Alibaba en de Chinezen

Het moet in 2003 zijn geweest, op dienstreis in Oeganda, nu vijftien jaar geleden. Toen ik voor het eerst hoorde over investeringen door China in Afrikaanse landen. Mooie snelwegen werden aangelegd en havens uitgegraven. Die wegen waren een hele verbetering voor de plaatselijke bevolking. (Althans, de wegen die het Afrikaanse vrachtverkeer langdurig konden dragen.) En handig om alle denkbare grondstoffen vlot naar Chinese fabrieken af te voeren.

In die tijd las ik ook over Oost-Afrikaanse marktkoopvrouwen. Big mama’s die hun mannetje staan. Ze importeren zelf rechtstreeks hun koopwaar, zonder tussenhandelaar in Afrika. Ieder kwartaal vliegen ze naar Dubai of Shanghai om flink in te slaan. Zou je niet verwachten, van zo’n op het oog eenvoudige marktkoopvrouw.

In 2006, dichter bij huis in Europa, was ik op vakantie op Kreta. We kwamen door een prachtige, weidse vallei aan de rand van de zee. Een onderontwikkeld landschap en daarom extra mooi en pittoresk. ‘Als de plannen doorgaan, zal dit allemaal verdwijnen.’, vertelde de gids. ‘Want China ziet in deze locatie een ideale plek voor een haven als tussenstation. Voor distributie naar de rest van Europa en Noord-Afrika.’ Inmiddels is Piraeus, die andere, veel oudere Atheense haven, in handen van de Chinezen. Wel zo makkelijk, hoeven ze op Kreta niets meer te bouwen. Piraeus wordt hun grootste containerhaven in de Middellandse Zee.

Nog een jaar later, op een mega-grote handelsbeurs in Frankfurt, stond een stand van het Chinese Alibaba. Ik heb er nog pennen van liggen. Want Alibaba was gul met uitdelen en nieuwe zakenvrienden maken. Alibaba is de digitale schakel die de tussenhandel in de hele wereld kan wegvagen. Toen kon ik er weinig mee. Het productaanbod van de Chinese producenten was op hun interne markt afgestemd. Ik zag te zoete kleurtjes, afwijkende maten en niet het gewenste materiaal. En er zat geen enkele producent tussen die zelfs maar in de buurt van fairtrade kwam.

Maar Alibaba heeft niet stilgestaan. Deze week zocht ik op internet naar plantenrekken, tuinstoelen en gegalvaniseerde vuilnisbakken. Het is overal Alibaba wat de klok slaat. Er staan zeker aantrekkelijke artikelen tussen. Weet alleen wel dat je bij een bestelling voorgoed je privacy kwijt bent.

In Weert staan zestig winkels leeg. Maar deze gemeente huisvest eveneens gigantische distributiecentra. Goederen komen van de Rotterdamse containerhaven naar het Limburgse Weert, die uiteindelijk als pakketjes bij huishoudens in Europa worden uitgeserveerd. Het is hier net Kreta.

Programmamaker Ronald Duong in de VPRO Gids: ‘In 2015 deelde Ma [de oprichter en eigenaar van Alibaba], alweer in Davos, [op een bijeenkomst met regeringsleiders] zijn jongste inzicht. Wat hij eerst in China deed  wil hij nu mondiaal gaan doen: kleine ondernemingen wereldwijd in contact brengen met klanten wereldwijd.’ Dit levert mooie kansen op, maar ook risico’s. Ondernemer Marc van der Chijs: ‘Buiten China is men toch redelijk naïef, vind ik nu. De ambities zijn bij Chinezen veel groter dan elders. (…) Er zullen twee grote spelers overblijven, Amazon en Alibaba.’ 

Dat wil ik best aannemen. In elk land waar ik ze heb gezien, zijn Chinezen zakelijk vrijwel altijd succesvol. En je kan van de Chinese overheid veel zeggen, maar er zijn zaken die ik beslist waardeer. Ze heeft een lange-termijnvisie, ze ziet het grotere verband en ze denkt voorbij de eigen grens. Dat mag Europa van mij ook wat explicieter doen, zolang ze de win-winprincipes van people, planet, profit daarin meeneemt.

Vanavond komt vanaf 21.05 uur VPRO Tegenlicht: Shoppen volgens China op NPO2.

Advertenties

Geef ons platteland brood en spelen

Na het logje van gisteren, wil ik even wijzen op hoe het ook kan. Neem nu de druk op onze agrarische sector. Die wereld zit vol toonaangevende producenten, terwijl een deel daarvan toch nauwelijks kan overleven. En waar moet het heen met ons landschap? Dat vroeg Rijksbouwmeester Floris Alkemade zich ook af. Hij zet met de prijsvraag Brood en Spelen de vernieuwing van het platteland hoog op de agenda.

Goede ideeën of meer weten? Lees verder op https://prijsvraagbroodenspelen.nl/.

Het kan wél! Zo.

Vliegveld Lelystad: zat Gelderland te slapen?

Toen ik gisteren de kaart met de nieuwste vliegroutes vanaf Lelystad zag, schrok ik me wezenloos. Maar liefst zes routes gaan over de provincie Gelderland. Waarvan drie op vijf tot tien kilometer van mijn woning. Ook krijgt de provincie er een nieuwe wachtlus bij. Blijkbaar vooral door toedoen van het assertieve Overijssel. Dat komt nu met slechts drie armzalige vliegroutes weg. Fijne buren, zeg.

Hebben ze soms zitten slapen in ons provinciehuis? Hadden ze werkelijk het idee dat hun beschaafde brieven serieus zouden worden genomen, daar in Den Haag? In de zienswijze van Gelderland worden slechts zorgen geuit. Plus de hoopvolle verwachting dat de regering vanwege de Veluwe geen afbreuk zal doen aan paragraaf 3.5 Leefomgeving in het regeerakkoord. Onze provincie had met de vuisten op tafel mogen slaan en met voorstellen mogen komen, als je het mij vraagt.

Gelderse provinciebestuurders zijn véél te lief (of naïef). Twee routes gaan toch wel dwars over ons nationale park heen. Precies zoals de regering over de provincie en de hele Nederlandse bevolking heen walst. Met name zodra men de hijgende adem in de nek voelt van het grootkapitaal op Schiphol. Dat is nooit anders geweest. Met 22 jaar bewonerservaring onder de rook van de Kaagbaan weet ik wat beloftes waard zijn.

Ondertussen denk iederein an zèn ège, in goed Haags. De Flevopolder is boos over het uitstel. Terwijl wethouder Leon Meijer van de gemeente Ede de victorie kraait. Want twee routes zijn nu oostwaarts verlegd en gaan niet langer over zijn gemeente heen. Gefeliciteerd ermee. Wedden dat de rust in Ede van korte duur zal zijn?

Dankzij meneer Meijer mogen Wageningen, Bennekom en de gemeente Renkum straks creperen. Want die krijgen dan het tweerichtingsverkeer dat eerder boven Ede was gepland. Toevallig was ik net in 2015 naar die omgeving verhuisd. Onder meer om van Schiphol af te komen.

Volgens minister Van Nieuwenhuizen is er zoveel mogelijk geluisterd naar de wensen van de omwonenden. Dat zal best. Maar ons land is gewoon te klein voor de grootheidswaan van het bedrijfsleven. Dat is de kern van het probleem en juist daar doet niemand wat aan.

Bron afbeelding: de Volkskrant/maps4news – tb/wm Bron: rijksoverheid.nl.

Plogje – Kneuterig is wel zo knus

Kneuterige spulletjes. De een haalt er zijn neus voor op, dan ander zwelgt er in. Ik zit daar een beetje tussenin.

Vandaag liep de wandelroute langs het Schot bij landgoed Hoekelum, waar ik eerder al over schreef. Je kan er je hart ophalen aan frutseltjes en knusse spulletjes. Alledaagse voorwerpen uit grootmoederstijd krijgen er een nieuw leven. Een koekblik wordt een lamp en een oliestel fungeert als plantenpot. Er hangen gehaakte pannenlappen, waar je van moet houden. En je kan er koffie drinken uit bloemrijke bone china. Kortom, het is er nogal een allegaartje, maar wel leuk.

Daarna volgde een tocht door het gevarieerde boslandschap tussen Ede en Wolfheze. Met een tussenstop bij kwekerij De Boschhoeve, waar het nu krioelt van de sneeuwklokjes. Je zou het niet verwachten, maar die komen in soorten en maten. En sommigen kosten een vermogen. Er is komend weekend zelfs een sneeuwklokjesfestival. Ach, tussen alle serieuze zaken door is dat wel zo knus.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Mensen, denk eerst ff zelf na

In de Volkskrant beantwoordt Jan Timmer, voormalig president-commissaris van Philips, de vraag welke fouten de politiek heeft gemaakt. ‘De politiek heeft gedacht dat het kapitalisme zichzelf zou kunnen reguleren. Dat is een groteske ontkenning van de menselijke natuur. Mensen willen bedriegen en bedrogen worden. Europeanen denken dat vrijhandel een groot goed is. (…) Maar in werkelijkheid hebben ze vrijhandel ondergeschikt gemaakt aan macht.’ (16 februari 2018.)

Dat mensen bedrogen willen worden, herken ik wel. Bij die rel rond Oxfam blijkt weer dat mensen vaak verbolgen reageren, zonder zich in feiten te verdiepen. Dat snap ik niet. Want er is nooit een tijd geweest waarin Vadertje Staat, meneer pastoor, de burgemeester en de fabrieksdirecteur volkomen belangeloos het beste met de gewone man voorhadden. En er was nooit meer informatie voorhanden dan nu.

Dat veel mensen matig zijn geïnformeerd, heeft consequenties. Als medewerker van een ontwikkelingsorganisatie werd ik 9 ½ jaar lang overstelpt met vooroordelen. Ze passeerden in een eindeloze stroom de revue. Daar was geen seksrel voor nodig.

Ik stuitte op vooroordelen vanuit relatief onschuldige onwetendheid, of vanuit pure domheid (wel hersens hebben, maar ze niet gebruiken). Ook speelden bekrompenheid en een groot gebrek aan nuancering (of levenservaring) een rol. Maar bovenal zag ik hoe blind mensen zijn voor het tegenstrijdige in hun eigen gedachtengang. De meer extraverte types schroomden niet om botweg alles te zeggen wat ze dachten. Dat mag kennelijk, tegen een medewerker van een sector die draait op subsidies en donaties. Zo iemand is vogelvrij.

Weinig commentatoren beseffen hoe ze als een grammofoonplaat blijven hangen. Steeds weer draaien ze hetzelfde liedje af en steeds weer komen ze bij hetzelfde oordeel uit. Ik vind zulke mensen utterly mind-numbing boring. Vaak is hun ervaring gebaseerd op één enkele situatie van soms wel tien jaar geleden. Of ze hebben iets in de Telegraaf gelezen. Daarna hebben ze nooit meer verder gekeken of iemand een herkansing gegeven. Laat staan dat ze hun mening herzien. Lekker makkelijk. Maar als je zelf stil blijft staan, ga dan ook niet dreinen omdat je links en rechts wordt ingehaald.

Ik leg niemand een andere levenswijze op doordat ik hecht aan fairtrade. Voornamelijk richt ik mijn pijlen op het bedrijfsleven. Want dat heeft onderhand meer invloed op politiek beleid dan de inwoners van een land. Kijk maar naar het aantal lobbyisten in Brussel alleen al.

De aarde en de wereldbevolking worden er beter van zodra ondernemingen de principes van people, planet, profit omarmen. Behalve die 1% schathemeltje rijken dan, die circa 50% van alle vermogen bezit. Dat groepje moet helaas iets inleveren. Maar geld maakt toch niet gelukkig, dus wat willen ze met zo veel ervan?

Oh … wacht. Wát zei Jan Timmer ook alweer? Dat alles draait om macht. Juist ja. Dat is ook bij armoedebestrijding het geval. Daarom zeg ik dit tegen al die oratoren. Denk even na voordat je iets uitkraamt. Want grof gezegd ben ik niet degene die jou naait. Trouwens, als je niet nadenkt, vraag je daar zelf om.

(Sorry hoor, ik heb mijn roeping als SM-meesteres gemist.)

Tekening door de cartoonist & observator Peter van Straaten.

Grote stroomstoring in en rond Arnhem

Wanneer ik achter mijn laptop zit, floept plotseling overal de stroom af. ‘Piep’, zegt de magnetron. ‘Piiiep’, antwoordt de tv. De laptop schakelt over op zijn eigen batterij. Ineens is het stil. Stroomuitval ken ik van vroeger. Toen kwam het soms voor. Daarom liggen er nog kaarsen en lucifers in de kast. Heel ouderwets, voor het geval dat. In arme landen is het ook een bekend fenomeen. Daar hebben bedrijven en organisaties generators voor dit soort situaties. Maar wij hier beginnen niets meer zonder stroom.

Geen radio, geen tv, geen magnetron, geen inductiekookplaat, geen koelkast, geen wasmachine, geen licht, etc. Zélfs geen verwarming op gas. Want de nieuwe slimme meter behoeft ook stroom. Daar is vast goed over nagedacht.

Na een minuut of vijf komen alle apparaten weer tot leven. ‘Piep, piiiep.’ Om daarna opnieuw uit te vallen. Overal in de straat gaan nu deuren open en vragen buren aan elkaar: ‘Heb jij ook geen stroom? Nee, jij ook niet? Nee. Mooi, dan is het niet alleen bij mij.’ Dat is de leuke kant van ontregeling. Het brengt mensen bijeen.

Maar zelfs het internet op mijn smartphone werkt niet meer. Dit gaat wel heel ver. Nu wordt het echt spooky. En dan doemt zomaar de vraag op: of die Russen soms weer bezig zijn.

Zo ver is het nu dus al gekomen. (Sorry, meneer Poetin.) Maar als gewoon burgertje weet je toch niet meer wat je moet geloven?

Wantrouwen jegens fairtrade en hulporganisaties. Zie dat maar te veranderen

Het is een zondagochtend zo’n zeven jaar geleden. Ik sta met tassen en modeaccessoires op een hippe indoor wintermarkt. De collectie komt van een fairtrade organisatie in Vietnam, die voorheen samenwerkte met Oxfam. En het Leidse Scheltemacomplex is de marktlocatie. Ik heb goede hoop op een succesvolle dag. Dit, hoewel het al tijden tegenzit, in allerlei opzichten. De economische crisis komt echt op een slecht moment wanneer je net als zelfstandige met eigen geld aan import van luxe artikelen begonnen bent.

Die dag verloopt de markt anders dan verwacht. Want mijn toegewezen plek is op zolder, terwijl ‘het’ beneden gebeurt. Bezoekers worden met borden en oproepjes naar boven gelonkt, maar weinigen nemen de moeite. We staan er als marktdeelnemers wat verloren bij. Pas later op de dag wordt het wat drukker.

Een klein groepje slentert naar mijn kraam. Twee getrouwde stellen van halverwege de vijftig. Ze zijn samen op stap en vermoedelijk meer uit nieuwsgierigheid (of verveling) naar de markt gekomen, dan dat ze iets willen kopen. Maar goed, elke bezoeker is een kans. De dames snuffelen bewonderend rond. Ze hebben alle tijd en we raken in gesprek. Over de herkomst van de collectie, over het borduurwerk en de mooie stoffen. En over wat fairtrade inhoudt.

Ik heb dan al jaren ervaring met financiering van Afrikaanse organisaties. Specifieker: hun programma’s voor betere toegang tot markten voor kleinschalige producenten. Het draait om bewustzijn creëren en kennisopbouw, samenwerking en kwaliteitsverbetering, versterking van veelal rurale organisaties, bescherming van eigendomsrechten, het doorbreken van discriminerende gebruiken, enzovoort.

Vooruitgang komt langzaam. Vaak is het twee stappen voorwaarts, een stap terug. Maar op deze manier kunnen armen zelf een stabieler en hoger inkomen vergaren. Daar gaat het om.

Een van de vrouwen op de markt is oprecht geïnteresseerd. Daarom vertel ik wat uitgebreider over de fairtrade benadering. Intussen groeit het groepje toehoorders voor mijn kraam. Tot er wel zo’n vijftien mensen tegenover me staan. Een deel luistert belangstellend en hoort mij welwillend aan. Sommigen vooraan pakken accessoires op terwijl ze meeluisteren. Anderen, wat meer achteraan, kijken mij argwanend aan.

Net wanneer ik mijn verhaal afrond met verwijzing in woord en gebaar naar de koopwaar, en net wanneer de eerste twee dames een tas en een sjaal selecteren, trekt een van hun echtgenoten zijn waffel open. ‘Nah, het zal allemaal wel. Ik geloof er niks van. Vooral de directeuren worden er rijk van.’

Meteen is de betovering verbroken. Verschrikt leggen de vrouwen de artikelen terug, alsof ze ermee betrapt zijn. Ik zie de toehoorders letterlijk terugdeinzen. Alsof ik besmette waar verkoop. Op de gezichten van de bezoekers staat nu vertwijfeling, snel overgaand in onverholen wantrouwen. De man heeft zijn punt gemaakt.

Iedereen druipt af. The show is over. Op naar het volgende oppervlakkige vermaak.