Nieuw licht op zaken

We zaten in de nacht op het platte dak van een torenhoog gebouw. Om ons heen in de diepte laagbouw en andere hoge gebouwen. We begrepen elkaar niet. Het ging over geld. Ze ging mij iets uitleggen. Ik keek naar de donkere hemel en zag ondertussen strakke dubbele rijen lichten door de lucht voortbewegen. De rijen liepen parallel aan elkaar en ze waren overal.
‘Ik zal je eens iets vertellen over mijn vader.’, zei ze. En ik voelde: deze keer wordt het geen anekdote die ik al honderdduizend keer heb gehoord. Dit zou een niet eerder verteld verhaal worden. Een relaas over een gebeurtenis die nieuw licht op zaken zou werpen. Ik wist: dit kon ons wezenlijk nader tot elkaar brengen.
Toen begonnen de lichten in de lucht wild te draaien, als voetzoekers in een oudejaarsnacht. Ze schoten door de lucht omlaag en joegen op mensen, op andere daken. Nog voordat ze had verteld wat ze wilde zeggen, brak de langverwachte Derde-Wereldoorlog uit.

Dromen over het schrijverschap

Eigenlijk had ik graag een beroemd en professioneel schrijfster willen worden. Zo iemand die van haar boeken leeft. Idealiter verblijf je dan maandenlang in een afgelegen oord. Bij voorkeur in een knus oud huis met zicht op weids landschap. En ver verwijderd van het gekrioel van alledag.

Je hebt dagboeken, notities en mappen met knipsels bij de hand. Ook doe je voorbereidend onderzoek. En je plukt relevante anekdotes uit de krant. Daarnaast organiseer je inspirerende avondjes voor vrienden en bekenden. Die vertellen dan zelf weer boeiende verhalen tijdens hun bezoek. Je kent je klassiekers. Kortom: stof genoeg.

Elke ochtend kuier je naar het tuinhuisje, waar je dagelijks duizend woordjes typt. Meer hoeft niet, zolang het kwalitatief goed is. Voor fictie laat je je verbeelding spreken. En voor non-fictie put je uit je rijkelijk gedocumenteerde archief. De overeenkomst is dat jij degene bent die overal verbanden tussen legt. Met name verbanden die een ander nog niet ziet.

Ik mis de benodigde fantasie voor fictie, maar hier kan ik toch best over mijmeren.

Surreëel

In de middag wandel ik naar beneden, richting de rivier.  De straten kronkelen hier. Alles loopt schuin af: de weg, de stoep. Ook de huizen staan hoog op een steile helling, vrij in hun privé-tuinen. Over de schuine kruising waakt het statige La Colline, een grijze fin de siècle villa. Compleet met louvre deurtjes als raamluiken. Verderop in de diepte staat een half vervallen werkplaats. De naamschildering van het bedrijf dat er ooit zat, vervaagt. Overal zie je muurtjes met weelderige begroeiing. Echt, je waant je ’s zomers in een Frans plattelandsdorp hier.

Vrijwel geruisloos komt hij ineens tevoorschijn. Zwart, glanzend en traag sluipend als een roofdier. Een zwarte panter. En weg is ‘ie weer. Surrealistisch, of toch niet?

Pas seconden later realiseer ik het mij. Dit was geen panter, maar een jaguar. Die wonen hier. Dit is hun natuurlijke biotoop. Ze verblijven onder de bordjes ‘Jaguar parking only’.

Goed nieuws over Whanganui rivier

Te midden van al het nieuws over terroristische dreigingen, een hysterische Erdogan, Trump-affaires, hongersnood in de Hoorn van Afrika en andere gerelateerde ellende, dook er gisteren een klein heugelijk berichtje op. Het kwam uit Nieuw-Zeeland en het ging over een rivier.

Alleen al de naam Whanganui brengt mij direct in warme, zonnige, tropische, Bounty-eilandachtige, zorgeloos paradijselijke sferen. Combineer dat met de Maori en een officieel als levend wezen erkende rivier. Dan weet je gewoon dat alles nog goed kan komen.

Whanganui river gets legal status as person after 170 years.

Janny

Onderweg naar de stad, ter hoogte van Lombok, stapt er een goed verzorgde, witgrijze vrouw met felrode lippenstift in de bus. Ik herken haar meteen, loop naar haar toe en ga tegenover haar zitten. ‘Het moest er een keer van komen dat ik je hier zou zien’, begin ik enthousiast. Want ik ken haar van een vakantie en weet dat zij in die Arnhemse wijk woont. Het is een populaire woonwijk en ze werkt als zelfstandige, vertelde zij ooit. We hebben er uitgebreid over gesproken toen ik eerder werkzoekend was en omscholing plus verhuizing overwoog.

Zij kijkt mij vriendelijk aan, maar herkent me niet. ‘Ik ken je niet’, zegt zij. ‘Van de vakantie in Cabo de Cata in Spanje’, herinner ik haar met een brede lach. Er gaat echter geen lichtje branden. ‘Nee, ik ben nooit in Spanje geweest’, antwoordt zij. Ze doet wel haar best om toch een raakvlak te vinden. ‘Ik ga altijd met cultuurreizen mee. Ik ben in Engeland geweest en in Ierland.’ Hm, zou dat het zijn?, denk ik aarzelend. ‘Ik ben vorig jaar in Engeland geweest en het jaar daarvoor in Ierland met [naam reisorganisatie].’
Zij reist daar gewoonlijk ook mee, bevestigt zij.

De bus rijdt het station binnen en nog steeds daagt er niets bij haar. Ook ik twijfel nu waar wij elkaar ontmoet kunnen hebben. Maar dát ik haar ken, is zeker. Ze moet gaan en schuift naar het puntje van haar stoel. ‘Zal ik mijn naam opschrijven?, vraagt ze. ‘Nee, dat hoeft niet’, voor mij. ‘Hoe heet je eigenlijk?’, vraagt ze en ze steekt haar hand naar mij uit. ‘Karin.’ Terwijl wij handen schudden, zegt zij: ‘Janny’. Die naam bevestigt dat ik haar absoluut ken. Maar wanneer ze uitstapt, weet zij nog altijd niet wie ik ben.

Was Janny er dan bij als geestverschijning?

Cabo de Cata

Roddelpers

IMG_3845Bij de zaterdagkrant zit de verkeerde bijlage. Dat is al de tweede maal in korte tijd. Vorige keer kreeg ik onverwachts De Groene Amsterdammer. In plaats van het gebruikelijke magazine, is het nu een roddelblad. Pas wanneer ik beter kijk, zie ik een treffende imitatie van de Privé.

Even later begin ik met een kop koffie op de bank aan de VPRO-gids van deze week. De hoofd- redacteur schrijft over paparazzo. Dat filmsterren niet zonder kunnen en zo belandt hij op het Filmfestival in Cannes.

Met mijn hoofd bij de roddelpers struikel ik halverwege over rodelopersessies. Huh? Roddelperssessies? Wat? Rodelperssessies. Hè? Nee: rode-loper-sessies. Oh, oké.