Lekker bezig in ons digitale bestaan

Dankzij digitale ontwikkelingen op het werk kon ik als vijftiger aardig bijblijven. Virusscans, apps en websites, ik weet er nog raad mee. Al dreigt het steeds vaker mis te gaan. Want beseffen we volledig wat we doen, wanneer we een app updaten? En waar kunnen we aankloppen met beleidsvragen? Wie heeft eigenlijk de regie over ons bestaan? Een paar voorbeelden.

‘Laat ik eens mijn appjes bijwerken’, denk ik. Maar 500 MB in een maandbundel is zo verbruikt. Als aanhanger van de Keep It Simple-filosofie wil ik daarom de boel flink uitmesten. Hup, weg met al die apps die je nooit gebruikt. Helaas. Dat is buiten de innige relatie tussen Samsung, Facebook en Google gerekend. Want denk maar niet dat je die energievreters van je mobiele telefoon af krijgt. Hooguit kan je terugschakelen naar de fabrieksinstelling. Alleen heb ik geen idee of dat slim is.

Facebook heeft sinds 14 augustus 1,11 MB aan gegevens op mijn mobiele telefoon gebruikt. Terwijl ik faliekant tegen Facebook ben. Wat doet Facebook eigenlijk met mijn gegevens en om welk soort gegevens gaat dit?

En dan deze klapper. Ooit gehoord van BestVIPGames? Plotseling verschijnt er een berichtje dat ik een abonnement zou hebben en dat er € 7,50 per week van mijn bundel wordt afgeschreven. Wát? De eerste € 7,50 blijkt al geclaimd. Dus ik naar de Vodafone-klantenservice bellen. Gelukkig kent de medewerkster het probleem. ‘Boeven zijn het,’ moppert ze, ‘en dit is in Nederland nog legaal ook.’ Alles is  geblokkeerd en nu is het afwachten of dat voldoende helpt.

Wat hierboven staat, is relatief onschuldig. Maar al wat goed is, verandert in verkeerde handen in het kwaad. Belangrijk is hoe we als maatschappij sturing geven aan digitale ontwikkelingen. Robo Sapiens van Jelle Brandt Corstius toont dat dit cruciaal is voor ons voortbestaan.

Advertenties

Over dromen en schimmige toekomstvisioenen

We dromen allemaal in onze slaap. Dit mentale proces helpt ons om gebeurtenissen te verwerken. Dromen fascineren. We zoeken daarin naar duiding en aanwijzingen. Volgens wetenschappers zeggen dromen en nachtmerries weinig over de toekomst. Wel zijn ze onderdeel van een emotioneel reinigingsproces. En dromen vormen een poort naar nieuwe inzichten. Dagdromen ondersteunen dat proces. Want met dagdromen houden we belangrijke onvervulde doelen voor ogen. Ze stimuleren ons tot daden, maar tonen ons ook waar we falen. Dat besefte ik gisteren nog.

Onderzoeker Victor Spoormaker zegt dat ‘de gebieden met zelfreflectie en een oordelende functie tijdens het dromen uitstaan. […] Na de REM-slaap lukte het proefpersonen daarom creatiever na te denken over een ingewikkeld probleem. Ze konden slapend verbanden leggen die ze toen ze wakker waren niet konden leggen.’ (NRC, Koester je droom, 02-09-2016.)

Dromen en creatief denken leiden dus tot nieuwe inzichten. Alles wat we als mensheid hebben opgebouwd, hangt hiermee samen. Ik leg ook weleens verbanden die leiden tot inzichten. Bijvoorbeeld gisteren, na het lezen van de Volkskrant en de VPRO Gids. Mijn toekomstvisioen gaat over evenwicht aanbrengen om het aardse paradijs te creëren. Hou je vast.

Amerika verruimt de milieuregels in eigen land. Bij wijze van economische stimulering. China ontvouwt zijn plan. De consumptie draait daar in 2030 als een tierelier. De Russen en Indiërs, intussen, spelen roulette met de natuur. Het Midden Oosten dan. Daar etteren tribale vetes nog wel een paar decennia door. Ze hebben er wat anders aan hun hoofd dan duurzame productiemethoden. In sub-Sahara Afrika zal de bevolking tussen 2010 en 2050 ruim verdubbelen. Al deze mensen willen het Nederlandse welvaartsniveau bereiken. Op zijn minst.

De voortschrijdende robotisering kan oplossingen aandragen. Maar confronteert ons eveneens met ethische vraagstukken. Zoals bij de programmering van zelfsturende auto’s. Wat doen die als er kans bestaat op een fatale botsing? Moet het besturingssysteem kiezen voor het leven van de inzittenden? Of voor dat van de mensen daarbuiten? Feitelijk gaat dit om een verschil in levenswaarde van de haves and the have nots.

Ons oude continent is nog altijd een oase, en evengoed een voorloper. Misschien zien we in ons land al iets van wat straks komen gaat. De krant bevat overlijdensadvertenties van wel drie personen die voor euthanasie kozen. Nu nog gaat het om gevallen van ziekte en ondragelijk lijden. Maar wat als iedereen straks meer consumeert en de wereldbevolking dertig jaar lang doorgroeit? Als goede christenen willen we alles eerlijk delen. Welnu, dan moeten aardbewoners ook maar wat minder oud worden en sneller opzouten. Om de boel in balans te houden. Alleen zie ik de rijken dat niet doen. Stelletje heidenen.

Prettige zondag verder.

Zal de aarde ooit weer een paradijs worden?

Afgelopen nacht heb ik niet zo goed geslapen. Gisteravond ontving ik een e-mailtje van iemand die zeer regelmatig schrijft. Dit is hoe het eindigt: ‘Ik wil wel graag een berichtje van je, dat is toch niet zo moeilijk, of heb je ,t zo druk.  je bent toch niet ziek, hoop ik.’ Nog maar anderhalve dag geleden heb ik op een eerder bericht van die persoon gereageerd. Maar het is nooit snel genoeg. Dus ben ik geïrriteerd.

Het is al 8.30 uur wanneer ik deze ochtend de gordijnen open doe. Ik draag een oude trui, een slobberbroek en mijn haar zit niet goed. Het eerste wat ik zie, is het busje van de klusser hiernaast, die de achterkant precies voor mijn tuinpad parkeert. Vervolgens laadt hij een partij hout uit. En ja hoor, daar gaan we weer. Ook deze meneer weet niet hoe hij zijn auto 1 ½ meter verderop voor het pad van de buren kan zetten.

Zal ik hem daar even op attenderen? Het is geen fijn begin om meteen opmerkingen te maken. Maar voordat je het weet wordt een ingesleten gewoonte onomkeerbaar. En gaan ze daar allemaal zijn route kopiëren. Dus geef ik toch, echt heel vriendelijk, aan dat dit de bedoeling niet is. ‘Maar voor deze keer kan het nog wel.’

Daarna begint het vertrouwde gebonk, gerommel, geboor en gestommel. Ik vind dat niet erg en heb er begrip voor. Alleen ben ik een beetje uit mijn doen. Ik voel me als de ouwe taart die ik qua uiterlijk en gedrag nu uitstraal. Vandaag moet ik ook nog alle losse eindjes van de opdracht afwerken.

Na gedane arbeid zit ik op de bank met koffie en een opgewarmde oliebol. Er wordt aangebeld. Zal de klusser van hiernaast zijn, denk ik. Maar nee. Het is een oude mevrouw met krulletjespermanent en een iets jongere gezette meneer. Hij glimlacht. Mevrouw heeft een foldertje in haar hand en buigt zich naar mij toe. Even lijkt het alsof ze mijn halletje wil binnen treden. Dan vraagt ze op benevolente wijze: ‘Zal de aarde ooit weer een paradijs worden?’

‘Mevrouw,’ zeg ik, ‘ik ben aan het werk. Fijne dag verder.’ En keer met mijn slappe haar, oude trui en slobberbroek terug naar de bank en de half opgegeten oliebol.

Van wie is onze lucht?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

Wederzijds begrip in de politiek

in debatGisteren had ik met Mathilde van Sprokkelen contact over redenen waarom zo weinig vrouwen de politiek in gaan. Het is toch een zwaar bevochten recht. Houden vrouwen niet van debatteren? Al langer zou ik willen dat politieke partijen, en landen binnen de EU, boven zichzelf uitstijgen. Daarbij beschouw ik het debat niet als een constructieve vorm voor het vinden van oplossingen. Vorm liever werkgroepen met leden uit alle politieke richtingen die samen toewerken naar een gemeenschappelijk doel. In ieders belang.

Deze week stond er juist een interessant artikel in de Volkskrant over hoe verbinding ontstaat tussen bewoners van diverse achtergronden. Het plompverloren mengen van arme en rijkere bewoners werkt niet, zo blijkt. Ze leven dan gewoon langs elkaar heen. Er ontstaat pas echt contact en wederzijds begrip wanneer mensen uit meerdere groepen samenwerken aan een gedeeld doel. Ik verwees naar dit voorbeeld in mijn reactie aan Mathilde. Pas later las ik dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks in Rheden bij Arnhem dat al jaren doen. En met succes.

Zo’n bevestiging van een inzicht geeft mij een goed gevoel. Al leun ik zwaar op ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssamenwerking. Vergelijk het met de wetenschap. Daar is het ook gangbaar dat men verder gaat waar het vorige onderzoek is geëindigd. Met kennis, inzicht en begrip als hoogste doel. Hierdoor ontstaat tastbare en duurzame vooruitgang.

In de politiek staat het eigen partijbelang voorop, desnoods als uitruilmiddel. De media tonen regelmatig het haantjesgedrag en een beperkt blikveld. Geen wonder dat conservatieve krachten hun pijlen vaak richten op de wetenschap en de journalistiek. Je moet onvermoeibaar zijn om in de politiek idealen te verwezenlijken. Ik draag graag ideeën aan, maar zal het gevecht in de arena overslaan.

Schuldgevoel bij vrouwen

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Wie kent deze slogan nog? In 1989 voerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid campagne. Veel gescheiden vrouwen waren afhankelijk van de bijstand en dat moest veranderen. Daarom stimuleerde het ministerie meisjes om een vak te leren. Zodat ze later voldoende geld konden verdienen. Kortom: economische onafhankelijkheid als hoogste doel. Nu is de norm dat vrouwen een baan hebben en niet hun hand bij hun partner ophouden. Of in de WW zitten. Of op een bijstandsuitkering teren.

Voor mijn toekomstbeeld kwam die campagne te laat. Ik ben er van jongs af aan van uit gegaan dat ik een man zou krijgen die voor het geld zou zorgen. Toen dat anders liep, was dat wel slikken. Erg slikken. Want ik heb betaald werk altijd beschouwd als iets wat eigenlijk niet de bedoeling was. Als tussendoortje of vrijwillig: oké. Maar in mijn leven is er wel meer een beetje verkeerd gegaan.

Het voordeel van mijn opvatting is dat ik geen schuldgevoel heb als ik niet werk. Natuurlijk, een uitkering schept verplichtingen. Aangezien ik die evenmin heb, hoef ik ook geen verantwoording af te leggen. Hoe anders is dat bij vrouwen die een partner of kinderen hebben. Die worden gekweld door hun schuldgevoel.

Ik ken werkzoekende vrouwen die het vreselijk zouden vinden als zij geen betaalde baan meer vinden. Ieder om een andere reden.

  • Omdat ze dan haar dochter van paardrijles af moet halen.
  • Omdat ze dan van haar mans inkomen moet leven. En dat geld nauwelijks aan zichzelf durft te besteden.
  • Omdat ze dan niet ‘nuttig bezig is’, ondanks dat ze twintig uur per week vrijwilligster is.
  • Omdat zij dan thuis leuke dingen doet, terwijl haar partner hard werkt.

Maar kijk eens naar die dochter met paardrijles, die kennelijk zo op het gemoed van haar moeder werkt. Heeft zij nooit geleerd dat je niet altijd alles kunt hebben? Ze komt er snel genoeg achter zodra zij zelf werkt. Dan kan ze toch beter mentaal voorbereid zijn, lijkt mij.

En waarom zou een vrouw het geld dat haar echtgenoot verdient, niet mogen uitgeven? Misschien vindt hij het wel prettig als hij haar een aangenaam leven kan bieden. En ze zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd? Het is toch in voor- en tegenspoed? Voor hetzelfde geld zijn de rollen over een jaar omgedraaid.

Gaat het dan wel om schuldgevoelens, of gaat het om een machtsstrijd? Ontbreekt wederzijds begrip? Over de druk die werkzoekende mannen ervaren, kan ik namelijk ook een heel log volschrijven. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe campagne.

Ontwikkelingssamenwerking 2017

Giro 555

Er zit mij al de hele week iets vreselijk dwars. Het begon met een column van econome Heleen Mees. Zij schrijft dat de migratiestroom uit Afrika ‘vooral wordt veroorzaakt door klimaatverandering’. Vervolgens lees ik over iemand die zich niets aantrekt van hongerende Afrikanen. Ze hebben daar toch genoeg vruchtbare grond? Het is weer zover. Giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties staat open. En de discussie over ontwikkelingssamenwerking gaat weer alle kanten op. Behalve de goede.

Eigenlijk is het zo eenvoudig. Men neme een land en men neme een bevolking. Je bouwt er gewoon wat wegen, bruggen, havens, steden, fabrieken, boerderijen, scholen en ziekenhuizen. En klaar ben je. Toch?

Het ergste is dat ik zelf bijna moeite moet doen om te bedenken hoe het ook alweer zat. Ik ben er intussen al acht jaar uit. Negen jaar geleden stond ik voor het laatst op Afrikaanse grond. Weet ik wel hoe het er nu aan toe gaat? Van pure armoe google ik zelfs op ‘ontwikkelingssamenwerking’. En zo beland ik op het blog van Mart Hovens. Tjonge, wat is dát herkenbaar. En wat heb ik een respect voor zo’n man.

Hij zit in Congo. Daarbij vergeleken zijn Kenia, Oeganda en Ethiopië echt Africa light-versies. Makkies, eitjes. Congo is schathemeltje rijk aan alle denkbare grondstoffen en dus is de bevolking straatarm. Dat is een wetmatigheid. Je ziet het pas als je voorbij het cliché van ‘effe een paar bruggen, wegen en fabrieken bouwen plus wat noodhulp geven’ kijkt.

O ja, heb je last van buikvet? Probeer dan eens het middel rechts in het plaatje. Die ene advertentie onder de oproep met Gironummer 555.

(Foto website One World.nl.)