Belastingparadijs NL

In de Paradise Papers staan klinkende namen. Tesla, Uber, Vistaprint, Facebook, Nike, Procter & Gamble, Apple, DHL. Enzovoort. Het is een schandaal.

Maar even voor de goede orde. We hoeven hun producten en diensten niet te kopen. We kunnen best zonder, hoor.

Toch?

Advertenties

Scherpe kijk op brillen en lenzen

De laatste tijd is het nogal een getob. Ik heb een gewone bril om veraf scherp te zien. Plus een leesbril, omdat ik teksten door de gewone bril wazig zie. Plus lenzen, aangezien ik buiten geen bril op wil. Plus een leesbril speciaal voor bij de lenzen, omdat ik daarmee van dichtbij niet kan lezen. Oh, en nog een zonnebril zonder sterkte, als zomerse combi met mijn lenzen. Afijn, wat een gedoe.

Want zomaar met lenzen zonder leesbril op stap gaan, wordt lastig. Als ik op mijn mobieltje naar treintijden zoek, kan ik de kleine lettertjes nauwelijks ontcijferen. En de letters op het schermpje zelf vergroten gaat ook al niet. Dus wat nu?

De meneer van de lenzen begon bij de vorige controle over een multifocale optie. En de meneer van de gewone bril (bij een andere winkel; ik hou van second opinion) sprak daar ook al over. Ik zag het voor me. Van die brillenglaasjes met stukjes erin. Mooi niet.

Uiteindelijk bracht een mevrouw uitkomst. Wat als ik nu eens minder sterke lenzen nam? Dan wordt wat dichtbij is beter zichtbaar. Min 0.75 en min 0.50 kon er best af, volgens haar. Ik moest het eerst nog maar eens zien. En toch: eureka! Ze heeft gelijk hoor. Less is more. Met minder sterke lenzen kan ik zowel goed veraf als beter dichtbij zien.

Leiden door het oog van de lens

Even terug in het gebouw waar we ooit allemaal werden geregistreerd. Een pasgeboren baby’tje huilt. Nu is het haar beurt. Er wordt een symposium gehouden over de identiteit(en) van Leiden. In de pauze neem ik foto’s van de ruimte en de omgeving.

Alsof er een dia voor mijn ogen schuift, verandert het beeld. Waar een bobbelig ruitje zit, trekt de lens glasplaatjes recht. Waar donkerte is, brengt de camera licht. En waar kleur is, maakt de lens een voorwerp wit. Er ontstaat sepia. Er ontstaat mysterie. Ben ik per toeval op geheime technieken van Bob Thissen en Jeroen Swyngedouw gestuit?

Het einde van de vaste telefoon

Je zou het niet verwachten, maar het aantal vaste telefoonaansluitingen in Nederland nam in 2015 nog toe. Daar is een eenvoudige verklaring voor. Het maakte weinig verschil of je een alles-in-1-pakket nam met of zonder vaste lijn. Ik heb dat toen overwogen. De laatste tijd vielen de rekeningen van KPN wel erg hoog uit. Dus heb ik opnieuw gecheckt of ik het bedrag omlaag kon krijgen. En ja hoor: de vaste lijn kan eruit. Het is even slikken, na zoveel jaren met een vaste telefoon in huis.

De beschikbaarheid daarvan was niet altijd vanzelfsprekend. In de jaren zeventig kregen we bij ons thuis een vaste aansluiting. Tot die tijd liep mijn moeder voor een telefoongesprek naar het postkantoor in de buurt. Dan vroeg ze aan de lokettist of ze mocht bellen. Dat kon in een van de twee of drie inpandige telefooncellen. Ze hadden houten wanden met kleine gaatjes erin. Onder een plank hing een hele serie telefoongidsen. En er stond, geloof ik, een klein krukje bij. Privacy kon je wel vergeten als je iets belangrijks wilde doorbellen.

Bij vriendinnetjes hing de telefoon in de gang aan de muur. Of hij prijkte daar op een plankje naast pen, papier en een beduimeld telefoonboek. Als je wilde bellen, moest je blijven staan. Ook daar kon het hele gezin meegenieten. Mensen gingen er heel bewust mee om en hielden gesprekken kort.

Op mijn eerste zelfstandige adres had ik evenmin een vaste telefoon. Als ik moest bellen, liep ik naar de telefooncel op de Douzastraat of naar de brug bij het Gangetje. Soms waren die cellen, met apparaat en al, gesloopt na een wilde uitgaansnacht. Dan moest ik helemaal naar het Leidse stadhuis lopen om daar een intacte telefooncel te vinden.

Op mijn volgende adres nam ik zelf een telefoon. Heel handig, ook voor anderen. Want mijn nummer scheelde maar één cijfertje met dat van een hulpinstelling. Regelmatig kreeg ik verslaafden aan de lijn, die gelijk een lang en nogal warrig verhaal afstaken. Afgezien daarvan was die eigen telefoon best fijn. Je raakt er snel aan gewend dat je altijd bereik hebt.

Daarna wisselde ik bij verhuizing een paar keer van nummer. Het laatste kon ik slecht onthouden. Het leek een beetje op een vroeger nummer van een zakelijke telefoonlijn. En ik gebruikte hem nog maar weinig. Hij kon niet op tegen de kunstjes van mijn nieuwe mobiele telefoon.

Dit jaar begon het oude toestel te haperen. De batterijen lekten en die heb ik nog een keertje vervangen. Onlangs kreeg hij weer kuren. Steeds als ik het toestel oppakte, ging het schermpje zorgwekkend knipperen. En zo kwam er een roemloos einde aan de geschiedenis van mijn vaste telefoonlijn.

Huishoudelijk werk als in 1913

Dit najaar leek het wel alsof het bouwjaar van mijn huis was teruggekeerd: 1913. Bijvoorbeeld tijdens de bramenoogst uit eigen tuin, waar ik saus van heb gekookt. Nu heb ik een wintervoorraad potjes op een kastplank staan. Ook at ik wekenlang puree van tamme kastanjes als aardappelvervanger. Zelf geraapt, gewassen, ingekeept, gekookt en gepeld. Wat een arbeidsintensief en ambachtelijk proces is dat. Toch stemt de aanblik van een zelf aangelegde voorraad zeer tevreden.

Bovendien was de regenton tot de rand gevuld. Maar rond deze tijd hoef je de tuin niet te sproeien. Planten groeien nauwelijks tot het voorjaar, dus wat moest ik met al dat vocht? Daar kon ik het toilet mee spoelen. Dus op naar de winkel voor een mooie emmer. Die zette ik steeds gevuld klaar bij het toilet.

Het eerste wat bij zo’n actie opvalt, is hoe veel water we eigenlijk gebruiken. Ik moet toch wel regelmatig naar het toilet. Er staan maatstreepjes in de emmer. Daaruit blijkt dat er per spoelbeurt al snel vier liter water doorheen gaat. Per dag gebruik je dan per persoon makkelijk veertig liter.

Het tweede wat opvalt, is wat een gezeul het is. Kan je nagaan hoe onze voorouders in de weer moeten zijn geweest. Zij moesten steeds water halen uit de sloot, of uit de put op het erf. En anders wel bij een openbare waterpomp op een plein. Ze gingen vast niet voor vijf litertjes op pad. Dus moesten ze meerdere malen per dag met loodzware emmers sjouwen.

Het derde wat opvalt, is hoe luxe wij nu leven. Er is zo veel zwaar, eentonig, vuil en vervelend huishoudelijk werk verdwenen. Vrouwen die met bijtend bleekmiddel de was wit maakten, kregen schrale en zelfs kapotte handen. Vroeger zag je ze nog wel. Echte werkhanden vol eelt in de palm en met een ruwe huid aan de bovenkant. Moet je onze poezelige handjes nu eens bekijken.

Gelukkig komt de bodem van de regenton in zicht. Je zou er een hernia van krijgen.

Over dromen en schimmige toekomstvisioenen

We dromen allemaal in onze slaap. Dit mentale proces helpt ons om gebeurtenissen te verwerken. Dromen fascineren. We zoeken daarin naar duiding en aanwijzingen. Volgens wetenschappers zeggen dromen en nachtmerries weinig over de toekomst. Wel zijn ze onderdeel van een emotioneel reinigingsproces. En dromen vormen een poort naar nieuwe inzichten. Dagdromen ondersteunen dat proces. Want met dagdromen houden we belangrijke onvervulde doelen voor ogen. Ze stimuleren ons tot daden, maar tonen ons ook waar we falen. Dat besefte ik gisteren nog.

Onderzoeker Victor Spoormaker zegt dat ‘de gebieden met zelfreflectie en een oordelende functie tijdens het dromen uitstaan. […] Na de REM-slaap lukte het proefpersonen daarom creatiever na te denken over een ingewikkeld probleem. Ze konden slapend verbanden leggen die ze toen ze wakker waren niet konden leggen.’ (NRC, Koester je droom, 02-09-2016.)

Dromen en creatief denken leiden dus tot nieuwe inzichten. Alles wat we als mensheid hebben opgebouwd, hangt hiermee samen. Ik leg ook weleens verbanden die leiden tot inzichten. Bijvoorbeeld gisteren, na het lezen van de Volkskrant en de VPRO Gids. Mijn toekomstvisioen gaat over evenwicht aanbrengen om het aardse paradijs te creëren. Hou je vast.

Amerika verruimt de milieuregels in eigen land. Bij wijze van economische stimulering. China ontvouwt zijn plan. De consumptie draait daar in 2030 als een tierelier. De Russen en Indiërs, intussen, spelen roulette met de natuur. Het Midden Oosten dan. Daar etteren tribale vetes nog wel een paar decennia door. Ze hebben er wat anders aan hun hoofd dan duurzame productiemethoden. In sub-Sahara Afrika zal de bevolking tussen 2010 en 2050 ruim verdubbelen. Al deze mensen willen het Nederlandse welvaartsniveau bereiken. Op zijn minst.

De voortschrijdende robotisering kan oplossingen aandragen. Maar confronteert ons eveneens met ethische vraagstukken. Zoals bij de programmering van zelfsturende auto’s. Wat doen die als er kans bestaat op een fatale botsing? Moet het besturingssysteem kiezen voor het leven van de inzittenden? Of voor dat van de mensen daarbuiten? Feitelijk gaat dit om een verschil in levenswaarde van de haves and the have nots.

Ons oude continent is nog altijd een oase, en evengoed een voorloper. Misschien zien we in ons land al iets van wat straks komen gaat. De krant bevat overlijdensadvertenties van wel drie personen die voor euthanasie kozen. Nu nog gaat het om gevallen van ziekte en ondragelijk lijden. Maar wat als iedereen straks meer consumeert en de wereldbevolking dertig jaar lang doorgroeit? Als goede christenen willen we alles eerlijk delen. Welnu, dan moeten aardbewoners ook maar wat minder oud worden en sneller opzouten. Om de boel in balans te houden. Alleen zie ik de rijken dat niet doen. Stelletje heidenen.

Prettige zondag verder.