Vergankelijk of van blijvende betekenis?

‘Geld is belangrijk voor werknemers, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.’ zegt socioloog Richard Sennett in verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven. Iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen.’ (De Volkskrant, 1 juli 2017.) Laat ik eens de balans opmaken van wat ik tussen 1981 en 2017 heb bereikt. Professioneel gezien en voor mijn niet bestaande kinderen.

Qua werk bestond het overgrote deel van mijn bijdrage uit ervoor zorgen dat de juiste gegevens tijdig en compleet beschikbaar waren. Financiële administraties, afspraken in agenda’s en contracten, notulen van vergaderingen, urenstaten en voorraadbestanden. Ik verschafte anderen inzicht, zodat zij gefundeerde besluiten konden nemen. Mijn werk is inmiddels door de shredder gehaald. Voor de belastingdienst geldt een bewaarplicht van zeven jaar.

Het studiemateriaal, waaraan ik heb gewerkt, is dezelfde weg gegaan. Naar huidige maatstaven zag onze vormgeving er niet uit. Maar in 1990 bracht mijn werk een verbetering. Hoeveel mensen hun diploma hebben gehaald dankzij mijn bijdrage, weet ik niet. Het is lastig na te gaan. En het bedrijf waarvoor ik werkte, is in een conglomeraat opgegaan. Misschien hebben ze uit nostalgische overwegingen een syllabus bewaard.

En dan die internationale ontwikkelingsorganisatie. Mijn bijdrage was een schakeltje in een proces waaraan vele mensen samenwerkten. Een proces dat bovendien door tal van factoren beïnvloed werd. Er zijn genoeg evaluatierapporten geschreven met resultaten en effecten. Jaren zijn voorbijgegaan. Hoe het nu met de betrokkenen gaat? Wat de lange-termijneffecten van bepaalde programma’s zijn? Ik zou het graag willen weten.

Wat is er echt blijvend? In mijn geval boven alles het genealogische onderzoek naar mijn voorouders. Duizenden in vergetelheid geraakte mensen zagen hierdoor opnieuw het daglicht. Op mijn familiewebsite zullen ze nog wel even voortleven.

Grappig, dat vrijwilligerswerk zoveel duurzamer is dan betaald werk. Verder kreeg ik de belangrijkste inzichten voor mijn latere werk in de ontwikkelingssector dankzij verdieping in de leefomstandigheden van mijn voorouders. Wat ik daarna op de universiteit leerde, was er een bevestiging van.

Je zou denken dat ik mijn welvaart en vermogen te danken heb aan mijn werk. Maar ook mijn (voor)ouders hebben direct of indirect daaraan bijgedragen. Die banen zorgden vanaf 1981 wel voor brood op de plank en voldoende geld om te reizen. Vervolgens zorgden die reizen en het familieonderzoek voor nieuwe kennis en inzichten. En die inzichten deel ik sinds 2013 op mijn blog. Maar wat daar nu het effect van is?

Hollandse Zaken

Net gezien in Hollandse Zaken. De aflevering begint met de economie, die weer draait als een tierelier. Dus waarom lukt het die 45-plussers dan niet om massaal aan werk te komen? Ik ga het niet eens meer uitleggen. Wat mij boeit is dit.

We zien een filmpje over politici die vragen stellen over het gegoochel met de werkloosheidscijfers. Die cijfers waarin niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en andere randfiguren ontbreken. Het gaat om een slordige 700.000 onzichtbare werkzoekenden volgens het CBS. Dat cijfer is al vier jaar stabiel.

Léon de Jong, van de PVV nota bene, stelt er relevante vragen over in een commissie. We zien Lodewijk Asscher zwijgend met zijn mobieltje spelen. In het volgende fragment vertelt presentator Cees Grimbergen wat Asscher hem naderhand desgevraagd heeft geantwoord. ‘Dit is gewoon de definitie en die moeten we zo houden.’

Of hij daar nog iets aan heeft toegevoegd, weet ik niet.

Brandgevaar! We blijven spelen met vuur

Het is nogal raak deze maand. Eerst die brand in een Londense flat en nu staat Portugal in vuur en vlam. Weinig is zo fascinerend en zo griezelig als groot vuur. En weinig toont zo pijnlijk confronterend aan hoe hardleers we daarmee omgaan.

Pasgeleden las ik in een Leidse krant uit 1912 over een grote brand. In die stad was het gebruikelijk dat weeskinderen met de brandspuit van het weeshuis hielpen blussen. De brand was bij hen om de hoek, maar ze konden niet uitrukken. Want de commandant ontbrak en zonder orders moesten ze wachten. Intussen brandde het pand helemaal af. Afgelopen week stond de brandweer in Goor machteloos omdat de bevelvoerder even weg was. Lees verder “Brandgevaar! We blijven spelen met vuur”

Onderneemster bereikt na zes jaar bijstandsniveau

Bij de groep voor en door werkzoekenden geeft een personal organizer een workshop. Ze vertelt ter introductie kort over zichzelf en over haar ondernemerschap. Een deelnemer vraagt na hoeveel tijd ze financieel zelfstandig was. ‘Na zes jaar.’, antwoordt zij, ‘Toen had ik ongeveer een inkomen op bijstandsniveau. Nu, twaalf jaar na de start, kan ik er redelijk van rondkomen.’ We moeten allemaal slikken.

Deze week sprak ik een vriendin die in december over mijn bedrijfsplan hoorde. Op dat moment had ik nog geen vastomlijnd dienstenpakket. Ze reageerde gelijk enthousiast en zou misschien een opdracht voor mij hebben. ‘Zodra je begonnen bent, laat je het maar even weten.’ Haar opmerking stemde al een beetje hoopvol.

Anderhalve maand daarna startte ik mijn eenmanszaak en lanceerde ik een website. Ik stuurde haar gelijk een bericht met link. Dan kon ze mijn dienstenaanbod bekijken. ‘Heb het even gecheckt, reageer nog, nu geen tijd, morgen vakantie Vietnam. Doei’, was het antwoord. Zo gaat het bij haar meestal. Ik toonde begrip en gunde haar wat tijd.

We probeerden afspraken te maken, maar die schoof zij steeds naar voren. Druk, druk, druk. ‘Ben benieuwd hoe het nu met je bedrijf gaat’, schreef ze nog wel. Dat was ze dus niet vergeten.

Vier maanden later zien we elkaar eindelijk weer. Ze vraagt hoe het gaat en ik vertel over mijn ontmoedigende ervaringen. Ze weet hoeveel energie ik in mijn vorige bedrijf heb gestoken. Dat ik toen van alles heb geprobeerd. En dat het desondanks nauwelijks van de grond is gekomen. Ze begrijpt heel goed dat ik niet opnieuw aan een dood paard wil trekken.

En toch. ‘Je hebt me geen voorstel gestuurd.’, krijg ik te horen. Ze is gewend aan zzp’ers die steeds om haar heen draaien en haar willen paaien. ‘Maar ik heb je toch meteen na de start die link gestuurd? Op mijn website staan enkele concrete aanbiedingen.’ Het is niet genoeg.

Ik had assertiever moeten zijn. Ik had meer initiatief moeten tonen. En ik had haar blijkbaar een persoonlijk maatwerk aanbod moeten doen. Natuurlijk. Gelukkig was daar onlangs ook dat relaas van die personal organizer. Zij zou mijn ervaring vanuit haar weerbarstige praktijk zeker hebben herkend. En ja, ik had mijn bedrijf al bijna gesloten. Maar ik ben niet zo van het opgeven, dus heb ik dat nu uitgesteld.

Top 5 redenen voor spijt

Waarvan denk je dat stervenden het meeste spijt hebben wanneer ze terugkijken op hun leven? Dit is wat palliatieve-zorgverleenster Bronnie Ware ontdekte:

  1. Ik wou dat ik de moed had gehad om trouw aan mezelf te leven; dus niet het leven had geleid dat anderen van mij verwachtten.
  2. Ik wou dat ik niet zo veel/zo hard had gewerkt.
  3. Ik wou dat ik de moed had gehad om mijn gevoelens uit te drukken.
  4. Ik wou dat ik in contact was gebleven met mijn vrienden.
  5. Ik wou dat ik mezelf had toegestaan om blijer te zijn.

boomblaadjes in de zonZie haar boek The Top Five Regrets of the Dying. Een verwijzing hiernaar vond ik op het lezenswaardige Financieel Onafhankelijk Blog. Al betwijfel ik of de schrijver oog heeft voor people en planet naast profit.

Vandaag was een mooie wandeldag.

Communiceren met de fotograaf

Op een dag verschijnt er een onbekende man op de wekelijkse bijeenkomst voor en door werkzoekenden. Omdat hij alleen staat in de pauze, knoop ik met hem een praatje aan. Hij komt erg dicht bij me staan en kijkt mij nogal indringend aan. Aandacht. Dat eist hij van mij.  Al direct overschrijdt hij de grens van mijn comfort zone. En daarbij: hij heeft een  slechte adem. Ik doe onmerkbaar een stapje achteruit, maar hij volgt mij. Lees verder “Communiceren met de fotograaf”

Voormalige collega’s in het nieuws

Onlangs werd een van mijn voormalige managers genoemd in een tijdschrift. Helaas voor haar, want de auteur maakt gehakt van haar uitspraken. Hoe vreemd kan het lopen. Ik zie namelijk wel vaker vroegere collega’s in de media staan. Toen we samenwerkten, hadden zij een goede positie en meer te zeggen dan ik. Vervolgens maakten we een carrière-switch, met wisselend succes.

Neem die ene collega bij een grote ontwikkelingsorganisatie. Een vlotte vrouw met een leuk gezicht. Bij aanvang regelt zij een extra groot bureau voor mij, dat eigenlijk voor managers bestemd is. Ze is gedreven en weet zich in politieke en bestuurlijke kringen goed te bewegen. Voor haar ontwrichtende relatie met een getrouwde man schaamt zij zich niet. Bij haar moet ik stevig in mijn schoenen staan om overeind te blijven.
Jaren later, na de reorganisatie, zie ik haar terug bij een conferentie. Frits Bolkestein is er eveneens. Een rijzige man met uitstraling. Binnen no-time draait ze charmant om hem heen. Maar ze publiceert ook zinnige artikelen over haar vakgebied.

Bij de conferentie is ook de voormalige directeur van die ontwikkelingsorganisatie aanwezig. Jaren daarvoor spreek ik hem tijdens de reorganisatie. Ik vecht op dat moment voor mijn positie. Ons gesprek beschouw ik als laatste redmiddel. Hij hoort mij slechts ongenaakbaar aan.
In de wandelgangen wordt gezegd dat hij weinig visie heeft. En dat zijn goede ideeën feitelijk van de medewerkers komen die het beleid vormgeven. Na zijn vertrek werpt hij zich in de media op als senior autoriteit met ingezonden opiniestukken. Het duurt niet lang voordat hij publiekelijk door de mand valt.

Daarna werk ik aan een internetproject bij een ministerie, samen met zzp’ers. Er zit een leuke man in ons team. Een originele denker met bruikbare voorstellen voor ingewikkelde problemen. Na afloop hoor ik dat hij een andere klus krijgt bij het UWV. Nou, dáár kunnen ze zulke mensen zeker gebruiken voor verbetering van communicatiemiddelen. Ook zijn naam duikt later op in de media. Nu als behoedzame klokkenluider. Hij is dan nog steeds werkzaam als zzp’er en moet heel voorzichtig zijn.

Terug naar mijn voormalige manager, eveneens bij die ontwikkelingsorganisatie. Een groot deel van de toenmalige medewerkers vertrok naar elders, ook zij. Nu runt ze een academie voor vitaliteit en gezondheid, speciaal voor oudere vrouwen. Of het hout snijdt, weet ik niet.
Wel herinner ik me dat ze met mij opgescheept zat. In die periode na de reorganisatie heb ik geen vaste plek. Ik moet steeds intern solliciteren naar een volgende functie. Ter overbrugging mag ik een mooi onderzoek verrichten. Het is een zeer aantrekkelijke opdracht, alleen wel nieuw voor mij. Daarom vraag ik of iemand mij enige aansturing kan bieden. Dat wil ze zelf wel doen. Maar in praktijk heeft ze nooit tijd. Een andere afdeling volgt en ik kan het onderzoek niet meer afronden. Sinds zaterdag staat deze manager landelijk te boek als ‘kwakdenker’.

Wat zal ik ervan zeggen? We deden allemaal datgene waarvan we dachten dat dat het beste was. Alleen, voor wie? Bij dezen dan, voor M.