Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe

Als eigenaar van een oud huisje heb ik de afgelopen tweeëneenhalf jaar met bouwvakkers veel ervaring opgedaan. Een greep uit deze ervaringen. Heel concreet klussen afspreken en deze vervolgens op geheel eigenwijze; pardon: eigen wijze uitvoeren. Tergend langzaam werken als er een uurtarief is afgesproken. Razendsnel klaar zijn als de prijs een all-in tarief betreft. Een uur te laat komen. ‘Oh, is dit een probleem?’ Zonder kennisgeving niet op komen dagen. Offertes beloven en ondanks drie keer navragen niets meer laten horen.

Praat hierover met huiseigenaren en ze vertellen je gelijk alle horror stories. Deze week mocht ik zelf nog een nieuwe ervaring opdoen.

De muur in de kelder naar de kruipruimte vertoont sinds vorig jaar vochtplekken. Het is onbekend waar dat vocht vandaan komt: CV-leidingen, waterleiding, badkamerafvoer, leidingen bij de buren? Het kan allemaal. Wel hadden de buren rond die tijd problemen met hun afvoer en die loopt via een put in mijn tuin naar het straatriool.

Zelf kan ik nergens bij zonder de boel open te breken. Daarom overwoog ik een luik naar de kruipruimte te laten maken in de keldermuur of in de kamervloer. Ik vroeg een offerte aan en dat viel tegen. Zo’n luik kost al gauw € 1.000. Ook belde ik met een rioolservice. Een inspectie met graafwerk zou naar schatting uitkomen op € 500. Slik. Want het blijft de vraag of het daar aan ligt. Bij mij werkt de afvoer goed en ik ruik geen rioolgeur. Misschien was eerst een luik maken toch een betere optie. Dat kan altijd nog van pas komen.

Via via informeer ik verder en krijg ik de contactgegevens van een bouwvakker met een redelijke reputatie. Ik bel hem en vraag of hij tijd heeft en verzoek om een offerte. Daarvoor wil hij de situatie even bekijken. Logisch. Rond avondetenstijd belt hij een half uur te vroeg aan. Ik laat hem de keldermuur met vochtplekken zien en zeg dat ik een luik wil. Maar hij raadt af om een luik te maken en stelt voor om eerst naar de riolering te kijken. Want een put kan vol met blad en andere troep raken. Als er dan ergens een barstje zit, kan die gaan lekken. Het klinkt plausibel. Lees verder “Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe”

Advertenties

Het einde van de vaste telefoon

Je zou het niet verwachten, maar het aantal vaste telefoonaansluitingen in Nederland nam in 2015 nog toe. Daar is een eenvoudige verklaring voor. Het maakte weinig verschil of je een alles-in-1-pakket nam met of zonder vaste lijn. Ik heb dat toen overwogen. De laatste tijd vielen de rekeningen van KPN wel erg hoog uit. Dus heb ik opnieuw gecheckt of ik het bedrag omlaag kon krijgen. En ja hoor: de vaste lijn kan eruit. Het is even slikken, na zoveel jaren met een vaste telefoon in huis.

De beschikbaarheid daarvan was niet altijd vanzelfsprekend. In de jaren zeventig kregen we bij ons thuis een vaste aansluiting. Tot die tijd liep mijn moeder voor een telefoongesprek naar het postkantoor in de buurt. Dan vroeg ze aan de lokettist of ze mocht bellen. Dat kon in een van de twee of drie inpandige telefooncellen. Ze hadden houten wanden met kleine gaatjes erin. Onder een plank hing een hele serie telefoongidsen. En er stond, geloof ik, een klein krukje bij. Privacy kon je wel vergeten als je iets belangrijks wilde doorbellen.

Bij vriendinnetjes hing de telefoon in de gang aan de muur. Of hij prijkte daar op een plankje naast pen, papier en een beduimeld telefoonboek. Als je wilde bellen, moest je blijven staan. Ook daar kon het hele gezin meegenieten. Mensen gingen er heel bewust mee om en hielden gesprekken kort.

Op mijn eerste zelfstandige adres had ik evenmin een vaste telefoon. Als ik moest bellen, liep ik naar de telefooncel op de Douzastraat of naar de brug bij het Gangetje. Soms waren die cellen, met apparaat en al, gesloopt na een wilde uitgaansnacht. Dan moest ik helemaal naar het Leidse stadhuis lopen om daar een intacte telefooncel te vinden.

Op mijn volgende adres nam ik zelf een telefoon. Heel handig, ook voor anderen. Want mijn nummer scheelde maar één cijfertje met dat van een hulpinstelling. Regelmatig kreeg ik verslaafden aan de lijn, die gelijk een lang en nogal warrig verhaal afstaken. Afgezien daarvan was die eigen telefoon best fijn. Je raakt er snel aan gewend dat je altijd bereik hebt.

Daarna wisselde ik bij verhuizing een paar keer van nummer. Het laatste kon ik slecht onthouden. Het leek een beetje op een vroeger nummer van een zakelijke telefoonlijn. En ik gebruikte hem nog maar weinig. Hij kon niet op tegen de kunstjes van mijn nieuwe mobiele telefoon.

Dit jaar begon het oude toestel te haperen. De batterijen lekten en die heb ik nog een keertje vervangen. Onlangs kreeg hij weer kuren. Steeds als ik het toestel oppakte, ging het schermpje zorgwekkend knipperen. En zo kwam er een roemloos einde aan de geschiedenis van mijn vaste telefoonlijn.

Huishoudelijk werk als in 1913

Dit najaar leek het wel alsof het bouwjaar van mijn huis was teruggekeerd: 1913. Bijvoorbeeld tijdens de bramenoogst uit eigen tuin, waar ik saus van heb gekookt. Nu heb ik een wintervoorraad potjes op een kastplank staan. Ook at ik wekenlang puree van tamme kastanjes als aardappelvervanger. Zelf geraapt, gewassen, ingekeept, gekookt en gepeld. Wat een arbeidsintensief en ambachtelijk proces is dat. Toch stemt de aanblik van een zelf aangelegde voorraad zeer tevreden.

Bovendien was de regenton tot de rand gevuld. Maar rond deze tijd hoef je de tuin niet te sproeien. Planten groeien nauwelijks tot het voorjaar, dus wat moest ik met al dat vocht? Daar kon ik het toilet mee spoelen. Dus op naar de winkel voor een mooie emmer. Die zette ik steeds gevuld klaar bij het toilet.

Het eerste wat bij zo’n actie opvalt, is hoe veel water we eigenlijk gebruiken. Ik moet toch wel regelmatig naar het toilet. Er staan maatstreepjes in de emmer. Daaruit blijkt dat er per spoelbeurt al snel vier liter water doorheen gaat. Per dag gebruik je dan per persoon makkelijk veertig liter.

Het tweede wat opvalt, is wat een gezeul het is. Kan je nagaan hoe onze voorouders in de weer moeten zijn geweest. Zij moesten steeds water halen uit de sloot, of uit de put op het erf. En anders wel bij een openbare waterpomp op een plein. Ze gingen vast niet voor vijf litertjes op pad. Dus moesten ze meerdere malen per dag met loodzware emmers sjouwen.

Het derde wat opvalt, is hoe luxe wij nu leven. Er is zo veel zwaar, eentonig, vuil en vervelend huishoudelijk werk verdwenen. Vrouwen die met bijtend bleekmiddel de was wit maakten, kregen schrale en zelfs kapotte handen. Vroeger zag je ze nog wel. Echte werkhanden vol eelt in de palm en met een ruwe huid aan de bovenkant. Moet je onze poezelige handjes nu eens bekijken.

Gelukkig komt de bodem van de regenton in zicht. Je zou er een hernia van krijgen.

Het huis hiernaast: strippen en slikken

Wanneer ik thuiskom, is de klusser bezig in het buurhuis. De voordeur staat open. Ik grijp mijn kans op een nadere kennismaking. Hij is blij met de afleiding en vertelt wat er te gebeuren staat. Het pand wordt van binnen volledig gestript. Dat maakt nieuwsgierig naar wat er achter alle lagen schuil gaat. Want in de afgelopen eeuw zijn onze huizen allemaal verschillend verbouwd. De klusser laat het graag zien en geeft een rondleiding.

In het huis van de buren werd decennialang alleen het hoogstnoodzakelijke gedaan, low budget. Daarom moet nu werkelijk alles worden vervangen of opgeknapt. De nieuwe buurvrouw kon bij aankoop echt niet bevroeden wat haar nu te wachten staat.

Dat is nogal wat. Het oorspronkelijke houtwerk komt tevoorschijn. Zoals twee te korte balken onder de zoldervloer, die met een stuk hout ernaast aan elkaar getimmerd zijn. Een verwarmingsleiding loopt dwars door een oorspronkelijke deur heen. En die deur zat weer verborgen achter een houten wandje. Trouwens, alle tussenmuren hiernaast zijn op de eerste verdieping van hout en flinterdun.

Tot zover geen echte verrassingen. Ook in mijn huis zaten op de vreemdste plekken oude leidingen. Maar dan de muur beneden, tussen de trap en de woonkamer. Ik wist niet beter dan dat dat een halfsteens muurtje was met voorzetwand. De betonnen vloer en stenen muren van mijn badkamer leunen er namelijk op. Hiernaast is dat muurtje slechts een hol houten frame met ertegenaan getimmerd laminaat. Okeee …

Ik hoor het de verkoopmakelaar bij de eerste bezichtiging drie jaar geleden nog zo zeggen: ‘De huizen hier zijn heel stevig. Ze zijn namelijk gebouwd op zand. Dat is alsof ze zijn gebouwd op staal.’ Ja, ja.

De nieuwe buurvrouw

Het spannendste aan de verhuizing van de buren is wie er in hun woning komt. Al tijdens de bezichtiging kon ik haar horen, mijn nieuwe buurvrouw. Ze heeft een heldere stem en onze keukendeuren openen naar elkaar toe. Dus kan ik makkelijk het wel en wee van hiernaast volgen. Ook al hoeft dat niet voor mij. Hoewel. Eigenlijk ben ik nogal nieuwsgierig. Niet zozeer naar haar privéleven. Maar vooral naar wat er met het pand gebeurt. En dat is boeiend.

Mijn eerste indrukken van haar.

  1. Ze weet hoe je vrienden maakt. Direct na de sleuteloverdracht hangt er al een fles wijn aan mijn deurknop met een kaartje. De fles komt uit een lokale speciaalzaak.
  2. Ze weet hoe communicatie werkt. Want op het kaartje staat dat ze gaat klussen. Mocht de herrie te bar worden, dan kan ik haar bellen. De volgende dag komt ze zich voorstellen.
  3. Ze is kordaat en opgewekt. Ze vertelt over haar klusplannen en we begrijpen elkaar. Zij wil haar eigen geurtje in het huis, terwijl ik in het mijne gelijk een nieuw laagje wilde aanbrengen. Even later hoor ik een enorm gebonk en kabaal. Gevolgd door het geluid van twee schaterlachende vrouwen. Wat een verschil met de vorige buren.

Deze week wordt haar huis compleet gestript. Alles gaat eruit. Vloerbedekking, wandbekleding, een inbouwkast, het schrootjesplafond, oud stucwerk, een luchtafvoerkanaal. De eerste container vol afgedankt materiaal is afgevoerd en de tweede staat klaar. Overal heeft ze haar mannen voor. En zelfs die laten een goede indruk na. Gisteren belde er een aan. Hij kwam zich verontschuldigen omdat hij nog een uur bezig moest zijn met de drilboor. Uit zichzelf. Nou ja.

In gevecht met de kitspuit

Onderhoudsklussen en verbouwingen zijn mannendingen. Daar is de hele bouwwereld op ingesteld. Alle apparaten zijn loodzwaar. En wil je even een voegrandje afwerken, dan krijg je zonder pistool als vrouw geen millimeter kit uit een spuit. Tenzij je aan body building doet.

Bij Bison maken ze echter tubes die je zo uit de losse pols kan gebruiken. Dat leek mij wel wat. Een voeg in de badkamer werd namelijk een beetje oud. Dus kocht ik een tube met spuittuit. Je hoeft er alleen maar een puntje af te knippen. Beschermfolie weghalen en klaar.

Nou, dat werd me een worsteling. De kit wou er mooi niet uit. Hoe hard ik ook kneep. Het stugge spul bleef lekker in de tube zitten. Tja, wat doe je dan? De gemiddelde bouwvakker komt tegenwoordig heus niet voorrijden voor een kitrandje. Ten einde raad heb ik mijn volle gewicht er tegenaan gegooid. Woeaahhhrr. En ben boven op de tube gaan staan. Daarna was het klusje snel gedaan.