Gevaar op de Veluwe

Vroeger waren de dichte bossen op de Veluwe berucht. Het wemelde er van de struikrovers. Als handelsreiziger maakte je de doorsteek liever niet alleen. Je wachtte in een herberg aan de veilige rand van het duistere bos op lotgenoten. Vervolgens reisde je samen zo rap mogelijk naar de overkant. Vriendin F en ik doen eigenlijk nogal onbezonnen op het Veluws Zwerfpad. En het begon toch zo mooi vandaag.

Na een nacht vol donder, bliksem en hoosbuien gaan wij op pad. Het is broeierig warm. Her en der hangt nevel boven het land. Onze route voert langs hoge maisvelden, stille boerenerven en verlaten bospaden. Soms moeten we naar de kant voor een grommende tractor. Als dit Amerika was, liep hier vast iemand rond met een sinister plan.

Bij Garderen leidt het spoor een donker beukenbos in over een hoge wal. Het lager gelegen terrein werkt beelden op uit de prehistorie. Her en der liggen omgevallen en half vergane bomen. Op open plekken zweeft een witte waas. Het is er drassig en tropisch klam. Door de hevige regenval hangt er een geur van rottend blad.

De omgevallen beuken verbazen ons wel wat. Ze liggen alle kanten op. Kennelijk zijn het geen slachtoffers van een enkele storm. Echt dik zijn ze evenmin. Ze zijn niet neergestort vanwege hun ouderdom. Toch vertonen ze geen zaagsporen. Waardoor zijn ze dan wel geveld? We komen er niet uit en wandelen verder.

Later pauzeren we ergens op een bankje. Heel vaag horen we verkeer, maar verder is het uitzonderlijk stil. Totdat er links van ons plotseling groot rumoer ontstaat. Zijn het geweerschoten? Of is het geknal van vuurwerk? Dan horen we veel gekraak en geraas. Er stort iets zwaars in stukken neer. We beseffen het gelijk. Dat moet er een zijn.

En ja hoor, daar ligt ‘ie dan, wat verderop. Precies over ons pad heen neergestort. Een beuk met zijn kruin nog vol groen blad. Stel dat we net een minuutje eerder waren opgestapt? Ik bedoel maar: op de Veluwe loert het gevaar nog overal.

 

Vergankelijk of van blijvende betekenis?

‘Geld is belangrijk voor werknemers, maar zeker niet hun hoogste prioriteit.’ zegt socioloog Richard Sennett in verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Ze hebben een verhaal nodig over hun werkende leven. Iets waarop ze achteraf tevreden kunnen terugkijken: dit heb ik door hard werken stapje voor stapje bereikt, en mijn kinderen zullen het op hun beurt nog beter krijgen.’ (De Volkskrant, 1 juli 2017.) Laat ik eens de balans opmaken van wat ik tussen 1981 en 2017 heb bereikt. Professioneel gezien en voor mijn niet bestaande kinderen.

Qua werk bestond het overgrote deel van mijn bijdrage uit ervoor zorgen dat de juiste gegevens tijdig en compleet beschikbaar waren. Financiële administraties, afspraken in agenda’s en contracten, notulen van vergaderingen, urenstaten en voorraadbestanden. Ik verschafte anderen inzicht, zodat zij gefundeerde besluiten konden nemen. Mijn werk is inmiddels door de shredder gehaald. Voor de belastingdienst geldt een bewaarplicht van zeven jaar.

Het studiemateriaal, waaraan ik heb gewerkt, is dezelfde weg gegaan. Naar huidige maatstaven zag onze vormgeving er niet uit. Maar in 1990 bracht mijn werk een verbetering. Hoeveel mensen hun diploma hebben gehaald dankzij mijn bijdrage, weet ik niet. Het is lastig na te gaan. En het bedrijf waarvoor ik werkte, is in een conglomeraat opgegaan. Misschien hebben ze uit nostalgische overwegingen een syllabus bewaard.

En dan die internationale ontwikkelingsorganisatie. Mijn bijdrage was een schakeltje in een proces waaraan vele mensen samenwerkten. Een proces dat bovendien door tal van factoren beïnvloed werd. Er zijn genoeg evaluatierapporten geschreven met resultaten en effecten. Jaren zijn voorbijgegaan. Hoe het nu met de betrokkenen gaat? Wat de lange-termijneffecten van bepaalde programma’s zijn? Ik zou het graag willen weten.

Wat is er echt blijvend? In mijn geval boven alles het genealogische onderzoek naar mijn voorouders. Duizenden in vergetelheid geraakte mensen zagen hierdoor opnieuw het daglicht. Op mijn familiewebsite zullen ze nog wel even voortleven.

Grappig, dat vrijwilligerswerk zoveel duurzamer is dan betaald werk. Verder kreeg ik de belangrijkste inzichten voor mijn latere werk in de ontwikkelingssector dankzij verdieping in de leefomstandigheden van mijn voorouders. Wat ik daarna op de universiteit leerde, was er een bevestiging van.

Je zou denken dat ik mijn welvaart en vermogen te danken heb aan mijn werk. Maar ook mijn (voor)ouders hebben direct of indirect daaraan bijgedragen. Die banen zorgden vanaf 1981 wel voor brood op de plank en voldoende geld om te reizen. Vervolgens zorgden die reizen en het familieonderzoek voor nieuwe kennis en inzichten. En die inzichten deel ik sinds 2013 op mijn blog. Maar wat daar nu het effect van is?

Hollandse Zaken

Net gezien in Hollandse Zaken. De aflevering begint met de economie, die weer draait als een tierelier. Dus waarom lukt het die 45-plussers dan niet om massaal aan werk te komen? Ik ga het niet eens meer uitleggen. Wat mij boeit is dit.

We zien een filmpje over politici die vragen stellen over het gegoochel met de werkloosheidscijfers. Die cijfers waarin niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en andere randfiguren ontbreken. Het gaat om een slordige 700.000 onzichtbare werkzoekenden volgens het CBS. Dat cijfer is al vier jaar stabiel.

Léon de Jong, van de PVV nota bene, stelt er relevante vragen over in een commissie. We zien Lodewijk Asscher zwijgend met zijn mobieltje spelen. In het volgende fragment vertelt presentator Cees Grimbergen wat Asscher hem naderhand desgevraagd heeft geantwoord. ‘Dit is gewoon de definitie en die moeten we zo houden.’

Of hij daar nog iets aan heeft toegevoegd, weet ik niet.

AH let op de kleintjes, en ik nu ook

Vanwege mijn financiële situatie heb ik flink gesnoeid in mijn bestedingen. Alleen uitgaven aan levensmiddelen blijven buiten schot. Ik koop gewoon wat ik lekker vind. Goed eten is belangrijk en sommige principes zijn dat ook. Dus kiloknallers komen er niet in. Wel ik let beter op aanbiedingen. Appie moedigt dat aan met voordeeltjes op vertoon van een bonuskaart. Je moet echter wel uitkijken wanneer je artikelen in de aanbieding koopt.

Een poosje geleden deed ik boodschappen op zondag. Ik zag dat waspoeder, een relatief duur product, in de aanbieding was. Er stond een bordje bij met ‘Bonusaanbieding’. Dus nam ik gelijk een groot pak mee. Bij de kassa gaf ik mijn bonuskaart af. Maar het totaalbedrag viel tegen. Bleek dat toch de volle prijs was berekend. AH doet namelijk ook aan kleine lettertjes. De aanbieding was pas geldig vanaf de volgende dag. Ze doen bij ons niet moeilijk. Daarom kreeg ik bij de servicebalie het verschil direct terug.

Maar onlangs was het weer raak. Op een aparte display lagen verschillende soorten koekjes en biscuits van Verkade. In de aanbieding als je er twee nam. Combineren mocht ook. Dus pakte ik er van twee soorten elk een. Wel controleerde ik nog even de bon voordat ik de winkel verliet. Dat deed ik vroeger nooit.

En ja hoor, weer was de volle prijs berekend. Naast de koekjes in de aanbieding lagen er kennelijk ook iets grotere pakjes van Verkade. En die deden in de aanbieding niet mee. Nou ja zeg, leg ze dan niet pal naast elkaar op dezelfde tafel! Weer kreeg ik bij de servicebalie het verschil gelijk uitbetaald. Maar toch, hè, maar toch.

Ik zou je niet kunnen zeggen wat een halfje volkoren kost. En de prijs van een pak melk weet ik evenmin. Maar hou hem in de gaten hoor, die Albert Heijn.

Pleidooi voor diversiteit in kleding

Bij een concert of voetbalwedstrijd herken je je mede-fans direct aan hun kleding. Dit schept een band. Reageerde een wandelgenoot daarom zo afgunstig op een processie van de Orde van Malta? Want ‘daar loopt veel geld voorbij’, meende zij. Ik geniet altijd van eeuwenoud ceremonieel vertoon. Ook hou ik wel van diversiteit. Wij hebben wereldwijd al zo veel moois verruïneerd met onze overheersende westerse kledingstijl.

We houden toch van variatie. Als de temperatuur flink schommelt, kan je fijn van kleding wisselen. Wordt het warm, dan voelt een luchtig jurkje of korte broek koel aan. Daalt het kwik, dan zitten laarzen en een wollen trui weer comfortabel. En moet je op pad voor een lastige opdracht, dan kan een strak jasje geborgenheid simuleren. Want in een stevig omhulsel voel je je veilig. Dat wisten ze al in de middeleeuwen. Wellicht gaat dit gevoel terug tot de baarmoeder.

Die ervaring van geborgenheid zoeken we ook binnen groepen. Met kleding en symbolen onderstrepen we onze eenheid. Ik ben opgegroeid met de Taptoe en de optocht tijdens 3 oktober. Dan paraderen tal van groepen in uniform met vaandels voorbij. In Leiden is dit een relatief onschuldig fenomeen met een lange traditie. Dus hoort groepskleding erbij. De zwarte mantels van de Orde van Malta lijken weer op die van hoogleraren van de universiteit. Hun statige processie met zwarte capes en groot kruis als symbool wekken zodoende vertrouwen. Al gaat de wereld ten onder door Trump; deze orde houdt stand. (Hoewel?)

Slechts vijftig jaar geleden liepen overal nog mensen in traditionele klederdracht. Denk aan Turkije en Oost-Europa op het platteland. Of denk aan grote delen van Azië en het Midden-Oosten. Voor traditionele gewaden moet je nu snel in India en omstreken rondkijken. Zal ook daar die kledingstijl op termijn voor de westerse wijken?

Bijna wekelijks ga ik met de bus naar Wageningen. Dan stapt er vaak een Aziatische vrouw in die Nederlandse les volgt. Ze is vrij stevig. Haar lichaam puilt weinig flatteus door haar goedkope westerse kleding heen. Maar onlangs, op een snikhete dag, droeg ze iets traditioneels. Een prachtige bloedrode sari met dito shirtje vol gouden glitters. Ineens zag ze er super elegant uit. Ach, wat zou ons straatbeeld toch boeiend worden als we qua kleding allemaal naar onze roots teruggaan.

Dromen over het schrijverschap

Eigenlijk had ik graag een beroemd en professioneel schrijfster willen worden. Zo iemand die van haar boeken leeft. Idealiter verblijf je dan maandenlang in een afgelegen oord. Bij voorkeur in een knus oud huis met zicht op weids landschap. En ver verwijderd van het gekrioel van alledag.

Je hebt dagboeken, notities en mappen met knipsels bij de hand. Ook doe je voorbereidend onderzoek. En je plukt relevante anekdotes uit de krant. Daarnaast organiseer je inspirerende avondjes voor vrienden en bekenden. Die vertellen dan zelf weer boeiende verhalen tijdens hun bezoek. Je kent je klassiekers. Kortom: stof genoeg.

Elke ochtend kuier je naar het tuinhuisje, waar je dagelijks duizend woordjes typt. Meer hoeft niet, zolang het kwalitatief goed is. Voor fictie laat je je verbeelding spreken. En voor non-fictie put je uit je rijkelijk gedocumenteerde archief. De overeenkomst is dat jij degene bent die overal verbanden tussen legt. Met name verbanden die een ander nog niet ziet.

Ik mis de benodigde fantasie voor fictie, maar hier kan ik toch best over mijmeren.

TT–motorbloed in de familie

Vreemd eigenlijk, dat ik nooit naar de TT-races in Assen ben geweest. Ik heb toch zelf motor gereden. En binnen mijn familie sta ik daarin niet alleen. Mijn oom van moederskant reed op een motor en onze twee neven doen dat nog steeds. Mijn zwager kan motorrijden en mijn zus kwam achterop mee. Zij gingen vroeger naar het TT-circuit om naar de races te kijken. En naar het spektakel eromheen. Verder poseert mijn opa op een motor.

Trouwens, vrienden van mij hebben een hele partij motoren versleten. Die crossen eveneens op een motor met zijspan. Ook mijn ex-vriend had onder andere een crossmotor. Voor de gezinsleden van mijn zus is de Zwarte Cross nog altijd een jaarlijks fenomeen.

Dus wat doe ik op de eerste dag van de TT? E-mailtjes schrijven. Gaap.

Maar zo heb ik vandaag wel een professionele motorcoureur ontdekt in mijn bloedeigen familie. Jawel. Iemand die in Assen maar liefst twaalf keer Nederlands kampioen werd! Een levende legende. Vroeger kwam hij weleens langs bij mijn opa en oma, op de motor. Hij overleed onlangs, net als mijn vader vijf maanden geleden. Ze moeten elkaar hebben gekend.