Google vertaling op je blog

Even kort voor de liefhebbers tussendoor. Hebben jullie Google translate voor je blog al ontdekt? Die optie staat bij de widgets in WordPress. Ik heb de vertaalmogelijkheid in de rechterkolom van Raam Open gezet.

Wat grappig om mijn eigen woorden met een enkele klik in een andere taal terug te zien. In het Afrikaans wordt het helemaal leuk. (Nu maar wel hopen dat het klopt.)

Veel leesplezier!

Advertenties

Terugblik en pareltjes op de lijst

Al weken voeg ik trefwoorden toe aan de 643 logjes op dit blog. Dit past goed bij een gangbare eindejaars activiteit. Namelijk lijstjes maken. Terugblikken, herinneren, nadenken, opschonen of er in de toekomst weer wat mee doen. Zo passeert vier jaar van mijn leven in detail. Een periode vol gemoedsrust volgde op een tijd met grote financiële onzekerheid. Sommige berichten over toenmalige actuele zaken zeggen nu weinig meer. Maar ik vind ook pareltjes terug, die tijdloos blijken.

Onze samenleving
De inhoudelijk beste stukken schreef ik uit verontwaardiging, voortkomend uit betrokkenheid. Meestal gaan die over een leefbare samenleving. Dus over hoe mensen met elkaar en het milieu omgaan. En over het blinde geloof in de noodzaak van economische groei. In de beginperiode van Raam Open droeg ik constructieve ideeën aan die nog steeds toepasbaar zijn. Soms sloeg ik de plank mis.

Verrassingen
De leukste logjes vind ik de anekdotische, uit het leven gegrepen verhaaltjes met onverwachte wendingen. Meestal gaan die over mensen onder elkaar. Volgers vragen weleens of bepaalde voorvallen werkelijk plaatsvonden. Want ik voeg fantasie en theatrale elementen toe. Maar neem dit gerust aan: hoe bizarder, hoe echter.

Fantasy of niet
Niet voor niets is het logje Franse topkwaliteit commercials een van mijn all time favorieten. Hierin komt alles samen waar ik van hou, hoe logisch en tegenstrijdig ook. Video-artiest Jonathan Lagache is de maker van de gelinkte commercials. Zijn achternaam zit tussen die van mijn Franse voorouders, dus fantaseer ik graag over een verband. Over verbanden gesproken. In de video Peugeot Onyx Concept Car van Jonathan zie ik lijntjes naar onderstaand ijslandschapje op mijn dakraam. En zijn video met Lana del Rey mag zeker in de eregalerij.

Een blog met eeuwigheidswaarde

Bloggers hebben het makkelijk. Het maakt niet uit of ze bagger publiceren of logjes met eeuwigheidswaarde* schrijven. Ze bepalen zelf wat blijft en Google maakt geen onderscheid. Bij boeken ligt dat anders. Eerst moet een auteur een uitgever vinden. En ‘omdat opslag duur is en het aanbod gigantisch, krijgen titels een steeds kortere looptijd. Bij literatuur is dat tegenwoordig zes weken tot drie maanden. … Dat zegt niks over de kwaliteit van het boek … maar je kunt niet alles recenseren.’ (Versnipperde letteren, door Jan van Tienen, VPRO Gids #50-2017.) Een blogger hoeft slechts te zorgen dat zijn blog gevonden wordt.

Voordat een boek in de winkel verschijnt, heeft er al een heel team aan gewerkt. De auteur, minimaal vijf medewerkers bij een uitgever, de drukker en de transporteur. De winkelier, ten slotte, maakt er een plekje voor vrij in zijn winkel. Wat vrijwel zeker de doodsteek betekent voor een ander boek. Want wat dan rest is de ramsj of de shredder.

Tenzij een auteur zijn eigen werk opkoopt en het alsnog aan de man brengt. Ik ben benieuwd hoeveel m2 opslagruimte er vol staat met roemloze werkstukken en ondernemersvruchten. In mijn eigen kelder wachten nog drie dozen met fluwelen broches op een koper. Sinds eind 2013.

Nee, dan mijn blog. Daar kan ik tenminste eeuwige roem mee vergaren. Ik probeer teksten met een zekere kwaliteit en waarde te schrijven, zowel qua vorm als inhoud. Maar het is nog moeilijk genoeg om de pronkkamer te vullen. Achteraf gezien verdienen hooguit twee of drie logjes per jaar een ereplaats. En een uitgeverij zullen ze wel nooit halen.

Nu heb ik een nieuwe strategie. Want als ik Google maar genoeg paai, wil die zoekmachine vast wel mijn stukjes naar voren halen. Dus ben ik al dagen bezig om mijn 635 logjes beter te categoriseren. En belangrijker: om er meer weldoordachte trefwoorden aan te hangen. Gelukkig heb ik eerder minstens 70 mislukte logjes geschrapt. Het is namelijk nogal een pokkenwerk. Maar hé, straks wacht mij eeuwige roem én vindbaarheid. Ik heb het er graag voor over.

* Met dank aan Mathilde, die met deze term voer gaf voor dit logje.

Amerikanen vangen met WordPress

Onlangs vielen ze mij pas goed op: het aantal Amerikaanse bezoekers op dit WordPress blog. Op sommige dagen komen meer lezers daarvandaan dan uit Nederland. Ik weet dat Amerikanen onze taal bestuderen. Maar zóveel mensen? En is mijn blog dan een schoolvoorbeeld voor hen? Volgens Wikipedia spreken hooguit 20.000 tot 50.000 Amerikanen Nederlands. De meesten zijn emigranten, of nakomelingen daarvan. Misschien volgen zij massaal nieuwtjes uit hun oude vaderland via blogs.

Waarschijnlijker zit Google hierachter, of het algoritme van WordPress zelf. Bijvoorbeeld als iemand via de WordPress Reader een trefwoord intypt. Via de statistieken van WordPress word ik echter weinig wijzer. Die geven slechts aan hoeveel bezoekers per land op dit blog komen. (Zijn dat mensen of bots?) Ook wil ik weten welke nationaliteiten welke berichten lezen. Daarover lieten de statistieken tot vandaag niets los.

Maar nu heb ik die Amerikanen mooi te pakken. Vanmorgen zat ik al vroeg startklaar om ze te vangen. En het is me gelukt. Zie dit screenshot. Ha!

Bloggen is ook: mislukte logjes oplappen

Goed schrijven is vooral veel schrappen, zeggen ze. Dat kan kloppen. Gisteren was ik pittig bezig in het log over bitcoins. De focus was echter nogal eenzijdig, terwijl ik zaken liever van meerdere kanten bekijk. Verder haperde mijn gedachtegang. In feite moest ik nog details natrekken en alles beter aan elkaar schrijven. Ook stond het vol ferme termen: asociaal, ondemocratisch, discriminatoir. En een idee in de slotalinea kwam niet uit de verf. Kortom, het rammelde en diverse alarmbellen gingen af. Maar ik negeerde het gerinkel en plaatste het op internet.

Tegen beter weten in natuurlijk. Want zo’n actie blijft nooit lang ongestraft. Weldra begonnen de onafgewerkte randjes en vragen te knagen: Hoe zit het nu precies met dat energieverbruik? Worden er illegaal computers voor mining van bitcoins gebruikt, of betreft dat een andere munteenheid? En al die heftige termen, moeten die nu echt? Dan mijn kronkel naar Afrika. Ik kon hem zelf amper volgen. Bij nader inzien leek het wel alsof ik tijdens het schrijfproces half dronken was. Wat een flutstuk. Ik heb snel het nodige geschrapt en aangepast. Nog is het niet geweldig, maar nu kan het ermee door.

Uiteraard lijd ik aan een vorm van perfectionisme. Liever beschouw ik dit gepuzzel als jongleren met woorden. Wil je goed schrijven, dan moet je afstand houden, terugkijken, schrappen en verbeteren.
Je ontkomt niet aan eenrichtingsverkeer. Toch wil ik met mijn blog iets creëren wat ze in de Happinez ‘holding space’ noemen. Dat is iemand in een gesprek c.q. bij het lezen de ruimte geven om zijn eigen gedachten te vormen. Mijn tekst zou dicht moeten blijven bij dit principe.

Think before you speak. Is it True? Helpful? Inspiring? Necessary? Kind? Dat laatste niet altijd, maar de rest vind ik wel relevant.

Wil je als blogger veel volgers krijgen, dan moet je nog meer regels in acht nemen. Ik negeer de meeste, want regels leveren bij mij een verkrampte blogstijl op. Weliswaar dragen tips voor zoekmachineoptimalisatie bij aan professionaliteit. Maar vaker komt zo’n uitgekiend blog op mij over als een gelikte eenheidsworst. Authenticiteit vind ik gewoon belangrijker. Dus vlieg ik soms uit de bocht.

Onbetrouwbare hersenen

Een deel van mijn onzekerheid komt voort uit mijn onbetrouwbare hersenen. Dat ik daarvan niet op aan kan, weet ik al jaren. Dat scheelt. Onlangs ging ik de mist in met mijn Gravatar. Of met één ervan, want ik heb er meer. Bij het plaatsen van een ‘likeje’ op een blog ging ik heel bewust het rijtje af. Bij deze reactie hoorde dat plaatje. Ik zag het juiste icoontje onder het bericht verschijnen. Mooi. Dacht ik.

Tot ik – uiterst verwarrend – een reactie ontving op een e-mailadres dat aan een andere website is gekoppeld. Niet de website die ik in gedachten had bij het plaatsen van dat ‘likeje’.

Het voelde vreemd. Want die icoontjes horen bij twee verschillende websites die twee strikt gescheiden werelden vertegenwoordigen. Zo strikt, dat je gerust over verschillende persoonlijkheden kan spreken. We hebben het hier over internet.

Het voelde ook een beetje unheimisch. Alsof iemand mijn gangen was nagegaan. Wat vrijwel zeker echt is gedaan, bijvoorbeeld via LinkedIn. Was die persoon zo aan dat specifieke e-mailadres gekomen? Daarvoor moet je best moeite doen. Want aan dat Gravatar-icoon is geen website of zichtbaar e-mailadres gekoppeld. Maar wel een naam.

Ik kon het niet uitstaan. Daarom bekeek ik opnieuw het bericht waaronder ik dat Gravatar had gezet. En verdorie, er stond een ander plaatje onder dan gedacht. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had nog zo goed opgelet! Toch? Maar computers maken geen fouten, dus zal ik het zelf wel hebben gedaan.

Het zal in de toekomst erger worden. Inmiddels kan men in filmpjes met software je gezichtsuitdrukking levensecht veranderen. En gesproken tekst kunnen slimmeriken ook zo aanpassen. Nog even en je moet tegen je eigen beelden getuigen. Dan krijgt die Trump toch gelijk met zijn nepfeiten.

Besef je dat wanneer je je pootafdruk onder dit logje zet, ik de tekst achteraf helemaal kan veranderen? Je weet eigenlijk nooit waar je een ‘likeje’ voor geeft. Wie durft?

Bloggen is uit – Lang leve het blog

Ze zeggen dat bloggen over het hoogtepunt heen is.
Dat Snapchat, Pinterest en Instagram beter zijn.

Iedereen rent elkaar achterna, ergens anders heen.
Internet is nu eenmaal een vluchtig fenomeen.

Ik vind het allemaal prima, hoor.
Die-hards gaan toch wel door.

De ware liefhebbers.
De echte schrijvers.
Die blijven.

Of kunnen alleen de oudjes het niet bijbenen?
Ach, laat mij dan maar vintage zijn.

oude bloggers