te bouwen.

Stadsverkenning Doetinchem

In de Volkskrant van gisteren staat dat winkelketen Tuunte failliet is. Deze damesmodezaken zitten vooral in Oost-Nederland. ‘Overleven in provinciesteden is ongelooflijk moeilijk’, beklemtoont directeur Louis van Andel. ‘De aantrekkingskracht van winkelstraten in nabije grote steden is enorm. Jonge consumenten shoppen liever in Arnhem dan in Doetinchem.’ Ik weet het. Zaterdags stroomt de Achterhoekse jeugd Arnhem binnen na aankomst van het boemeltje uit Winterswijk. Op feestdagen idem dito.

Toevallig was ik diezelfde dag voor het eerst in Doetinchem. Dit nog in het kader van verkenning van mijn ‘nieuwe’ woonomgeving. Tijdens bezoeken aan zulke provinciesteden valt mij steeds op dat ze ‘anders’ zijn dan ik gewend ben. Want Leiden lijdt al sinds 1574 aan chronisch ruimtegebrek. Daardoor voelen steden met brede wegen en open terreinen steevast ‘vreemd’ aan.

Bovendien kampen kleinere steden in het oosten vaak al jaren met teruggang. Qua winkelsluiting zijn veel zaken Tuunte voorgegaan. Ook andere bedrijven verdwenen de afgelopen decennia. In Doetinchem stuit je nabij het station op oude fabrieks- en bedrijfspanden. Ik weet niet wat er ooit allemaal was, maar nu is er leegstand. Een deel kon voortbestaan en een ander deel kreeg een nieuwe bestemming.

Vlak buiten de rand van het oude stadshart (waar vroeger een stadsmuur was) staan nu kantoren en een modern stadhuis. Het historische centrum met winkelstraten is compact. In het midden staat een eeuwenoude kerk op een plein met terrasjes. Het gaat er gemoedelijk aan toe en het is er gezellig druk. Hierdoor heeft Doetinchem wel iets weg van stadjes in Brabant.

Al hebben winkels het zwaar; het aanbod is nog divers genoeg. Ik heb er wat spullen gekocht. Je moet volhouders tenslotte steunen. Verder heeft Doetinchem een echte rivier (de Oude IJssel, altijd aantrekkelijk), een molen en een langgerekt stadspark op de oever. De stad doet mee aan een groen lint van bijzondere beplanting tot in Duitsland aan toe. Er is meer te zien, maar daar kwam ik niet aan toe.

Ik kreeg namelijk honger en heb een snackbar bezocht. Geen zaak met Chinese eigenaar en hangjongeren, maar een cafetaria met een mevrouw achter de toonbank die de patat op een bordje bracht. Vermoedelijk vond ze het sneu dat ik alleen was. (De Achterhoek is nu eenmaal vrij traditioneel.) Dus legde ze ook de Telegraaf en de Gelderlander op mijn terrastafeltje neer. Lief, toch?

Op de terugweg zag ik een verwijzing naar de Wei van Ome Karel. Dat maakte nieuwsgierig. Zo belandde ik als toegift nog onverwachts in een fraaie villawijk.
Ach, laat jongeren lekker shoppen in Arnhem. Dan kan deze semi-oude taart rustig haar gang gaan in Doetinchem.

Kleding voor binnen het glazen hokje

Zoals elk normaal mens draag ik hooguit 50% van wat er in mijn kledingkast hangt. Bepaalde kledingstukken zitten nu eenmaal lekkerder dan andere. Los van de mindere goden heb ik een verzameling kleding voor het geval dat. Zoals voor het geval ik naar de tropen ga én voor het geval de temperatuur ver onder nul zakt. Plus voor het geval er een feestje is, of voor wanneer ik naar kantoor toe moet. Want dan moet je iets passends dragen. Verder heb ik kleding voor sportieve uitstapjes; pyjama’s en nachtjaponnetjes; een hele rij jassen voor alle weersoorten, en nog wat ongeregeld spul. Daarom is het nogal krap in mijn kledingkast.

Zojuist heb ik een poging gedaan om een beetje ruimte te maken. Het viel weer niet mee. Ik kwam allerlei jasjes tegen, die ik nog nooit heb gedragen. Zonde om weg te doen, nietwaar? En dan die mooie broeken waar ik niet langer in pas. Eigenlijk al vijf jaar niet meer. Daarom liggen ze helemaal onderin de kast. Maar ze staan me aanzienlijk beter dan wat er de afgelopen jaren in de mode was. Vandaar. Als ik die broeken toch wil dragen, moet ik blijven staan om adem te kunnen halen. Lastig hoor, bij zittend werk. En even wat kilootjes afvallen is natuurlijk te veel gevraagd.

Met veel pijn en moeite heb ik drie stapeltjes gemaakt. Een stapeltje compleet verwassen kleding voor de vuilnisbak. In ons kakkineuze dorp mag je namelijk geen lompen in de kledingbak deponeren. Dan nog een stapeltje dat wel in de kledingbak kan voor het goede doel. Het derde stapeltje wil ik via een tweedehandswinkel verpatsen.

Je zou denken dat een paar nieuwe pyjama’s uit een vorig logje aanleiding zijn voor deze opruimactie. Maar nee, de dresscode bij mijn aanstaande werkgever zorgt voor enige twijfel. Gelukkig hoef ik slechts een dag per week op kantoor te komen. Daardoor kan ik eenvoudig verhullen dat mijn best zittende kleren uit C&A-winkels komen. Toen ik nog vast werk had, kocht ik wel vaker in boetieks. Bovendien valt de overgang van de zomer naar de herfst precies in die werkperiode. Dit verkleint de kans dat ik steeds hetzelfde nette vestje ga dragen.

Schoenen vormen wel een dilemma. Ik heb heerlijke zwarte laarsjes. Die kunnen bij vrijwel al mijn broeken. Alleen droeg ik ze zes jaar geleden ook al, toen ik bij dezelfde werkgever rondliep. Degene die mij inhuurt, zal ze zeker herkennen, want zij had ze toen ook. Ander passend schoeisel is voor kantoor toch te bloot of te plat, of kraakt gênant bij het lopen. Ik heb keurige schoenen met een klein hakje voor dames van zekere leeftijd. Eigenlijk val ik zelf binnen die categorie, qua leeftijd dan. Maar gevoelsmatig horen ze helemaal niet bij mij. Zo heb ik nog twee paar ongedragen ‘professionele’ schoenen in de kast staan. Het liefst zou ik comfortabele stadswandelschoenen dragen.

Oh, en dan nog een tas. Onlangs was ik bij een netwerkbijeenkomst voor kleine ondernemers. We deden een oefening. Op basis van elkaars uiterlijk (kleding, schoenen, stijl) vertelden we hoe de ander op ons over kwam. Ik had mijn nette, donkerblauwe rugtas bij me, maar die vond iemand toch te informeel. Maar als ik straks vier uur reistijd heb, wil ik wel graag van alles meenemen voor onderweg. Daarvoor is mijn beschaafdere zwarte leren tas te klein.

Op kantoor zou ik best bedrijfskleding of een uniform willen dragen. Dat zou het leven veel aangenamer maken. Helaas. In Nederland moeten we zo nodig individualistisch zijn en onze identiteit via kleding uitdragen. Blabla. Want ondertussen zitten we nog altijd met die glazen hokjes, vooral op kantoor. We kunnen nog lang niet overal kleding naar eigen keuze aan doen.

Een petitie pro uniform dan maar?

Vrijdag de dertiende

Wat een dag vandaag. Iemand heeft mij gevraagd om iets te doen. Er zitten wel een paar voorwaarden aan vast. Belangrijke zaken, met potentieel grote consequenties. Ik kan ze niet negeren en ze zijn urgent. Die persoon is weken geleden een puntje vergeten. Nu mag ik alles halsoverkop rechtbreien. Zo gaat dat altijd, hè, het lijkt wel werk. Want mijn deadline blijft ondertussen staan op de eerder afgesproken plek. Kortom: ik heb die opdracht.

Al om 7:15 uur zit ik startklaar achter mijn laptop. Eerst een kort e-mailtje sturen. Dat gaat vlot. Maar dan. Ik hoor niets van mijn bel-mij-terug-afspraak tussen 9 en 12. Wat blijkt? De batterijen van mijn vaste telefoon zijn lek. Ik moet een heel lijstje afwerken om tijdig vervolgstappen te kunnen zetten. De ene website werkt niet, de andere lijn valt even weg. Ik krijg geen e-mail met grote bijlagen verzonden en sta tijden in de wacht. Wanneer ik een document wil afdrukken, loopt mijn printer vast. En zo voort, en zo verder, de hele dag lang.

Weet je wat nu zo raar is? Op vrijdagen de dertiende heb ik hier nooit last van.

Verder ben ik blij, hoor. Ik ga weer een paar maanden aan de slag.