Ontwikkelingswerker in Zuid-Afrika

Gisteren viel mijn oog in de Volkskrant op een naam in een mini-advertentie ‘Onroerend Goed & Wonen. Buitenland Te Koop’. Ricus Dullaert. Bekende naam van een vroegere baan. Hiv/Aids en Zuid-Afrikaanse woningbouwprojecten; het kwam meteen weer terug.

En ja hoor: ‘Ik vertrek! Enorme villa te koop in een schitterende natuurlijke omgeving dichtbij het zakencentrum van Johannesburg, Zuid Afrika. Door een Nederlandse architect gebouwd op een heuvelrug met een ongeëvenaard uitzicht over de stad. Bestaat uit 5 met elkaar verbonden huizen, die in het totaal 7 appartementen bevatten. In het totaal 9 badkamers en toiletten, zwembad, enorme terrassen, weelderig beplantte tuinen, garage en carport. Oppervlakte 500 m2 op 2500 m2 grond. Johannesburg heeft een van de beste klimaten ter wereld. Dus altijd zon! ’

Als je deze advertentietekst leest, kan je flink op het verkeerde been worden gezet. En de korte documentaire over zijn kapitale grachtenpand in hartje Amsterdam wekt aanvankelijk ook een bevreemdende indruk. Als je tenminste denkt dat ontwikkelingswerkers nog op geitenwollensokken rondlopen. En als je vindt dat ze van een hongerloontje moeten rondkomen.

Tegen het eind van de documentaire vertelt Ricus over zijn achtergrond en manier van leven. Hij is van ver gekomen. En hij verbindt twee totaal verschillende werelden. Want vervolgens toont hij ook foto’s van zijn werk en van de mensen voor wie hij het doet. Ik ken hem niet persoonlijk, maar dit is wel waarom een ontwikkelingswerker als Ricus mij boeit.

Wederzijds begrip in de politiek

in debatGisteren had ik met Mathilde van Sprokkelen contact over redenen waarom zo weinig vrouwen de politiek in gaan. Het is toch een zwaar bevochten recht. Houden vrouwen niet van debatteren? Al langer zou ik willen dat politieke partijen, en landen binnen de EU, boven zichzelf uitstijgen. Daarbij beschouw ik het debat niet als een constructieve vorm voor het vinden van oplossingen. Vorm liever werkgroepen met leden uit alle politieke richtingen die samen toewerken naar een gemeenschappelijk doel. In ieders belang.

Deze week stond er juist een interessant artikel in de Volkskrant over hoe verbinding ontstaat tussen bewoners van diverse achtergronden. Het plompverloren mengen van arme en rijkere bewoners werkt niet, zo blijkt. Ze leven dan gewoon langs elkaar heen. Er ontstaat pas echt contact en wederzijds begrip wanneer mensen uit meerdere groepen samenwerken aan een gedeeld doel. Ik verwees naar dit voorbeeld in mijn reactie aan Mathilde. Pas later las ik dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks in Rheden bij Arnhem dat al jaren doen. En met succes.

Zo’n bevestiging van een inzicht geeft mij een goed gevoel. Al leun ik zwaar op ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssamenwerking. Vergelijk het met de wetenschap. Daar is het ook gangbaar dat men verder gaat waar het vorige onderzoek is geëindigd. Met kennis, inzicht en begrip als hoogste doel. Hierdoor ontstaat tastbare en duurzame vooruitgang.

In de politiek staat het eigen partijbelang voorop, desnoods als uitruilmiddel. De media tonen regelmatig het haantjesgedrag en een beperkt blikveld. Geen wonder dat conservatieve krachten hun pijlen vaak richten op de wetenschap en de journalistiek. Je moet onvermoeibaar zijn om in de politiek idealen te verwezenlijken. Ik draag graag ideeën aan, maar zal het gevecht in de arena overslaan.

Schuldgevoel bij vrouwen

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Wie kent deze slogan nog? In 1989 voerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid campagne. Veel gescheiden vrouwen waren afhankelijk van de bijstand en dat moest veranderen. Daarom stimuleerde het ministerie meisjes om een vak te leren. Zodat ze later voldoende geld konden verdienen. Kortom: economische onafhankelijkheid als hoogste doel. Nu is de norm dat vrouwen een baan hebben en niet hun hand bij hun partner ophouden. Of in de WW zitten. Of op een bijstandsuitkering teren.

Voor mijn toekomstbeeld kwam die campagne te laat. Ik ben er van jongs af aan van uit gegaan dat ik een man zou krijgen die voor het geld zou zorgen. Toen dat anders liep, was dat wel slikken. Erg slikken. Want ik heb betaald werk altijd beschouwd als iets wat eigenlijk niet de bedoeling was. Als tussendoortje of vrijwillig: oké. Maar in mijn leven is er wel meer een beetje verkeerd gegaan.

Het voordeel van mijn opvatting is dat ik geen schuldgevoel heb als ik niet werk. Natuurlijk, een uitkering schept verplichtingen. Aangezien ik die evenmin heb, hoef ik ook geen verantwoording af te leggen. Hoe anders is dat bij vrouwen die een partner of kinderen hebben. Die worden gekweld door hun schuldgevoel.

Ik ken werkzoekende vrouwen die het vreselijk zouden vinden als zij geen betaalde baan meer vinden. Ieder om een andere reden.

  • Omdat ze dan haar dochter van paardrijles af moet halen.
  • Omdat ze dan van haar mans inkomen moet leven. En dat geld nauwelijks aan zichzelf durft te besteden.
  • Omdat ze dan niet ‘nuttig bezig is’, ondanks dat ze twintig uur per week vrijwilligster is.
  • Omdat zij dan thuis leuke dingen doet, terwijl haar partner hard werkt.

Maar kijk eens naar die dochter met paardrijles, die kennelijk zo op het gemoed van haar moeder werkt. Heeft zij nooit geleerd dat je niet altijd alles kunt hebben? Ze komt er snel genoeg achter zodra zij zelf werkt. Dan kan ze toch beter mentaal voorbereid zijn, lijkt mij.

En waarom zou een vrouw het geld dat haar echtgenoot verdient, niet mogen uitgeven? Misschien vindt hij het wel prettig als hij haar een aangenaam leven kan bieden. En ze zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd? Het is toch in voor- en tegenspoed? Voor hetzelfde geld zijn de rollen over een jaar omgedraaid.

Gaat het dan wel om schuldgevoelens, of gaat het om een machtsstrijd? Ontbreekt wederzijds begrip? Over de druk die werkzoekende mannen ervaren, kan ik namelijk ook een heel log volschrijven. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe campagne.

Ontwikkelingssamenwerking 2017

Giro 555

Er zit mij al de hele week iets vreselijk dwars. Het begon met een column van econome Heleen Mees. Zij schrijft dat de migratiestroom uit Afrika ‘vooral wordt veroorzaakt door klimaatverandering’. Vervolgens lees ik over iemand die zich niets aantrekt van hongerende Afrikanen. Ze hebben daar toch genoeg vruchtbare grond? Het is weer zover. Giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties staat open. En de discussie over ontwikkelingssamenwerking gaat weer alle kanten op. Behalve de goede.

Eigenlijk is het zo eenvoudig. Men neme een land en men neme een bevolking. Je bouwt er gewoon wat wegen, bruggen, havens, steden, fabrieken, boerderijen, scholen en ziekenhuizen. En klaar ben je. Toch?

Het ergste is dat ik zelf bijna moeite moet doen om te bedenken hoe het ook alweer zat. Ik ben er intussen al acht jaar uit. Negen jaar geleden stond ik voor het laatst op Afrikaanse grond. Weet ik wel hoe het er nu aan toe gaat? Van pure armoe google ik zelfs op ‘ontwikkelingssamenwerking’. En zo beland ik op het blog van Mart Hovens. Tjonge, wat is dát herkenbaar. En wat heb ik een respect voor zo’n man.

Hij zit in Congo. Daarbij vergeleken zijn Kenia, Oeganda en Ethiopië echt Africa light-versies. Makkies, eitjes. Congo is schathemeltje rijk aan alle denkbare grondstoffen en dus is de bevolking straatarm. Dat is een wetmatigheid. Je ziet het pas als je voorbij het cliché van ‘effe een paar bruggen, wegen en fabrieken bouwen plus wat noodhulp geven’ kijkt.

O ja, heb je last van buikvet? Probeer dan eens het middel rechts in het plaatje. Die ene advertentie onder de oproep met Gironummer 555.

(Foto website One World.nl.)

Een spaarrente van 0,0%

ASN en Tnriodos duurzame bankeIn Het Hollandse spaarmysterie (De Volkskrant, 23 maart 2017) zoeken economen naar een verklaring voor de aanhoudende Nederlandse spaarzucht. We ontvangen bijna geen rente meer en toch blijven we tegen de klippen op sparen. Een gemiddeld huishouden heeft nu € 44.000 op de bank staan. Dat is bijna de helft meer dan een decennium eerder. Economen wijzen naar de vergrijzende bevolking en de onzekerheid over de toekomst.

Het wordt tijd dat economen hun archaïsche modellen eens gaan bijstellen. Zo ben ik geen fan van Draghi’s monetaire beleid. Hij preekt uitsluitend voor zijn Zuid-Europese parochie. Een man zoals hij kijkt slechts naar harde factoren (productiemiddelen en geld). Voor zachte factoren (sociale verhoudingen en milieu-invloeden) is hij blind. Maar ontwikkeling is een holistische, alomvattende aangelegenheid.

Economen, met hun fixatie op groei, kunnen zich evenmin voorstellen dat er mensen zijn die genoeg spullen hebben. Mensen die elke vakantiebestemming op hun verlanglijst al hebben bezocht. Meerdere malen zelfs. Ze hechten niet meer aan boekenbezit of een auto. En ze laten modegrillen aan zich voorbij gaan.

Omdat ze hun eigen stijl hebben ontwikkeld. Omdat ze tevreden zijn met wat ze hebben. Omdat ze, zoals ruim een miljoen Nederlanders, kiezen voor een duurzame bank met bijbehorende leefstijl. En omdat ze toch wel alles kunnen krijgen in de nieuwe deeleconomie. Economische groeimodellen zijn gewoon zo passé (geeuw).

Onvoorwaardelijk basisinkomen – het 11de voordeel

Vorige maand zette ik tien voordelen van het onvoorwaardelijke basisinkomen op een rij. Vandaag voeg ik daar een elfde voordeel aan toe. Dat zit zo. Onlangs woonde ik een bespreking bij van deze gegarandeerde inkomensvoorziening voor iedereen. Een persoon bleek nauwelijks open te staan voor de voordelen. Ze kwam met het ene na het andere tegenargument. Alles in haar was afhoudend: haar gezichtsuitdrukking, haar houding, haar woorden, het constante in twijfel trekken van wat anderen zeiden.

Ik vond haar reacties wel interessant, want ik ben een groot voorstander. Hoe meer je weet over de beweegredenen van de ‘tegenstander’, hoe beter je daarop kan inspelen. Meerdere werkzoekenden hebben al aanvaringen met haar gehad. Ze gedraagt zich steevast dominant. Maar aanvaringen beschouw ik als een kans om de onderste steen boven te krijgen. Iets wat anders verborgen blijft. En botsingen zijn soms nodig om iets te forceren, om vervolgens iets te kunnen bereiken. Bijvoorbeeld wanneer een diplomatieke aanpak afketst.

Trump verkiezingUiteindelijk kwam het hoge woord er uit. Want deze zelf ook werkloze mevrouw, die als manager altijd overal de dienst had uitgemaakt, kan niet tegen het verlies van controle. Controle over anderen. Dus wenst zij evenmin dat mensen een basisinkomen krijgen, zonder dat zij daarover verantwoording moeten afleggen. Donald Trump houdt de touwtjes eveneens graag strak in handen. Kijk maar hoe hij checkt wat zijn vrouw doet met haar stembiljet. (Al ben ik nu afhankelijk van de fotokeuze door de beeldredactie van de Volkskrant.)

Dit brengt mij op het elfde voordeel van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Want zijn Trump-stemmers niet vooral degenen die controle hebben verloren? Of de controle over hun verworvenheden vrezen te verliezen? Of hun controle over anderen koste wat het kost willen vasthouden? Zodra de hele bevolking een onvoorwaardelijk basisinkomen ontvangt, staan mensen als Trump voortaan machteloos.

Bron foto: de Volkskrant, 9 november 2016 (Getty, Reuters).