Zorgverzekeringspasje

Samen met circa 910.000 Nederlanders stap ik per 2018 over op een andere zorgverzekeraar. Volgens de ZorgWijzer wisselen steeds minder mensen van maatschappij. Degenen die vertrekken, doen dat om vier redenen. Namelijk: geld, een veranderende zorgbehoefte, uit ontevredenheid over de dekking of de slechte service. Wat mij betreft mag er nog een vijfde categorie bij. Want ik ervaar de vormgeving en tekst op mijn huidige zorgverzekeringspasje als stigmatiserend.

Dat zit zo. Al eeuwen ben ik klant bij het Zilveren Kruis. En al jaren had ik een gewone zorgverzekering, met een plusje of sterretje en een aanvullende tandartsverzekering erbij. Mijn pasje was altijd onopvallend vormgegeven en neutraal zacht blauw. Zoals je van een serieus zorgverzekeringspasje mag verwachten.

Totdat ik vorig jaar op de kleintjes ging letten. Ik had geen inkomen en wilde mijn vaste lasten inperken. Daarom viel de keuze op een Basis Budget verzekering. Dat was best al een griezelige stap. Ineens mocht ik niet meer zelf beslissen naar welk ziekenhuis ik ging. Niet dat ik de deur platloop bij zo’n medische instelling. Maar toch.

Zodra je weet dat je geen recht meer hebt op iets wat altijd vanzelfsprekend was, dan is dat even slikken. Ik durfde me eigenlijk amper nog te bewegen. Bang als ik was dat ze me bij een ongeluk naar een of ander achenebbisj ziekenhuis zouden brengen. Want ineens raakte zelfs een academisch ziekenhuis buiten bereik. Natuurlijk, artsen in andere ziekenhuizen zijn ook academisch opgeleid. Maar toch.

Erger was het nieuwe pasje. Niks geen neutraliteit en professionele uitstraling. Dit pasje heeft het schreeuwerige uiterlijk van een low budget outlet. Een rare tint blauw, in combinatie met oranje en fuchsia-roze. Het lijkt alsof ze mijn gegevens er met een witte sticker op hebben geplakt. Bovendien staat er met koeienletters ‘Basis Budget’ op.

Je durft zo’n goedkoop ding niet eens bij de huisarts te laten zien. Voordat je het weet word je, net als vroeger, naar het spreekuur voor fondspatiënten verwezen, afgezonderd van de particulieren.

Nou, ik ben dus overgestapt naar de OHRA. Heb wel drie keer gecheckt of er echt stond dat ik helemaal zelf mag bepalen waar ik mij laat behandelen. Dat mag. Verder heb ik bijzonder nauwkeurig gelet op wat er allemaal zit in hun pakket. En wat eraan ontbreekt. Want wat niet nodig is, hoef ik ook niet. Alleen ben ik vergeten om naar de kleuren van mijn toekomstige zorgpasje te vragen. Ik hoop er maar het beste van. Anders moet ik volgend jaar weer wisselen.

Advertenties

Dat zal hem leren!

Onderweg, in de bus van Arnhem CS naar een oerlelijk industriegebied. De buschauffeur en een collega zitten voorin. De collega begint over een feestje vanavond, stapt daarna over op familiebijeenkomsten en belandt dan bij een zwager. Vorig jaar hadden ze flink mot. ‘Hoe hij haar behandelt, ik kan daar niet tegen. Maar ik heb hem dat wel even laten weten. Ik heb hem helemaal in elkaar geramd. Zal hem leren!’

De chauffeur humt begripvol. ‘Je kreeg een taakstraf, toch?’, vraagt hij. ‘Ja, 20 uur. Ik heb 2,5 dag gewerkt bij die manege op de Schelmseweg.’ (Goh, denk ik, is dat een taakstraf?) De collega zit zich nog steeds op te vreten. ‘Liegen dat ‘ie deed, tegenover de rechter.’ Even blijft hij in gedachten verzonken. ‘Maar ja, je mag daar in de rechtbank niks zeggen, hé.’

Wanneer de chauffeur speciaal voor hem bij het busdepot stopt, zie ik het gezicht van de geweldenaar. Hij draagt een vrolijk gekrulde snor en heeft iets weg van een grootformaat tuinkabouter. Uiterlijk de gemoedelijkheid zelve, innerlijk misschien ook wel. Normaal gesproken.

Tachtig procent van al onze gedachten bestaat uit angsten, zorgen en oordelen. (Marci Shimoff) Zo las ik in een oude Happinez. Dit kan ons blikveld aardig vertroebelen.

Ik herken wel iets in die man met de snor. Ronduit feiten benoemen kan al confronterend genoeg zijn. Helemaal als er een oordeel achter schuil gaat. Dat oordeel kan best zijn ingegeven door serieuze angsten of zorgen. Maar je mag hier niet met de beste bedoelingen op een kwalijke manier voor iets of iemand opkomen. Dit is verwarrend. Met name wanneer je denkt dat je legitiem bezig bent en dus niets kwalijks onderneemt.

Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe

Als eigenaar van een oud huisje heb ik de afgelopen tweeëneenhalf jaar met bouwvakkers veel ervaring opgedaan. Een greep uit deze ervaringen. Heel concreet klussen afspreken en deze vervolgens op geheel eigenwijze; pardon: eigen wijze uitvoeren. Tergend langzaam werken als er een uurtarief is afgesproken. Razendsnel klaar zijn als de prijs een all-in tarief betreft. Een uur te laat komen. ‘Oh, is dit een probleem?’ Zonder kennisgeving niet op komen dagen. Offertes beloven en ondanks drie keer navragen niets meer laten horen.

Praat hierover met huiseigenaren en ze vertellen je gelijk alle horror stories. Deze week mocht ik zelf nog een nieuwe ervaring opdoen.

De muur in de kelder naar de kruipruimte vertoont sinds vorig jaar vochtplekken. Het is onbekend waar dat vocht vandaan komt: CV-leidingen, waterleiding, badkamerafvoer, leidingen bij de buren? Het kan allemaal. Wel hadden de buren rond die tijd problemen met hun afvoer en die loopt via een put in mijn tuin naar het straatriool.

Zelf kan ik nergens bij zonder de boel open te breken. Daarom overwoog ik een luik naar de kruipruimte te laten maken in de keldermuur of in de kamervloer. Ik vroeg een offerte aan en dat viel tegen. Zo’n luik kost al gauw € 1.000. Ook belde ik met een rioolservice. Een inspectie met graafwerk zou naar schatting uitkomen op € 500. Slik. Want het blijft de vraag of het daar aan ligt. Bij mij werkt de afvoer goed en ik ruik geen rioolgeur. Misschien was eerst een luik maken toch een betere optie. Dat kan altijd nog van pas komen.

Via via informeer ik verder en krijg ik de contactgegevens van een bouwvakker met een redelijke reputatie. Ik bel hem en vraag of hij tijd heeft en verzoek om een offerte. Daarvoor wil hij de situatie even bekijken. Logisch. Rond avondetenstijd belt hij een half uur te vroeg aan. Ik laat hem de keldermuur met vochtplekken zien en zeg dat ik een luik wil. Maar hij raadt af om een luik te maken en stelt voor om eerst naar de riolering te kijken. Want een put kan vol met blad en andere troep raken. Als er dan ergens een barstje zit, kan die gaan lekken. Het klinkt plausibel. Lees verder “Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe”

Lekker bezig in ons digitale bestaan

Dankzij digitale ontwikkelingen op het werk kon ik als vijftiger aardig bijblijven. Virusscans, apps en websites, ik weet er nog raad mee. Al dreigt het steeds vaker mis te gaan. Want beseffen we volledig wat we doen, wanneer we een app updaten? En waar kunnen we aankloppen met beleidsvragen? Wie heeft eigenlijk de regie over ons bestaan? Een paar voorbeelden.

‘Laat ik eens mijn appjes bijwerken’, denk ik. Maar 500 MB in een maandbundel is zo verbruikt. Als aanhanger van de Keep It Simple-filosofie wil ik daarom de boel flink uitmesten. Hup, weg met al die apps die je nooit gebruikt. Helaas. Dat is buiten de innige relatie tussen Samsung, Facebook en Google gerekend. Want denk maar niet dat je die energievreters van je mobiele telefoon af krijgt. Hooguit kan je terugschakelen naar de fabrieksinstelling. Alleen heb ik geen idee of dat slim is.

Facebook heeft sinds 14 augustus 1,11 MB aan gegevens op mijn mobiele telefoon gebruikt. Terwijl ik faliekant tegen Facebook ben. Wat doet Facebook eigenlijk met mijn gegevens en om welk soort gegevens gaat dit?

En dan deze klapper. Ooit gehoord van BestVIPGames? Plotseling verschijnt er een berichtje dat ik een abonnement zou hebben en dat er € 7,50 per week van mijn bundel wordt afgeschreven. Wát? De eerste € 7,50 blijkt al geclaimd. Dus ik naar de Vodafone-klantenservice bellen. Gelukkig kent de medewerkster het probleem. ‘Boeven zijn het,’ moppert ze, ‘en dit is in Nederland nog legaal ook.’ Alles is  geblokkeerd en nu is het afwachten of dat voldoende helpt.

Wat hierboven staat, is relatief onschuldig. Maar al wat goed is, verandert in verkeerde handen in het kwaad. Belangrijk is hoe we als maatschappij sturing geven aan digitale ontwikkelingen. Robo Sapiens van Jelle Brandt Corstius toont dat dit cruciaal is voor ons voortbestaan.

Kennismaking: man zoekt vrouw

Op Radio Gelderland trekt een flard van een gesprek mijn aandacht. Aan het woord is een mannelijke beller. Het is een voormalige vrachtautochauffeur van 69 jaar en hij wil een vrouw. Hij is nooit getrouwd geweest en heeft van het vrijgezellen bestaan genoten. Nu zoekt hij vastigheid.

Naar wat voor type vrouw verlangt hij, vraagt de dj. ‘Een zorgzame vrouw die lief is’, zegt de man, ‘vanaf 60-plus’. Hij heeft ze graag blond en flink. Om misverstanden te voorkomen, informeert de dj of hij met ‘flink’ bedoelt van karakter of van omvang. Het gaat de man om het formaat. Zelf is hij ook flink, ‘stevig, zeg maar.’ Hij heeft een fijn huis met een plaats en een tuintje. Kortom, het nestje is al klaar.

Ogenschijnlijk is het zo eenvoudig. Man zoekt vrouw, vrouw zoekt man, of iets dergelijks in een andere variant. Minimaal een op de drie relaties eindigt in een scheiding. Dit op zeventien miljoen inwoners in een klein land. Kansen genoeg, zou je zeggen. Maar ze ontmoeten elkaar niet. Tinder schijnt een ramp te wezen en lager opgeleiden vallen vaak buiten de boot.

Ook in relatieland draait inmiddels alles om opleiding. Volgens recent onderzoek van het CBS komen er steeds meer ‘powerkoppels’. Laagopgeleiden blijven vaker dan vroeger alleen. Demograaf Jan Latten ziet een verband met groeiende bestaansonzekerheid door flexibele contracten. Een economisch stabiel huwelijk is meer in trek.

Wat dat ontmoeten betreft, zijn discotheken en cafés nu passé. Tref ik daarom tijdens groepswandelingen zo vaak mensen die op zoek zijn? Daar zie ik ook waar het misgaat. Zoals relatiecoach Gerda Schoot vertelt: ‘Bij afspraakjes waren mannen ‘sowieso totaal niet geïnteresseerd’ in wat zij te zeggen had. Ze waren de hele tijd aan het woord!’ (Retro-daten, De Volkskrant 10 november 2017.)

Eigenlijk ben ik wel een beetje jaloers op haar. Ze heeft met een zakenpartner een relatiebureau en helpt ‘gewone mensen’ op weg. Samen bieden ze een heel coaching traject. Dat mag wat kosten. Want ‘een stukje aandacht, dat vinden de mensen fijn.’ Het voornaamste probleem van de klanten is zelfrespect. En in een partner zoeken ze het meest naar (gedeelde) normen en waarden.

Ik had het kunnen weten. Afgelopen week nog, kreeg ik weer een bouwvakker over de vloer. Van ongeveer mijn leeftijd. Vraag mij niet hoe het zo kwam. Maar binnen de kortste keren praatte hij over zijn echtscheiding. Daar kampen veel bouwvakkers mee, blijkbaar. Ook vertelde hij over zijn vorige adressen. En dat hij nu een mooi appartement bewoont. Eigenhandig heeft hij van alles opgeknapt, heel strak allemaal. ‘Ik heb nog ruimte over’, zei hij tot besluit van dit onderwerp. Daarna volgden de belastingen en recente schandalen. Normen en waarden, zie je wel. Het klopt.

Werk in de zorg: blij dat zij het doen

In de Volkskrant van afgelopen woensdag stond een uitgebreid artikel over frequent voorkomend geweld in de psychiatrie. Geweld van patiënten tegen medewerkers, wel te verstaan. Heeft een patiënt een psychose, dan vinden medewerkers geweld al ‘normaal’. Maar het gaat verder, ook als een patiënt wel toerekeningsvatbaar is. Doelbewust trappen, met gebroken ribben als gevolg. Dreiging met ‘ik weet waar je woont, ik krijg je nog wel’. Sommige medewerkers houden er PTSS-klachten aan over. Aangifte doen pakt vaak onbevredigend uit. En medewerkers hebben een beroepsgeheim. Het zal je werk maar zijn.

Misschien werk ik nog wel liever bij de rioolreiniging dan in de zware psychiatrie. Het lijkt mij de meest deprimerende sector die er bestaat. Bij rioolreiniging zie je tenminste nog resultaat: een mooi, schoon, fris, doorgespoeld riool. Terwijl je bij mensen met een ernstige psychische stoornis vrijwel niets meer bereikt. Ik ben blij dat anderen deze patiënten uit naastenliefde en zorgzaamheid toch een menswaardig leven proberen te bieden. Mij ontbreekt de benodigde engelachtige opofferingsgezindheid. Want wat een shit krijgen die medewerkers over zich heen.

Hebben we als maatschappij te lang het gedrag van bepaalde groepen vergoelijkt? Zo van: mensen met een lichamelijke handicap of psychische stoornis kunnen het ook niet helpen. Zwangere vrouwen en moeders met kinderwagens zijn kwetsbaar. En bejaarden zijn nu eenmaal hulpbehoevend. We moeten dus een beetje extra rekening met ze houden. Ik vraag mij dan toch af: is dat altijd zo?

Sommige moeders gebruiken hun kinderwagen als stormram. Gisteren werd ik door iemand in een rolstoel klemgereden die ik te voet wilde passeren. Er zat toch echt een achteruitkijkspiegel op. En dan die moddervette man op een buitenboord model scootmobiel. Hij reed in een druk overdekt winkelcentrum keihard tussen het wandelende publiek door. Meerdere mensen moesten geschrokken voor hem opzij springen. Anders zou hij ze zo hebben aangereden. Moeten we voor zo iemand begrip opbrengen?

Ik ben benieuwd hoe lang het nog duurt voordat de eerste #MeToo-berichten van hulpverleners in het nieuws verschijnen. Waaronder medewerkers in de thuiszorg, die door ‘hulpbehoevenden’ worden aangerand. Ziekenhuispatiënten en klanten van fysiotherapeuten, die zelf hun handen niet thuis houden. Dat soort gedoe.

Ook daarom: petje af voor de mensen die dat werk wel doen.