Leiden door het oog van de lens

Even terug in het gebouw waar we ooit allemaal werden geregistreerd. Een pasgeboren baby’tje huilt. Nu is het haar beurt. Er wordt een symposium gehouden over de identiteit(en) van Leiden. In de pauze neem ik foto’s van de ruimte en de omgeving.

Alsof er een dia voor mijn ogen schuift, verandert het beeld. Waar een bobbelig ruitje zit, trekt de lens glasplaatjes recht. Waar donkerte is, brengt de camera licht. En waar kleur is, maakt de lens een voorwerp wit. Er ontstaat sepia. Er ontstaat mysterie. Ben ik per toeval op geheime technieken van Bob Thissen en Jeroen Swyngedouw gestuit?

Advertenties

Geen gemoedsrust voor uitzendkracht of zzp’er

Inmiddels is een op de drie werkenden in Nederland tijdelijk in dienst of zzp’er. Als ik om mij heen kijk, zorgt dat voor weinig gemoedsrust. Starters op de arbeidsmarkt hebben moeite om een hypotheek af te sluiten. En degenen die al langer meedraaien, weten nooit hoe lang het duurt voordat ze de volgende opdracht binnenhalen. Er zijn uitzonderingen, zoals bepaalde ICT’ers. Maar de meeste tijdelijke krachten ervaren een constant knagende onrust. Wat daarbij niet helpt, zijn de verwachtingen van anderen.

Bijna iedereen in mijn omgeving weet dat ik sinds 2009 geen vast werk meer heb. Dat gaat om erg veel mensen. Bij ontmoetingen vragen ze altijd hoe het gaat met werk zoeken. Daar bestaat nu een variant op. Vanaf het moment dat ik slechts een kans maakte op een betaalde opdracht, begon het al: ‘Oh, dan kan je misschien wel een vervolgopdracht krijgen.’ Sommigen hebben daarmee zo’n haast, dat ze vergeten mij met de huidige opdracht te feliciteren.

Het mag meestal om betrokkenheid gaan, toch is zo’n opmerking confronterend. Alsof je aan je plichten wordt herinnerd. En feitelijk is dat ook zo. In onze maatschappij mag je niet niets doen. Neem jij een besluit dat anderen zorgen baart, dan speelt ook hun belang een rol. Want als het mis gaat, wie draait er dan op voor de kosten? We betalen allemaal mee aan de WW en de bijstand. Dus wordt er druk uitgeoefend. Vroeger misschien nog wel meer dan nu. Dus maak ik een uitstapje naar de vorige eeuw en keer ik tot slot in 2017 terug. Lees verder “Geen gemoedsrust voor uitzendkracht of zzp’er”

Vergankelijk of van blijvende betekenis?

‘Geld is belangrijk voor werknemers, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.’ zegt socioloog Richard Sennett in verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven. Iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen.’ (De Volkskrant, 1 juli 2017.) Laat ik eens de balans opmaken van wat ik tussen 1981 en 2017 heb bereikt. Professioneel gezien en voor mijn niet bestaande kinderen.

Qua werk bestond het overgrote deel van mijn bijdrage uit ervoor zorgen dat de juiste gegevens tijdig en compleet beschikbaar waren. Financiële administraties, afspraken in agenda’s en contracten, notulen van vergaderingen, urenstaten en voorraadbestanden. Ik verschafte anderen inzicht, zodat zij gefundeerde besluiten konden nemen. Mijn werk is inmiddels door de shredder gehaald. Voor de belastingdienst geldt een bewaarplicht van zeven jaar.

Het studiemateriaal, waaraan ik heb gewerkt, is dezelfde weg gegaan. Naar huidige maatstaven zag onze vormgeving er niet uit. Maar in 1990 bracht mijn werk een verbetering. Hoeveel mensen hun diploma hebben gehaald dankzij mijn bijdrage, weet ik niet. Het is lastig na te gaan. En het bedrijf waarvoor ik werkte, is in een conglomeraat opgegaan. Misschien hebben ze uit nostalgische overwegingen een syllabus bewaard.

En dan die internationale ontwikkelingsorganisatie. Mijn bijdrage was een schakeltje in een proces waaraan vele mensen samenwerkten. Een proces dat bovendien door tal van factoren beïnvloed werd. Er zijn genoeg evaluatierapporten geschreven met resultaten en effecten. Jaren zijn voorbijgegaan. Hoe het nu met de betrokkenen gaat? Wat de lange-termijneffecten van bepaalde programma’s zijn? Ik zou het graag willen weten.

Wat is er echt blijvend? In mijn geval boven alles het genealogische onderzoek naar mijn voorouders. Duizenden in vergetelheid geraakte mensen zagen hierdoor opnieuw het daglicht. Op mijn familiewebsite zullen ze nog wel even voortleven.

Grappig, dat vrijwilligerswerk zoveel duurzamer is dan betaald werk. Verder kreeg ik de belangrijkste inzichten voor mijn latere werk in de ontwikkelingssector dankzij verdieping in de leefomstandigheden van mijn voorouders. Wat ik daarna op de universiteit leerde, was er een bevestiging van.

Je zou denken dat ik mijn welvaart en vermogen te danken heb aan mijn werk. Maar ook mijn (voor)ouders hebben direct of indirect daaraan bijgedragen. Die banen zorgden vanaf 1981 wel voor brood op de plank en voldoende geld om te reizen. Vervolgens zorgden die reizen en het familieonderzoek voor nieuwe kennis en inzichten. En die inzichten deel ik sinds 2013 op mijn blog. Maar wat daar nu het effect van is?

TT–motorbloed in de familie

Vreemd eigenlijk, dat ik nooit naar de TT-races in Assen ben geweest. Ik heb toch zelf motor gereden. En binnen mijn familie sta ik daarin niet alleen. Mijn oom van moederskant reed op een motor en onze twee neven doen dat nog steeds. Mijn zwager kan motorrijden en mijn zus kwam achterop mee. Zij gingen vroeger naar het TT-circuit om naar de races te kijken. En naar het spektakel eromheen. Verder poseert mijn opa op een motor.

Trouwens, vrienden van mij hebben een hele partij motoren versleten. Die crossen eveneens op een motor met zijspan. Ook mijn ex-vriend had onder andere een crossmotor. Voor de gezinsleden van mijn zus is de Zwarte Cross nog altijd een jaarlijks fenomeen.

Dus wat doe ik op de eerste dag van de TT? E-mailtjes schrijven. Gaap.

Maar zo heb ik vandaag wel een professionele motorcoureur ontdekt in mijn bloedeigen familie. Jawel. Iemand die in Assen maar liefst twaalf keer Nederlands kampioen werd! Een levende legende. Vroeger kwam hij weleens langs bij mijn opa en oma, op de motor. Hij overleed onlangs, net als mijn vader vijf maanden geleden. Ze moeten elkaar hebben gekend.

Voedselsporen in onze botten

Heb je ooit exotische hapjes gegeten die alleen op een specifieke locatie te vinden zijn? Dan hebben die specifieke sporen nagelaten in je botten en je weefsel. Dat vertelt hoogleraar evolutionaire antropologie Jean-Jaques Hublin deze week in een artikel in de VPRO Gids. Het is fascinerend wat onderzoekers allemaal kunnen aflezen aan een prehistorische kies. Ons voedsel beïnvloedt dus ons lichaam. Bovendien draagt ieder mens wel een paar kilo’s aan bacteriën mee. Hoe meer je reist, hoe meer je er krijgt. Lees verder “Voedselsporen in onze botten”

De pest blijft een plaag

Menig maal heb ik het al verzucht: ik heb mijn roeping gemist. Was ik maar onderzoeker geworden. Onderzoek doen is tenminste leuk. Het biedt een intellectuele uitdaging en geeft veel voldoening. Nu werk ik met genoegen aan de familiewebsite en zo stuit ik op de pest. Anno 2016 kunnen wij ons moeilijk voorstellen hoe rampzalig die ziekte vroeger was. Mijn Leidse voorouders hebben diverse pestepidemieën doorstaan. Letterlijk, anders waren ze wel gestorven en had Raam Open nooit bestaan.

.

De stad werd onder meer getroffen tijdens het beleg van 1574 en 1601, 1604, 1624, 1635, 1655 en 1666. Tijdens de epidemie van 1624-1625 stierven bijna 10.000 mensen en in 1635 bijna 15.000. Dit terwijl Leiden in 1622 ongeveer 45.000 inwoners telde.

.

Toevallig verbleef één van de zwaarst getroffen gezinnen in mijn familie op een gracht waarnaar onderzoek is gedaan. Een masterstudent aan de UvA heeft voor zeven straten de sterftecijfers berekend en in een scriptie verwerkt. Dit ter illustratie van de verschillen tussen rijke en arme buurten. Zo’n document is voor mij natuurlijk heel interessant vanwege de achtergrondinformatie en nieuwe data.

.

Echter, over de geschiedenis van een stad schrijven, is voor een buitenstaander altijd riskant. In dit geval is juist het adres van mijn voorouders verwarrend. Je moet maar net weten dat er vroeger drie grachten met dezelfde naam waren. Ze lagen elk in een ander deel van de stad.

.

Arme scribent. Als mijn vermoeden klopt, is die scriptie deels gebaseerd op drijfzand. Ik heb bij de UvA navraag gedaan. De pest blijft een plaag, tot op de dag van vandaag.

.

(Gegevens uit: De bouwgeschiedenis van het pesthuis te Leiden, J. Dröge.)

Verzwegen Indonesisch verleden

dekolonisatieIn de Volkskrant staat een artikel over onze dekolonisatie in Indonesië met een foto erbij. Wanneer ik de foto bekijk, bekruipt mij een unheimisch gevoel. Want die jonge Nederlan- ders in dat soldatentenue. Die op de grond zittende Indonesiërs onder schot houden. Daar staat mijn oom toch hopelijk niet bij? Jongensgezichten hebben ze, op de grens van  volwassenheid. Sommigen lachend, of vol bravoure hun geweer op een gevangene richtend. Anderen een beetje verlegen kijkend.

Al jaren doe ik onderzoek naar mijn voorouders. Ik vroeg aan nog levende verwanten wat zij zich herinnerden. Speurde in talloze registers en akten naar sporen van ons familie-verleden. Wilde alles weten over het leven en de persoonlijkheden van gestorven mensen, kort of lang geleden. Ach, schandalen genoeg. Die houden mij niet meer tegen. Toch heb ik één vraag steeds vermeden.

‘Velen hebben in wrok gezwegen over wat ze in Indonesië hebben gedaan en meegemaakt. Dat lijkt wel wat op de Indische ervaring, waarover Adriaan van Dis ooit zei: ze hebben gezwegen met een uitroepteken – niemand wil weten hoe het er daar aan toeging, nou, láát dan ook maar.’ Uit Het algehele onbegrip voor dekolonisatie van Sander van Walsum. Ook de Republiek Indonesië zweeg wijselijk (wijselijk?) over bepaalde zaken uit dat verleden.

Mijn oom is een humoristische, gemoedelijke man. Ik heb een foto van hem uit zijn diensttijd. In zo’n zelfde soldatenkloffie als de jongens op de foto, met zandzakken voor hem en palmbomen op de achtergrond. Nu is hij negentig.

Zal of moet ik die ene vraag nog stellen?