Ze bestaan wél

Als je groter wordt, maken ze je wijs dat elfjes en kabouters niet bestaan. Maar gisteren was ik niet thuis. En toen ik vanmorgen de gordijnen open deed, zag ik dat er een het dak van mijn schuur heeft schoongeveegd. Dus. Ze bestaan wel.

Of is hij soms weer bezig geweest?

De kat van de buren
Advertenties

De levenstuinen van Het Groot Hontschoten

Halverwege de wandeling van Twello naar Teuge en weer terug staat er een tuin op het programma. Onze kaartlezer doet er geheimzinnig over. ‘Kijk gewoon zelf maar.’ Het groepje loopt naar binnen, terwijl ik nog met een boterham draal bij de ingang. Eenmaal alleen, aanschouw ik de directe omgeving. Weilanden met roodbont vee, maïsvelden en een terrein vol bosschages. Ik draai mij een kwartslag en sta plots oog in oog met het houten huisje van mijn dromen. Knus en klein en met een volwaardige veranda. In het voortuintje en binnen de universele inrichting van een wereldreiziger.

Dat belooft wat. In de tuin en de gebouwen volgt dan ook een feest der herkenning. Samoa, een verlaten landhuis in Zuid-Frankrijk. De oerwouden van Nieuw-Zeeland en Australië. Een hippiekolonie op Cabo de Cata en taferelen in Oost-Azië. Er groeit taro, er zijn fern trees en er is zoveel meer. Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld te vliegen. Het is hier. Desiderata in steen. Uitgerekend in Gelderland. Ook zonder het ontstaansverhaal te kennen, moet je toch zien dat dit een levenswerk is. Tenminste, als je beseft hoeveel bijzonders hier te vinden is.

De levenstuinen van Het Groot Hontschoten. Ga het zien!

Nepnieuws bestaat niet

Laten we het eenvoudig houden.

Betrouwbaar nieuws bestaat.
Juiste informatie bestaat ook.
Als je de tijd neemt en zin hebt om je erin te verdiepen, dan vind je ze:
Feiten en wetten en echte omstandigheden. Die liegen niet.
Ben je slecht geïnformeerd, dan krijgen sentimenten al gauw de overhand.
Wat leidt tot misverstanden en onbegrip.
En tot het ontstaan van nepnieuws.
Nepnieuws bestaat.
Believe me.

Nieuw licht op zaken

We zaten in de nacht op het platte dak van een torenhoog gebouw. Om ons heen in de diepte laagbouw en andere hoge gebouwen. We begrepen elkaar niet. Het ging over geld. Ze ging mij iets uitleggen. Ik keek naar de donkere hemel en zag ondertussen strakke dubbele rijen lichten door de lucht voortbewegen. De rijen liepen parallel aan elkaar en ze waren overal.
‘Ik zal je eens iets vertellen over mijn vader.’, zei ze. En ik voelde: deze keer wordt het geen anekdote die ik al honderdduizend keer heb gehoord. Dit zou een niet eerder verteld verhaal worden. Een relaas over een gebeurtenis die nieuw licht op zaken zou werpen. Ik wist: dit kon ons wezenlijk nader tot elkaar brengen.
Toen begonnen de lichten in de lucht wild te draaien, als voetzoekers in een oudejaarsnacht. Ze schoten door de lucht omlaag en joegen op mensen, op andere daken. Nog voordat ze had verteld wat ze wilde zeggen, brak de langverwachte Derde-Wereldoorlog uit.

Dromen over het schrijverschap

Eigenlijk had ik graag een beroemd en professioneel schrijfster willen worden. Zo iemand die van haar boeken leeft. Idealiter verblijf je dan maandenlang in een afgelegen oord. Bij voorkeur in een knus oud huis met zicht op weids landschap. En ver verwijderd van het gekrioel van alledag.

Je hebt dagboeken, notities en mappen met knipsels bij de hand. Ook doe je voorbereidend onderzoek. En je plukt relevante anekdotes uit de krant. Daarnaast organiseer je inspirerende avondjes voor vrienden en bekenden. Die vertellen dan zelf weer boeiende verhalen tijdens hun bezoek. Je kent je klassiekers. Kortom: stof genoeg.

Elke ochtend kuier je naar het tuinhuisje, waar je dagelijks duizend woordjes typt. Meer hoeft niet, zolang het kwalitatief goed is. Voor fictie laat je je verbeelding spreken. En voor non-fictie put je uit je rijkelijk gedocumenteerde archief. De overeenkomst is dat jij degene bent die overal verbanden tussen legt. Met name verbanden die een ander nog niet ziet.

Ik mis de benodigde fantasie voor fictie, maar hier kan ik toch best over mijmeren.

Surreëel

In de middag wandel ik naar beneden, richting de rivier.  De straten kronkelen hier. Alles loopt schuin af: de weg, de stoep. Ook de huizen staan hoog op een steile helling, vrij in hun privé-tuinen. Over de schuine kruising waakt het statige La Colline, een grijze fin de siècle villa. Compleet met louvre deurtjes als raamluiken. Verderop in de diepte staat een half vervallen werkplaats. De naamschildering van het bedrijf dat er ooit zat, vervaagt. Overal zie je muurtjes met weelderige begroeiing. Echt, je waant je ’s zomers in een Frans plattelandsdorp hier.

Vrijwel geruisloos komt hij ineens tevoorschijn. Zwart, glanzend en traag sluipend als een roofdier. Een zwarte panter. En weg is ‘ie weer. Surrealistisch, of toch niet?

Pas seconden later realiseer ik het mij. Dit was geen panter, maar een jaguar. Die wonen hier. Dit is hun natuurlijke biotoop. Ze verblijven onder de bordjes ‘Jaguar parking only’.

Goed nieuws over Whanganui rivier

Te midden van al het nieuws over terroristische dreigingen, een hysterische Erdogan, Trump-affaires, hongersnood in de Hoorn van Afrika en andere gerelateerde ellende, dook er gisteren een klein heugelijk berichtje op. Het kwam uit Nieuw-Zeeland en het ging over een rivier.

Alleen al de naam Whanganui brengt mij direct in warme, zonnige, tropische, Bounty-eilandachtige, zorgeloos paradijselijke sferen. Combineer dat met de Maori en een officieel als levend wezen erkende rivier. Dan weet je gewoon dat alles nog goed kan komen.

Whanganui river gets legal status as person after 170 years.