Maar wat is dan ‘stoer’? (1)

Van twee kanten kwam deze week het woord ‘stoer’ voorbij, in de zin van ‘aantrekkelijk’. En nu blijft het maar hangen in mijn gedachten. Stoer, stoer. Wie of wat is nu eigenlijk stoer? Ik pak er een oude Dikke Van Dale bij: 1. Nors, stug, onvriendelijk. (Hm, bedoelen ze soms cool?) 2. Groot, zwaar, krachtig van lichaamsbouw. (Komt in de buurt, bij mannen dan.) 3. Iemand die onvermoeibaar, onverdroten voortwerkt. (Kan ook.) 4. Onbuigzaam op geestelijk gebied, onverzettelijk. (Is dat het vooral?)

Samengevat gaat het dus om een afstandelijke houding en uitstraling, voor mannen fysiek positieve eigenschappen, doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. Als ik het zo lees, kan een vrouw niet stoer zijn, of ze moet wel een soort manwijf zijn. Er zijn mensen die dat aantrekkelijk vinden, alleen ik niet.

Toch is ‘een stoer wijf’ doorgaans complimenteus bedoeld. Er is in de afgelopen dertig jaar kennelijk iets in onze samenleving veranderd. Daardoor sluit de betekenis van ‘stoer’ in mijn oude Van Dale nu minder goed aan. Eind jaren tachtig kwam er sowieso nog geen vrouw aan te pas in dat woordenboek. Lees verder “Maar wat is dan ‘stoer’? (1)”

Advertenties

Altruïsme is ook eigenbelang

Je leest weleens over mensen die een jaar lang elke dag een goede daad verrichten. Het kan een hele opgave zijn, maar vaak hebben ze er zelf plezier in. Ik vind zoiets ontzettend sympathiek. Goede daden verrichten, brengt mensen samen. Het maakt het leven wat makkelijker voor iemand die het zwaar heeft. En je eigen leven wordt er een beetje minder voorspelbaar door. Dat kan een voordeel zijn. Je leest het hier al: in altruïsme schuilt eigenbelang.

Hoewel ik niet voorop loop qua vrijwilligerswerk, haal ik deze week een prima score. Ik heb de kat van de rechterburen eten en aaitjes gegeven, een pakje aangenomen voor de overburen, de website van de werkkring bijgewerkt en zojuist het onkruid voor de linkerbuurman gewied. Hij is oud en chronisch ziek, en kan dat moeilijk zelf doen. De kat hielp trouwens een pootje mee, op zijn manier dan. Dat is toch gewoon aardig en behulpzaam, zou je denken. Lees verder “Altruïsme is ook eigenbelang”

Vrouwelijk + Mannelijk = Aantrekkelijk

‘Hoge hakken staan bovendien vrouwelijker dan platte stappers.’, schreef ik in het vorige logje. Het is zo’n stelling waarover je beter eerst goed nadenkt voordat je typt. Want er kan zomaar een reactie komen met een vraag bovendien. En ja hoor. Of het erg is, als je er met platte schoenen minder vrouwelijk uitziet? En of dat betekent, dat je dan minder aantrekkelijk bent? Hm.

Om met dat laatste te beginnen: aantrekkelijk voor wie? Draag je schoenen met (hoge) hakken op het werk, dan is dat bewust of onbewust een strategie. Het is gewoon een feit. Wanneer je er ‘leuk’ uitziet, krijg je meer gedaan. Door schoenen met hakken verandert je houding. Je spant vanzelf je buik-, been- en rugspieren en gaat rechterop staan. Voor zowel mannen als vrouwen werkt dat uiterlijk in hun voordeel.

Op kantoor dragen schoenen met hakken bij aan een professionele uitstraling. Met hakken kom je binnen. Iedereen hoort je letterlijk aankomen. Hoe onzeker je je ook voelt, wanneer je hakken draagt, verwacht niemand dat je timide bent. Schoenen met hakken zijn dus soms onderdeel van een façade. Omgekeerd ga je je op hoge schoenen ook naar je uitstraling gedragen.

Het ‘vrouwelijke’ van hoge hakken zit ‘m in die aangespannen spieren. En in de optische verlenging van benen, waardoor je figuur een ideaal benadert. Frappant genoeg geldt hetzelfde voor mannen. Hoewel bij hen bescheiden hakken gangbaarder zijn. Misschien zouden kleine mannen ook wel hoge hakken willen dragen. Zoals Prince deed, bijvoorbeeld.

In de jaren zeventig liepen veel jongens rond met soulstappers en plateauzolen. Tot ze weer uit het straatbeeld verdwenen. Omdat het zo rottig gasgeven was in een auto, misschien? Of omdat vrouwen vinden dat mannen met hakken als hulpmiddel vals spelen? Laten mannen zich makkelijk en gewillig optisch misleiden, terwijl vrouwen alleen voor het echte werk gaan?

Kleine mannen vinden het doorgaans pijnlijk als hun vrouwelijke partner langer is dan zijzelf. Al scheelt het maar een centimeter. Zelf heb ik er geen bezwaar tegen als een man laarzen met (oké, maximaal vijf centimeter) hoge hakken draagt. Mits ze zwart, bruin, donkergroen of -blauw zijn. Én stoer. En alleen als hij ze overtuigend met bravoure draagt. Want een bijpassend karakter maakt wel het verschil.

Hoge hakken, voorbije liefde

Soms weet je wel dat iets slecht voor je is, maar doe je het toch. Omdat je er een goede reden voor hebt. Of omdat het moet. Dat geloof je zelf. Tot voor kort meende ik dat hakjes horen bij een kantoortenue. Hoge hakken staan bovendien vrouwelijker dan platte stappers. Vroeger kon ik overweg met stilettohakken van tien centimeter. Wel zat ik er liever mee te pronken, dan dat ik er op liep. Want na een avond dansen had ik steevast zere voeten. Maar als je jong bent, trek je ze toch weer aan. Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, nietwaar?

Onlangs droeg ik mijn elegante hoge laarsjes weer eens naar kantoor. En na afloop maakte ik een wandelingetje door de stad. Dat had ik beter kunnen laten. Want ik heb een holvoet. Door een hoge wreef staat er dan veel druk op de voorkant van een voet. En hoge hakken verergeren dat. Jarenlang had ik weinig problemen. Kreeg ik pijn, dan kwam het met wat spieroefeningen weer goed. Tot nu, want ik loop al dagen met een zeurende, pijnlijke voet.

Kennelijk is dit het dan: het einde van een tijdperk. Van hakken naar steunzolen. Wat een overgang.

De kat van de buren

Dit weekend pas ik op de kat van de buren. Zijn baasjes klussen momenteel in Limburg in hun volgende huis. De hond is mee. Waarom de kat hier moest blijven, weet ik niet. Hij zal toch een keer aan zijn nieuwe verblijf moeten wennen. Maar ik doe het graag hoor, op hem passen. Het gaat om meer dan hem tijdig zijn brokjes voorschotelen en zijn water verversen. Ik moet hem ook uitlaten.

De hond van de buren is vele malen groter dan de kat, maar haar positie binnen het gezin is zwak. Net als die van haar baasje, de buurman. Bij de buren zwaait de buurvrouw de scepter. En de kat is van haar. Althans, dat is wat ik opmaak uit gesprekken van achter onze schutting. Maar moet er iets geregeld worden, dan doet de buurman dat.

Dus heb ik van hem uitgebreide instructies gekregen. ’s Morgens krijgt de kat een half bekertje kattenbrokjes. Dan ververs ik ook de waterbak die de hond deelt met de kat. Er is geen specifieke tijd genoemd, daarom krijgt hij eten voordat ik ontbijt. Om 17.00 uur volgt het late middagmaal. Het is me nogal wat allemaal. Want zijn tweede maaltijd bestaat uit wel vier soorten kattenvoer. Lees verder “De kat van de buren”

De levenstuinen van Het Groot Hontschoten

Halverwege de wandeling van Twello naar Teuge en weer terug staat er een tuin op het programma. Onze kaartlezer doet er geheimzinnig over. ‘Kijk gewoon zelf maar.’ Het groepje loopt naar binnen, terwijl ik nog met een boterham draal bij de ingang. Eenmaal alleen, aanschouw ik de directe omgeving. Weilanden met roodbont vee, maïsvelden en een terrein vol bosschages. Ik draai mij een kwartslag en sta plots oog in oog met het houten huisje van mijn dromen. Knus en klein en met een volwaardige veranda. In het voortuintje en binnen de universele inrichting van een wereldreiziger.

Dat belooft wat. In de tuin en de gebouwen volgt dan ook een feest der herkenning. Samoa, een verlaten landhuis in Zuid-Frankrijk. De oerwouden van Nieuw-Zeeland en Australië. Een hippiekolonie op Cabo de Cata en taferelen in Oost-Azië. Er groeit taro, er zijn fern trees en er is zoveel meer. Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld te vliegen. Het is hier. Desiderata in steen. Uitgerekend in Gelderland. Ook zonder het ontstaansverhaal te kennen, moet je toch zien dat dit een levenswerk is. Tenminste, als je beseft hoeveel bijzonders hier te vinden is.

De levenstuinen van Het Groot Hontschoten. Ga het zien!

Alsof het gisteren was

Zes jaar geleden kwam ik regelmatig in het grote gebouwencomplex. Vandaag ben ik er even terug. Er werken meer dan duizend mensen, waarvan ik er hooguit een paar nog ken. Het open plein is nu een glazen hal. Maar de pasjes en de poortjes zijn vertrouwd, evenals de roltrappen. Daarna volgt het wandelingetje naar de liften. De bijeenkomst is op de twintigste verdieping. Onderweg stopt de lift vijf maal. Op de veertiende schuift de deur open en zie ik zomaar een bekende uit 2011 voorbijlopen. Bizar.