Geef ons platteland brood en spelen

Na het logje van gisteren, wil ik even wijzen op hoe het ook kan. Neem nu de druk op onze agrarische sector. Die wereld zit vol toonaangevende producenten, terwijl een deel daarvan toch nauwelijks kan overleven. En waar moet het heen met ons landschap? Dat vroeg Rijksbouwmeester Floris Alkemade zich ook af. Hij zet met de prijsvraag Brood en Spelen de vernieuwing van het platteland hoog op de agenda.

Goede ideeën of meer weten? Lees verder op https://prijsvraagbroodenspelen.nl/.

Het kan wél! Zo.

Advertenties

Mensen, denk eerst ff zelf na

In de Volkskrant beantwoordt Jan Timmer, voormalig president-commissaris van Philips, de vraag welke fouten de politiek heeft gemaakt. ‘De politiek heeft gedacht dat het kapitalisme zichzelf zou kunnen reguleren. Dat is een groteske ontkenning van de menselijke natuur. Mensen willen bedriegen en bedrogen worden. Europeanen denken dat vrijhandel een groot goed is. (…) Maar in werkelijkheid hebben ze vrijhandel ondergeschikt gemaakt aan macht.’ (16 februari 2018.)

Dat mensen bedrogen willen worden, herken ik wel. Bij die rel rond Oxfam blijkt weer dat mensen vaak verbolgen reageren, zonder zich in feiten te verdiepen. Dat snap ik niet. Want er is nooit een tijd geweest waarin Vadertje Staat, meneer pastoor, de burgemeester en de fabrieksdirecteur volkomen belangeloos het beste met de gewone man voorhadden. En er was nooit meer informatie voorhanden dan nu.

Dat veel mensen matig zijn geïnformeerd, heeft consequenties. Als medewerker van een ontwikkelingsorganisatie werd ik 9 ½ jaar lang overstelpt met vooroordelen. Ze passeerden in een eindeloze stroom de revue. Daar was geen seksrel voor nodig.

Ik stuitte op vooroordelen vanuit relatief onschuldige onwetendheid, of vanuit pure domheid (wel hersens hebben, maar ze niet gebruiken). Ook speelden bekrompenheid en een groot gebrek aan nuancering (of levenservaring) een rol. Maar bovenal zag ik hoe blind mensen zijn voor het tegenstrijdige in hun eigen gedachtengang. De meer extraverte types schroomden niet om botweg alles te zeggen wat ze dachten. Dat mag kennelijk, tegen een medewerker van een sector die draait op subsidies en donaties. Zo iemand is vogelvrij.

Weinig commentatoren beseffen hoe ze als een grammofoonplaat blijven hangen. Steeds weer draaien ze hetzelfde liedje af en steeds weer komen ze bij hetzelfde oordeel uit. Ik vind zulke mensen utterly mind-numbing boring. Vaak is hun ervaring gebaseerd op één enkele situatie van soms wel tien jaar geleden. Of ze hebben iets in de Telegraaf gelezen. Daarna hebben ze nooit meer verder gekeken of iemand een herkansing gegeven. Laat staan dat ze hun mening herzien. Lekker makkelijk. Maar als je zelf stil blijft staan, ga dan ook niet dreinen omdat je links en rechts wordt ingehaald.

Ik leg niemand een andere levenswijze op doordat ik hecht aan fairtrade. Voornamelijk richt ik mijn pijlen op het bedrijfsleven. Want dat heeft onderhand meer invloed op politiek beleid dan de inwoners van een land. Kijk maar naar het aantal lobbyisten in Brussel alleen al.

De aarde en de wereldbevolking worden er beter van zodra ondernemingen de principes van people, planet, profit omarmen. Behalve die 1% schathemeltje rijken dan, die circa 50% van alle vermogen bezit. Dat groepje moet helaas iets inleveren. Maar geld maakt toch niet gelukkig, dus wat willen ze met zo veel ervan?

Oh … wacht. Wát zei Jan Timmer ook alweer? Dat alles draait om macht. Juist ja. Dat is ook bij armoedebestrijding het geval. Daarom zeg ik dit tegen al die oratoren. Denk even na voordat je iets uitkraamt. Want grof gezegd ben ik niet degene die jou naait. Trouwens, als je niet nadenkt, vraag je daar zelf om.

(Sorry hoor, ik heb mijn roeping als SM-meesteres gemist.)

Tekening door de cartoonist & observator Peter van Straaten.

Wantrouwen jegens fairtrade en hulporganisaties. Zie dat maar te veranderen

Het is een zondagochtend zo’n zeven jaar geleden. Ik sta met tassen en modeaccessoires op een hippe indoor wintermarkt. De collectie komt van een fairtrade organisatie in Vietnam, die voorheen samenwerkte met Oxfam. En het Leidse Scheltemacomplex is de marktlocatie. Ik heb goede hoop op een succesvolle dag. Dit, hoewel het al tijden tegenzit, in allerlei opzichten. De economische crisis komt echt op een slecht moment wanneer je net als zelfstandige met eigen geld aan import van luxe artikelen begonnen bent.

Die dag verloopt de markt anders dan verwacht. Want mijn toegewezen plek is op zolder, terwijl ‘het’ beneden gebeurt. Bezoekers worden met borden en oproepjes naar boven gelonkt, maar weinigen nemen de moeite. We staan er als marktdeelnemers wat verloren bij. Pas later op de dag wordt het wat drukker.

Een klein groepje slentert naar mijn kraam. Twee getrouwde stellen van halverwege de vijftig. Ze zijn samen op stap en vermoedelijk meer uit nieuwsgierigheid (of verveling) naar de markt gekomen, dan dat ze iets willen kopen. Maar goed, elke bezoeker is een kans. De dames snuffelen bewonderend rond. Ze hebben alle tijd en we raken in gesprek. Over de herkomst van de collectie, over het borduurwerk en de mooie stoffen. En over wat fairtrade inhoudt.

Ik heb dan al jaren ervaring met financiering van Afrikaanse organisaties. Specifieker: hun programma’s voor betere toegang tot markten voor kleinschalige producenten. Het draait om bewustzijn creëren en kennisopbouw, samenwerking en kwaliteitsverbetering, versterking van veelal rurale organisaties, bescherming van eigendomsrechten, het doorbreken van discriminerende gebruiken, enzovoort.

Vooruitgang komt langzaam. Vaak is het twee stappen voorwaarts, een stap terug. Maar op deze manier kunnen armen zelf een stabieler en hoger inkomen vergaren. Daar gaat het om.

Een van de vrouwen op de markt is oprecht geïnteresseerd. Daarom vertel ik wat uitgebreider over de fairtrade benadering. Intussen groeit het groepje toehoorders voor mijn kraam. Tot er wel zo’n vijftien mensen tegenover me staan. Een deel luistert belangstellend en hoort mij welwillend aan. Sommigen vooraan pakken accessoires op terwijl ze meeluisteren. Anderen, wat meer achteraan, kijken mij argwanend aan.

Net wanneer ik mijn verhaal afrond met verwijzing in woord en gebaar naar de koopwaar, en net wanneer de eerste twee dames een tas en een sjaal selecteren, trekt een van hun echtgenoten zijn waffel open. ‘Nah, het zal allemaal wel. Ik geloof er niks van. Vooral de directeuren worden er rijk van.’

Meteen is de betovering verbroken. Verschrikt leggen de vrouwen de artikelen terug, alsof ze ermee betrapt zijn. Ik zie de toehoorders letterlijk terugdeinzen. Alsof ik besmette waar verkoop. Op de gezichten van de bezoekers staat nu vertwijfeling, snel overgaand in onverholen wantrouwen. De man heeft zijn punt gemaakt.

Iedereen druipt af. The show is over. Op naar het volgende oppervlakkige vermaak.

Het wel en wee van de postbezorging

Op een dag komen er drie blauwe enveloppen tegelijk binnen met de post. Sinds de Belastingdienst manusje-van-alles is, kan dat gebeuren. Ik draai het stapeltje om en open de enveloppen aan de achterkant. Dan haal ik de eerste aanslag tevoorschijn. Oeps. Foutje van de postbode. Want dit is een aanslag voor de buren. Wat nu?

Onopvallend dichtplakken en snel in hun brievenbus stoppen? De envelop heeft al een scheurtje opgelopen. Of met plakband dichtplakken en die envelop ongezien hiernaast droppen? Uh uh. Resoluut doch beschroomd pak ik de hele stapel op en bel aan bij de buren. Zij vinden mijn gêne en uitleg wel amusant en zitten nergens mee.

Alleen blijft de verkeerd bezorgde post komen. Vandaag twee brochures voor adressen in andere straten. Zelfs de huisnummers komen niet overeen. Vorige week belde een postbode aan omdat hij een tijdschrift voor de andere buurman in mijn brievenbus had gedaan. En in januari kreeg ik zelfs een heel pakket voor een straat verderop in handen gedrukt. ‘Doei’, zei de bezorger en weg was ‘ie. Want hij was al te laat. Dat kon ik via mijn computer zien. Mijn eigen pakketje had namelijk voor die tijd afgeleverd moeten zijn. Na een snel telefoontje en een vlugge wisseltruc met een collega-bezorger kwam dat goed.

In het begin bracht ik verkeerd bezorgde post nog naar de juiste adressen. Maar ik kan hier wel aan de gang blijven. Nu stop ik ze in de PostNL-bus. Als ze tenminste via PostNL verstuurd zijn. Want er komt de hele dag van alles langs. Ondertussen moet ik naar bedrijven bellen om te vragen waar mijn eigen post blijft. Want ik mis allerlei stukken. Is dit nu vooruitgang?

Vroegah, in Leiden, kende ik de postbode persoonlijk. Hij deed soms een bakkie bij de huismeester van ons kantoor (die ene van de vlo). Nadat ik daar in de buurt ging wonen, bezorgde deze bode ook bij mij thuis. Ruim 22 jaar lang deed hij dat in zijn eentje beter dan vijf postbodes en tien pakketbezorgers dat nu samen in een maand doen.

Die oude postbode had een vast contract en een handig karretje. Nu sjouwen postbodes zich een breuk en werken ze voor een onzeker hongerloontje. Want de postbezorging is een vechtmarkt. Er moesten zo nodig buitenlandse partijen worden toegelaten op ons terrein. Van mij had dat niet gehoeven. Ik zie liever dat de postbode met plezier langskomt. Ik wil dat hij minimaal Nederlandse straatnamen kan lezen en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden krijgt. Willen we nu werkelijk beknibbelen op een postzegel?

Onze toekomst staat in de sterren

Na publicatie van ‘BlackRock lost klimaatprobleem op’ volgt een reactie van Vuurklip. Het maakt niet uit wat we doen, schrijft hij, die klimaatverandering gaat toch door. Dat komt vooral door de zon en hoe de aarde daaromheen beweegt. Ik kijk op Wikipedia en besef het. Dat de mensheid als soort zeker zal verdwijnen. Alsof we er nooit zijn geweest. We kunnen dat moment hooguit een paar milliseconden uitstellen.

Ik moet denken aan de taferelen op de zijpanelen van Jeroen Bosch’ Laatste Oordeel. Hemel en hellevuur. Ze houden ons een toekomst voor na dit aardse leven. Dit gaat om meer dan onze eigen toekomst of de keuzes die onze kinderen krijgen. De hemel toont de mogelijkheden binnen ons aardse bestaan. Maar het hellevuur is de plek waar onze planeet uiteindelijk heen zal gaan.

Klimaatverandering maakt ons bang. Als het zeer geleidelijk gebeurt, behappen we het nog wel. En wij niet alleen. Ook veel planten- en diersoorten passen zich over lange periodes aan. Maar verandert onze leefwereld relatief snel, dan zal dat gepaard gaan met chaos en geweld.

Misschien zagen wij, aardse krabbelaars, de komende ondergang al eeuwenlang. Gewoon in de sterren van het heelal.

Binnen een milliseconde in eeuwigheid volgen nu razendsnel veranderingen. Eerst een bevolkingsexplosie in Afrika. Vervuiling en roofbouw op natuurlijke middelen gaan voorlopig nog versneld door. Dan ontstaat droogte waar nu water is en kou waar het nu warm is. En andersom. Wat leidt tot massale volksverhuizingen. Toekomstige woestenijen worden de nieuwe wildernis. Huidige woestijnen zullen na regenval weer vruchtbaar blijken. Indien er dan nog bijen zijn. Want de uitdaging is om deze veranderingen samen met flora en fauna te overbruggen.

Wat in vele millennia daarna volgt, is een grijs gebied. Maar dat hellepaneel van Jeroen Bosch wordt ooit werkelijkheid. Namelijk wanneer de zon de aarde droog kookt. Dat is onze verre toekomst. Dus zou ik zeggen: maak er tot dan het beste van.

Tweedehandskleding kan best

Gisteren bezocht ik de Waal bij Nijmegen, waar toevallig ook een hele leuke winkelstraat is. In de Lange Hezelstraat vind je allerlei zaken met een origineel aanbod. Zoals kleding, meubels, hebbedingetjes, sieraden en huisraad. Eén zo’n kledingwinkel is Restore. Jawel, van het Leger des Heils. Die zijn hip tegenwoordig. Ik heb er een lekker warme donkergrijze trui gekocht voor € 4.

Regelmatig slaag ik beter in zulke tweedehandswinkels dan in zaken met nieuw spul. Als je geen standaard mode zoekt, vind je daar nog betaalbare ‘afwijkende’ modellen. Sommige mensen vinden het wel vies om kleding van een ander te dragen. Mijn ‘nieuwe’ trui hangt na een sopje nu fris geurend te drogen. En in een gewone winkel weet je evenmin wie wat heeft gepast. Daar moet ik ook weleens lange blonde haren van een trui plukken. Om maar te zwijgen over hotelbedden.

Appel & Ei, een andere kleding kringloop winkelketen, geeft in haar nieuwsbrief goede tips. Want het beste is om kleding te kopen die meteen al helemaal naar je zin is. Dus:

‘Winkel bewust
Koop alleen kleding waar je écht van houdt. Ja, dat klinkt simpel en dat is het ook. Vergeet trendy te zijn en wees selectief; koop alleen kleding waar jij je echt lekker in voelt en die lekker zit. Zo verzamel je vanzelf kleding die je daadwerkelijk draagt. Bij het staren naar je volle kast zucht je in ieder geval een stuk minder vaak: ‘ik heb echt niks om aan te doen.’

Kwaliteit boven kwantiteit
Hoe verleidelijk een snelle kledingwinkel met ‘veel voor weinig’ ook is, investeer in kwaliteitsstukken die jarenlang meegaan. Dat bespaart je veel geld en levert een garderobe op met items die je jarenlang met trots kunt dragen.

Negeer de stijlregels
Ben jij altijd hetzelfde? Jouw stijl hoeft niet in één categorie te passen en ook niet in ‘het’ modebeeld. Jij bent jij, dat is precies je kracht. Dus ben je diep van binnen een ruige rockchick, dol op uitbundige bloemetjesjurken én op basic outfits? Je hoeft niet te kiezen. Draag waar je van houdt, ongeacht in welke categorie het past.’

Nieuwsselectie leidt tot tunnelvisie

Als ouderwetse krantenlezer behoor ik tot een mogelijk uitstervende groep. De Volkskrant wacht het einde niet af en stuurt mij een mooi aanbod. Via de app Topics kan ik het laatste nieuws ook lezen op mijn smartphone. Zowel landelijke als regionale kranten doen mee. Ik laat me verleiden en download de app. En dan begint de ellende.

Want: ‘Van sommige onderwerpen wil je gewoon alles weten omdat ze je persoonlijk raken. Je eigen club, de nieuwste muziek, of de ontwikkelingen in je eigen stad of regio. Topics selecteert alles over jouw favoriete onderwerpen uit de 13 beste kranten. Met je persoonlijke nieuwslijsten navigeer je op een makkelijke manier naar de onderwerpen die jou interesseren.’

Dus mag ik alles aanvinken waarover ik wil lezen: economie, sport, persoonlijke verhalen, cultuur, regionale berichtgeving, gezond leven, werk en geld, inspirerende vrouwen, reportages uit het buitenland, leuk om te weten, aan de buis gekluisterd, Nederland in cijfers, bezinning, Nijmegen, boeiende gesprekken, op het witte doek, Kabinet-Rutte III, wereld van de wetenschap, en ga zo maar door. Ik vind het geweldig.

Maar het is problematisch. Want mijn mobieltje krioelt van de spionnen en de bemoeials. Zoals de usual suspects Microsoft en Google. Zelfs het levenslang verbannen Facebook weet gegevens af te tappen. Daarom maak ik met enige schroom een selectie van gewenste onderwerpen. En als Topics mij dan een artikel voorschotelt, sta ik wederom voor een dilemma. Ga ik artikelen aanklikken over schimmige landen en organisaties? Of wat te denken van onderwerpen als chronische ziekten, huiselijk geweld en schuldsanering?

Nu al word ik daar steeds voorzichtiger mee. Ik prijs mezelf dan ook gelukkig met mijn ouderwetse papieren krant. Daarin zitten tenminste geen camera’s die al mijn oogbewegingen volgen en doorseinen wat ik lees. Zoals de nieuwste reclameborden op straat wel doen. Maar feit is dat ik bepaalde digitale nieuwsberichten mijdt. En daar gaat het mis.

Want selectieve nieuwsmijding leidt tot het volgende probleem. Je moet zaken van alle kanten belichten om goed geïnformeerd en objectief te blijven. Niet alleen maak je zelf selectiekeuzes. Ook Google zal dat voor je gaan doen wanneer je steeds dezelfde onderwerpen aanklikt. Het lijkt op preken voor eigen parochie, waarbij  parochianen enkel vernemen wat ze zelf willen horen. Er ontstaat een zelfversterkende selectie van almaar eenzijdigere nieuwsgeving, die onherroepelijk tot tunnelvisie leidt. En heb je eenmaal tunnelvisie, dan geloof je uiteindelijk alleen nog in je eigen gelijk.